Dell investeert meer dan 100 miljard dollar in China

De Amerikaanse pc-maker Dell investeert de komende tien jaar meer dan 100 miljard dollar (ruim 75 miljard euro) in fabrieken, verkoop- en klantencentra in het westen van China. Dell volgt daarmee het voorbeeld van Taiwanese en Amerikaanse producenten van consumentenelektronica. Het bedrijf gaat zich vestigen in Chengdu, de hoofdstad van de provincie Sichuan, waar ook Intel, IBM en Nokia fabrieken hebben gevestigd.

De keuze voor deze locatie van de productiefabrieken van het Texaanse Dell past in een nieuwe trend in de Chinese economie. Chinese en internationale bedrijven verplaatsen hun fabrieken van de oostkust (Tianjin, Shanghai, Shenzhen en Guangzhou) naar centraal en westelijk China, waar de lonen, grondprijzen en belastingen lager zijn dan aan de oostkust. Vanuit Chengdu denkt Dell de concurrentie aan te kunnen met het Chinese Lenovo en het Taiwanese Acer.

Wereldmarktleider Hewlett-Packard is ook bezig de fabrieken waar alle de HP-laptops en -pc’s worden gemaakt, te verplaatsen van Shanghai naar Chongqing. Om HP terwille te zijn heeft Chongqing de luchthaven van een vijfde baan voorzien en een tien vierkante kilometer groot bedrijfsterrein aangelegd. Een soortgelijke behandeling krijgt Dell ook in Chengdu.

Chinese, Taiwanese en Amerikaanse pc-makers denken dat de Chinese markt tot 2014 met meer dan 20 procent per jaar zal groeien. Een aanzienlijk deel van die groei vindt plaats in de rurale gebieden in het westen, het midden en het noordwesten van het land.

Het Taiwanese Hon Hai Precision Instruments (920.000 werknemers), dat onder andere iPhones en iPads maakt, heeft de provincie Hunan uitgekozen voor de bouw van nieuwe fabrieken. Eerder dit jaar moest Hon Hais dochterbedrijf Foxconn de lonen verhogen na een reeks demonstraties en zelfmoorden.