De vos houdt zich niet aan het beleid

Het duo Jan Musch en Tijs Tinbergen werkt gestaag aan een bijzonder oeuvre natuurdocumentaires, zoals het succesvolle ‘Rotvos’. Op het Nederlands Filmfestival in Utrecht is een overzicht van hun werk te zien. „Poep hebben we nog hoog in ons vaandel staan voor een film.”

En het zat zo mooi in elkaar. Het reservaat in Zuid-Limburg is bestemd voor de korenwolf. Dat is vastgelegd, alle instanties zijn na jaren akkoord. Iedereen? Nee, niet iedereen. De vossen houden zich niet aan het beleid.

De rotvos is het onderwerp van de meest recente, en succesvolste, documentaire van het duo Jan Musch en Tijs Tinbergen. Vorig jaar kregen ze er op het Nederlands Film Festival een Gouden Kalf voor. Dit jaar zijn elf van hun films er in retrospectief te zien.

Jan Musch en Tijs Tinbergen zijn twee mannen van 58 en 63 die gestaag hebben doorgewerkt aan een zeer constant oeuvre, dat kan gelden als het antwoord op de vraag van de beroemde dichtregel van J.C. Bloem: „en dan, wat is natuur nog in dit land?”

Heel veel, zeggen Musch en Tinbergen, als je het maar wilt zien. Hun films gaan over spreeuwen, ganzen, de vos dus en – hopelijk – mezen. Voor een langlopend project heeft Tijs Tinbergen thuis in Amsterdam driehoog al jaren een nestkast met ingebouwde camera hangen. Coming soon to a theatre near you: Mees-TV.

Een natuurfilm hoeft niet spectaculair te zijn, betogen Musch en Tinbergen in hun kantoorpand in Bussum. Zo’n serie als Earth, boordevol ijsberen en flamingo’s, het is fantastisch gemaakt en ziet er gelikt uit, maar zij vinden het uiteindelijk saai. Het is juist uitdagend om over een spreeuw een mooie film te maken, en spreeuwengedrag en spreeuwenonderzoek zó te laten zien dat iedereen erdoor gegrepen wordt. „Poep hebben we nog hoog in ons vaandel staan voor een film”, zegt Musch. Tinbergen: „In mest wordt veel gehandeld, er vindt veel onderzoek plaats.”

Mensen hebben niet geleerd om goed te kijken, zeggen ze. En zo is het met hun films ook: je moet het willen zien, maar dan valt er ook verschrikkelijk veel te genieten. Op het eerste gezicht is Rotvos bijvoorbeeld een film over Jaap Mulder, de onderzoeker die is aangesteld om de vos in de gaten en een beetje in toom te houden. Maar hoe beter je kijkt, hoe meer opvalt dat dit ene geval van mens en vos de Nederlandse omgang met de natuur verzinnebeeldt. Of wacht, misschien wel Nederland überhaupt. Het maximale halen uit een kleine ruimte, waarbij belangen tegen elkaar afgewogen moeten worden en iedereen zich met alles bemoeit. Net als in alle andere Hollandse branches is sprake van beleidsplannen, targets en tegenslagen. Rotvos toont het Hollandse streven naar maakbaarheid en de minimale manoeuvreerruimte daarbij, omdat er al zoveel regeltjes bestaan.

Of, zoals een hamsteronderzoeker het in Rotvos uitdrukt: „Wat wij graag hebben, is dat er éven wat minder vossen zitten, op de plek waar die hamsters zitten.” Hij zegt dit als blijkt dat de vos domicilie heeft gekozen middenin het hamsterreservaat.

„Natuurbeheer in Nederland is: harken in een tuintje met zijn allen”, zegt Jan Musch. Maar dat heeft juist ook iets moois. „Alleen wij zijn zo gek om een snelweg om te leggen voor een salamander. Wij bouwen viaducten voor dieren. Het gebeurt elders ook, maar omdat wij zo klein zijn, valt het meer op.”

In Rotvos is het schitterende roodbruine dier de hangjongere die niet wil deugen, die zich aan iedere vorm van beleid onttrekt. Graven ze hem uit, weet hij toch te ontsnappen. Doen ze hem een zender om, vinden ze de zender terug zonder vos. ‘Hamsters’ noemt Mulder de korenwolven denigrerend, en bij zijn ontmoeting met de hamsterbeschermers (zoals bij alles in Nederland heeft ook ieder dier zijn brancheorganisatie en belangengroep) gaat het er beleefd aan toe. Toch kun je zien dat zelfs de korenwolfjongens de hamster maar een suf beest vinden in vergelijking met de spectaculaire vos.

Musch en Tinbergen filmden ook in Waterland in Noord-Holland, waar de vos oprukt ten koste van de grutto. Ook hier geen speelruimte voor vos of mens. Eet een vos dertig gruttonesten leeg, dan haken de boeren af die meedoen aan een voorzichtig-maaien-programma om de grutto te beschermen. Ook hier blijken natuurbeheerders meesters van het understatement: „Hij moest gras lusten, dan was je klaar.” Mulder vindt acht vosjes en kan er slechts twee in het nest laten. De rest wordt vernietigd. „Zielig, maar wat doe je eraan. Dat is vossenbeheer.”

Voor hun film Nieuwe Natuur(1995) filmden Musch en Tinbergen gedurende een aantal jaren in de Millingerwaard langs de Waal. Hier moet de natuur weer ‘op eigen benen staan’. Het moet natuur worden die ‘voor zichzelf kan zorgen’. Natuur die ‘zo natuurlijk mogelijk’ is. Om het nog wat natuurlijker te maken worden er aan de Waal Schotse Galloway-runderen en Poolse koningspaarden uitgezet.

Op een informatieavond (dat zie je ook veel in de films van Musch en Tinbergen, wat zorgelijke avonden in slecht verlichte zaaltjes waar natuurbeheerders uitleg geven over de wildstand en beheerstrategie) is een vrouw kwaad, omdat zij met haar merrie niet door het gebied durft te rijden uit angst voor de Poolse hengsten die daar zijn uitgezet. Natuurbeheer in Nederland is ook: dat er twee bevers worden losgelaten en dat dan een batterij nieuwsploegen dit met camera’s vastlegt. Padden met een zendertje. Wat heet, grutto’s met ringetjes in alle kleuren om de poten, vossen met GPS. Een dood Galloway-rund dat tóch wordt weggehaald – te aanstootgevend – en tóch gewoon een knalgeel oormerk heeft. Op de aftiteling van Rotvos worden wel zeventien instanties bedankt, van Alterra Wageningen via het Faunafonds tot de Korenwolfcommissie en Staatsbosbeheer.

Wat is natuur nog in dit land? Misschien een moment van totale wildheid, zoals de das die in Rotvos in een vossenstrik is geraakt en als bezeten in het rond stuitert.

Wandelaars willen het liefst knuffelnatuur, gebruiksnatuur. Maar de natuur knuffelt niet. Een net weer teruggekeerde veldmuis die in de Millingerwaard bij hoogwater paniekerig in een grasspriet klimt, wordt daar genadeloos uitgeplukt door een meeuw.

Musch en Tinbergen maken nu een film in de polder ten zuidoosten van Amsterdam, natuur onder de rook van de Amsterdam Arena en oprukkende golfvelden. Er is tussen beide mannen net zo goed een rolverdeling als een wisselwerking. Tinbergen doet de research en schrijft het scenario, waarop Musch commentaar levert. Musch doet het camerawerk en de financiën, samen doen ze geluid, montage, regie. Ze studeerden in 1975 cum laude af aan de Nederlandse Filmacademie en legden zich in eerste instantie toe op productie. Met Orlow Seunke maakten zij later de speelfilms De Smaak van Water en Pervola. Sporen in de Sneeuw. Musch: „Daar leer je van hoe je een scène goed moet neerzetten, hoe je iets efficiënt kunt vertellen.” Tinbergen: „Natuurlijk kun je dat met een natuurfilm nooit vastleggen. Er is een scenario, er is een intentie. Wat zou er kúnnen gebeuren. En dan is het zweten, doorzetten, wachten, afdwingen. En heel soms heb je geluk.” In tachtig minuten Rotvos zitten tweehondertien uur film en drie jaar tijd.

De overstap naar documentaire maakten zij met SpreeuwenWerk (1983), over het promotie-onderzoek van Tijs’ broer Joost. Ook in Gebiologeerd(1993) draait het om familie van Tijs Tinbergen, dit keer diens vader Luuk, een ornitholoog die ten prooi viel aan depressies en in 1955 op 39-jarige leeftijd zelfmoord pleegde. De film is een zoektocht naar de drijfveren van vader Tinbergen, die Tijs van jongs af aan vogels zag observeren, een film over kijken en bestuderen dus eigenlijk. „Mijn eigen vermogen om gefascineerd te raken is een erfenis van mijn vader”, zegt Tijs Tinbergen in de film. In het Bussumse kantoor voegt hij eraan toe: „Van mijn vader heb ik geleerd om te kijken. Anderen hebben dat met automerken, maar het kan ook met vogels.” Jan Musch zegt: „Ik had als jongen al een volière. En ik ontdekte de fotografie.”

Tinbergen is de expressieve, de prater van de twee. Musch kijkt, luistert en zegt af en toe iets. Te zeggen dat Tijs Tinbergen altijd films over zijn vader is blijven maken, voert te ver. Maar de diersoort die Musch en Tinbergen het vaakst bestuderen, is zonder twijfel de bioloog.

Vooral SpreeuwenWerk is een ode aan het biologisch veldwerk, aan catalogiseren, klokken, registreren, zenderen. Joost Tinbergen brengt met een digitaal horloge en een fotocamera het eten in kaart dat één enkele spreeuw haar jongen brengt. Iedere vliegbeweging wordt vanuit een uitkijkpost getimed. Een persoon kijkt en roept, de ander noteert: ‘Stop! Wroet! Rups! Vliegt op!’

Meten is weten. De spreeuw blijkt gericht boodschappen te doen om haar kinderen een afgewogen dieet voor te zetten. Op iedere paar emelten volgt één rups, een delicatesse die ze verderop moet halen.

In Nieuwe Natuur en Rotvos is dat montere meten van biologen vervangen door de bescheidener evenwichtsoefening van de moderne natuurbeheerder, de uitvoerder van een masterplan dat elders is gemaakt, de man op de werkvloer die balanceert tussen de belangen van beleidsmakers en ecosysteem. Zorgvuldig brengen Musch en Tinbergen de liefde van al deze mannen voor hun werk in kaart. Soms levert dat bijna satirische scènes op, zoals de bioloog in Ganzenproblemen? (1989) die het ontwerp van dat beest demonstreert: die nietsontziende vreetsnavel, die machtige poten, dat magistrale drijfvermogen! Soms is het een detail, zoals wanneer de camera in Rotvos net even opmerkt dat Mulder een rugzak draagt van het buitenmerk Fjällraven, u weet wel, met een vosje als logo.

Een film begint met een beest, bezweren Musch en Tinbergen. Maar hij staat of valt met de hoofdpersoon. Musch: „We moeten goed met zo iemand kunnen opschieten. Vaak blijven we ook bevriend.” Tinbergen: „Wat me aan onze hoofdpersonen fascineert ligt misschien dicht bij het oude socialistische ideaal. Dat je niet uit bent op eigen gewin. Dat je bevlogen bent.” Musch: „Een soort bescheidenheid ook.”

Het mooie is dat Musch en Tinbergen de mensen precies zo bekijken als de dieren. Mulder en collega’s noemen de gezenderde vossen naar hun vrouwen, wat dan weer een zinnetje oplevert als dit: „Corrie liep in Het Twiske rond, ze schijnt dood te zijn.” Jaap Mulder gaat uit zijn dak bij de hypermoderne vossenzender met GPS. De kijker geniet met hem mee, maar is ook teleurgesteld, omdat in oudere films bebaarde mannen nog heel Monty Python-achtig met reusachtige antennes door het veld huppelen. De romantiek gaat eraan, met GPS heeft het menselijk onvermogen wederom een knauw gekregen. Het traceren van een gezenderd beest kan nu nooit meer groots mislukken, denk je.

Maar dan heb je dus buiten de vos gerekend.

Er valt een hoop te zeggen voor de stelling dat de ouderwetse natuurfilm, met niets dan leeuwen in de ondergaande zon, lege vlaktes, woeste jungles – tegenwoordig een vorm van fictie is. Nergens ontbreken immers meer de sporen van de dominantste aller soorten, de mens. Natuurfilms over de wisselwerking tussen mens en dier zijn daarom een stuk interessanter.

Musch en Tinbergen maken films over de mens als natuurverschijnsel en de natuur als mensenwerk. Toch: zij zouden geen natuurfilmers zijn als zij de natuur niet stiekem altijd een beetje zouden laten winnen. In het laatste shot van Rotvos neemt de vos op sublieme wijze wraak. Nieuwe Natuur is afgelopen als het hoge water niet alleen de veldmuis, maar ook de mens zijn huis uitjaagt – de beheerder van de Millingerwaard moet evacueren.

Dat soort zaken stemt hoopvol, omdat blijkt dat er een grens is aan mensenberekening en menselijk streven. Wij hebben gelukkig niet alles in de hand. Alleen al daarom: lang en gelukkig leve de rotvos.

Rotvos, NCRV-Dokument aanstaande zondag 19 september, 20.20 uur. op Nederland 2. Zie voor het retrospectief ‘In het vizier: Musch en Tinbergen’ op het Nederlands Filmfestival: filmfestival.nl. Over Rotvos is op 28 september 20.00 uur een openbaar debat in de Rode Hoed in Amsterdam: ‘Moet de natuur zijn loop hebben’; reserveren op rodehoed.nl