'De polder functioneert'

Korten op pensioenen, langer doorwerken, samenwerken met de PVV – drie kwesties waar Piet Hein Donner als minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid nadrukkelijk mee te maken kreeg. „Je moet met genade meewerken.”

Piet Hein Donner, jurist en minister van Sociale Zaken, citeert in zijn werkkamer een Middeleeuwse jurist om uit te leggen waarom het huidige pensioenstelsel moeten worden aangepast. In de veertiende eeuw, zegt hij, hield de Italiaan Bartolus de Saxoferrato zijn tijdgenoten voor, dat als feiten en regels niet met elkaar in overeenstemming zijn, de regels aan de feiten moeten worden aangepast. Niet andersom. Donner ziet gelijkenissen met de pensioenen. „Ik constateer dat het huidige pensioenstelsel wringt met de werkelijkheid.”

Minister Donner – 62 jaar en CDA’er – kent geen rust. Ook niet nu hij dinsdag, met Prinsjesdag, zijn laatste begroting van zijn ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aanbiedt. Hij zat anderhalf jaar in het laatste kabinet-Balkenende toen de kredietcrisis in 2008 uitbrak. Tot dan ontwikkelde de arbeidsmarkt zich voorspoedig – slechts vier op de honderd mensen die konden en wilden werken, vonden geen baan. Meer vrouwen gingen werken.

Toen de kredietcrisis uitbrak en de economie in een recessie zakte, werd alles anders. Het Centraal Planbureau voorzag een royale verdubbeling van de werkloosheid in twee jaar. De staatsschuld steeg. De pensioenfondsen zagen op de beurzen ruim 120 miljard euro van hun vermogen verdampen. Begin 2009 was de dekkingsgraad – de verhouding tussen vermogen en toegezegde pensioenen – bij 340 van de 600 fondsen onder de wettelijke minimumgrens gezakt.

De minister werd een crisismanager.

Krijgen mensen straks minder pensioen dan hen is voorgehouden?

„Dat kan ik niet beoordelen. Dat moeten de pensioenfondsen samen met hun toezichthouder beslissen. De vraag is of het verantwoord is om een maatregel als korten in deze situatie nog verder uit te stellen, in de hoop dat het beter zal worden.”

Wat is uw antwoord op die vraag?

„Dat het niet meer verantwoord is. Er is geen uitzicht dat de lage rentestand incidenteel is.”

U gaat de geschiedenis in als de minister die de pensioenen kortte.

„Nee, nee. Ik heb juist de wet versoepeld om te voorkomen dat fondsen onnodig moeten korten. Ze mogen er bijvoorbeeld langer over doen om hun vermogenspositie weer op het gewenste niveau te krijgen.”

Valt de pensioenfondsen iets te verwijten?

„Dat veronderstelt dat er iets is fout gegaan. Pensioenfondsen staan niet buiten de samenleving. Als iedereen denkt dat het goed gaat, moet je niet van de fondsen verwachten dat ze zeggen ‘we gaan nu een ander beleid inzetten’.”

Hadden ze minder in risicovolle aandelen moeten beleggen?

„Natuurlijk is duidelijk dat, als je op andere markten gaat werken, dit gevolgen heeft voor het risicomanagement. Maar in de jaren negentig zagen we een enorme winstgroei bij pensioenfondsen, juist vanwege hun activiteiten op de financiële markten.”

U heeft er bij de Tweede Kamer op aangedrongen de voorstellen over langer doorwerken snel te behandelen, zodat pensioenfondsen hiermee rekening kunnen houden in hun berekeningen en de dekkingsgraad verbetert. Worden kortingen daarmee toch nog voorkomen?

„Ik heb de Kamer opgeroepen de voorstellen zo snel mogelijk in behandeling te nemen. Werkgevers en vakbonden hebben in hun pensioenakkoord het stijgen van de pensioenleeftijd gekoppeld aan de levensverwachting. Die stijgt sneller dan verwacht, waardoor de pensioenverplichtingen sterk oplopen. Die koppeling aan de levensverwachting wil ik in het wetsvoorstel verwerken.

„Als we de voorstellen rond 1 januari 2011 op de rails hebben en de wetgeving volgend jaar kan worden afgerond, kan dat de fondsen ademruimte bieden. Mogelijk kunnen onnodige kortingen worden voorkomen. Het eerste toetsingsmoment voor de veertien pensioenfondsen die in acute problemen zitten, is eind dit jaar. Bij andere fondsen wordt eind volgend jaar en in april 2012 bekeken of ze op koers liggen met hun herstelplan.”

Is dit genoeg om de pensioenen minder kwetsbaar te maken voor nieuwe crises?

„Nee. We moeten ook kijken hoe we de pensioenen meer kunnen laten meebewegen met de economische conjunctuur. Dat is nu al deels het geval. Dat betekent niet dat alle risico’s voortaan bij gepensioneerden liggen. Specialisten zoeken dit momenteel uit. Een groter deel van het pensioen zal onzeker worden, maar het zekere deel moet zekerder worden.”

Kunnen mensen straks kiezen tussen een gewoon of zo’n meegroei-pensioen?

„Ik denk dat dat onderdeel van een nieuw stelsel zal zijn.”

En het laatste zal duurder zijn?

„Het zekere pensioen wordt duurder.”

Moet u het pensioenfondsen niet ook mogelijk maken een andere rente aan te houden dan de huidige lage marktrente?

„Bij een nieuw pensioencontract kan ook een andere rentestructuur passen. Dat betekent niet dat pensioenfondsen die nu in problemen verkeren daardoor aan korten ontkomen. Als je de reserves niet aanvult, wordt de rekening doorgeschoven naar jongere generaties. Dan kun je maar beter zeggen, laten we nu maar de duik nemen. Al blijft korten van bestaande uitkeringen het laatste middel dat de wet voorziet.”

Kunnen mensen niet beter zelf gaan sparen?

„Mensen krijgen nu veel meer aan pensioen dan wanneer ze eenzelfde bedrag hadden gespaard.”

Het Nederlandse pensioenstelsel is in de economische crisis robuuster gebleken dan in veel andere landen, zegt Donner. Daar wordt al fors op uitkeringen gekort en gaan mensen de straat op om daar tegen te protesteren, zoals in Frankrijk.

Nog geen twee jaar geleden werd Donners voorstel om langer door te werken met hoon ontvangen. Dit voorjaar, zegt hij, was het niet eens meer een onderwerp bij de verkiezingen. Ook voerde Donner tijdens de economische crisis deeltijd-WW in, zodat bedrijven tijdelijk overtollig personeel toch vast konden houden. Hij hielp bevorderen dat ontslagen werknemers zo snel mogelijk een andere baan zouden kunnen krijgen. Hij maakte een plan om de jeugdwerkloosheid aan te pakken.

U wilde toen u minister werd met werkgevers en bonden 200.000 banen scheppen tot 2016.

„Tot 2008 zaten we op koers, mede dankzij de conjuncturele opleving. Toen kwam de kredietcrisis en steeg de werkloosheid.”

Het klinkt alsof u er weinig invloed op heeft gehad.

„Het is niet zo dat hier achter de tafel de economie wordt bepaald. Je moet met genade meewerken.”

Vakbonden zeggen dat met u moeilijk te onderhandelen is, dat u nauwelijks geneigd bent tot concessies.

„Het poldermodel staat onder druk, omdat er zo veel moet worden veranderd. Met verhoging van de AOW-leeftijd liep het vast in de Sociaal-Economische Raad. Iedereen zei: het poldermodel functioneert niet. Maar werkgevers en vakbonden kwamen elkaar als bestuurders bij de pensioenfondsen weer tegen en werden daar opnieuw met de problemen geconfronteerd. Het meest opvallende vind ik, dat ze een half jaar later een veel breder akkoord hebben gesloten voor de AOW en de pensioenen. Ik vind het uniek dat we het hele probleem van langer doorwerken in twee jaar samen hebben weten aan te pakken. De polder functioneert.”

Is Nederland nu voldoende op de vergrijzing voorbereid?

„Zeker niet. Het probleem is nog steeds dat mensen gemiddeld met 62 jaar ophouden. De opgave is dan ook veel breder. Hoe stel ik mensen in staat langer door te werken? Dat is de hamvraag.”

Is daarvoor een kortere WW en een soepeler ontslagrecht nodig?

„Hervormingen zullen vooral onderdeel van een programma moeten zijn hoe de mobiliteit op de arbeidsmarkt kan worden verbeterd. We hebben allerlei remmen en waarborgen ingebouwd om te voorkomen dat iemand zijn baan verliest, maar als je je baan hebt verloren, sta je op jezelf. Het systeem moet beter worden ingericht op het vinden van werk.”

Was u toen u aantrad niet liever nog een paar jaar minister van Justitie geweest?

„Nee. De afgelopen vier jaar waren de vraagstukken op dit terrein veel interessanter. Je zit wel met een ander handwerk. Problemen los je bij Sociale Zaken niet op door de wet te wijzigen. Dat was bij Justitie makkelijker.” 

Donner werd crisismanager, ook voor zijn partij en voor het kabinet. CDA-leider Maxime Verhagen vroeg hem onlangs te bemiddelen in het conflict dat hij had met Ab Klink, zijn secondant in de onderhandelingen over een minderheidskabinet met de VVD, dat door de PVV zou worden gedoogd. Premier Balkenende riep En op het dieptepunt van de economische crisis riep premier Balkenende Donners hulp in toen de spanningen in het kabinet opliepen over aanpak van de snel stijgende staatsschuld. Tsja, zegt Donner bij wijze van grap over die bemiddelingen, „je bent van sociale zaken of je bent het niet”.

In zijn partij – het CDA – hebben mensen „soms zwaarwegende” zorgen over samenwerking met de PVV, zegt hij. Maar, zegt Donner, „dat betekent niet dat deze zorgen niet kunnen worden weggenomen”.

Begrijpt u de positie van de twijfelaars in uw partij?

„Ik kan me heel wel voorstellen dat mensen bedenkingen hebben bij de soms extreme standpunten van de heer Wilders. Maar een beginsel van christen-democratie is dat je praat met iedereen. Dat je grote segmenten niet uitsluit. Dat je oplossingen zoekt. De oplossingen verschillen, zeker als gezegd wordt: we moeten onze problemen oplossen door opsluiten, uitsluiten en ga zo maar door.”

U bent 62 jaar. Wat gaat u doen?

„Ik heb nu acht jaar in de politiek meegedraaid. Laat ze eens iemand anders vragen. Ik heb mijn deel gedaan. Alleen als men me nog echt ergens nodig heeft, overweeg ik het. Ik zal niet in ledigheid omkomen.”