Belgen laten zich massaal 'ontdopen'

De Belgische kerk verkeert in een zware crisis. „Dit is het einde van de machtskerk”, zegt een katholieke journalist. Maar gelovigen zien ook kansen voor een kleinere kerk.

In de Sint Martinuskerk in Herzele, in Oost-Vlaanderen, wijst Jan Van Impe aan in welke bank hij elke zondag met zijn vier broers zat „Met een broche op en eau de cologne in ons haar.” Hij laat het biechthok zien waar hij als puber niet meer in wilde, het doopvont en – naast de kerk – de graven van zijn ouders. Maar dan wil hij weg. Hij is bang dat hij de pastoor zal tegenkomen. Die is, denkt hij, boos op hem.

Jan Van Impe (54), eigenaar van een restaurant, liet zich ‘ontdopen’: er staat nu een aantekening bij zijn naam in het doopregister van de katholieke kerk. Al vanaf het voorjaar, toen bekend werd dat de West-Vlaamse bisschop Roger Vangheluwe zijn neefje seksueel had misbruikt, komen er bij de kerk wekelijks zo’n dertig meldingen binnen van mensen die hun doop ongedaan willen maken. Dat zijn er tientallen méér sinds vorige week getuigenissen werden gepubliceerd van verkrachtingen en aanrandingen van kinderen door geestelijken.

Jan Van Impe ontdoopte zich samen met vrienden uit de buurt. Ze maakten het bekend via de lokale krant, met een voorbeeldbrief erbij: zo doe je dat, ontdopen.

In een café in Herzele vertelt Van Impe over een oude vrouw in het dorp die hem nu niet meer groet. Er was ook een cafébaas die ’s nachts een brief op zijn deur kwam plakken. „Alsof hij Luther was. Het ging over zijn tante die als non in Zaïre dertigduizend kinderen had gered. Ik kwam er bij hem niet meer in. En hij schreef: fuck you.”

In haar huis in Sint-Amandsberg, bij Gent, zegt Lidwina Lippevelde (57) dat ze samen met haar moeder elke dag het nieuws volgt over de bisschoppen van België – die steeds verder in de problemen raken door de verhalen over seksueel misbruik en hun reactie daarop, waar te weinig spijt uit zou blijken. De vader van Lidwina Lippevelde is een pater. Hij kwam uit Nederland, hij is nu dood. „Mijn moeder was achttien toen ze zwanger van hem raakte, ze wist niks van seks. Na die ene keer vertrouwde ze geen man meer.”

In hun huis hangen bidprentjes en afbeeldingen van Maria. „Maar de kerk”, zegt Lidwina Lippevelde, „mag van ons zo snel mogelijk kapotgaan. ”

De Belgische kerk zit in een een zware crisis. Het nieuws over het misbruik door de bisschop wordt in België beschreven als het ‘9/11 van de kerk’ of ‘een bom’ die een ‘stroom’ van beschuldigingen op gang bracht. „Dit raakt ons in het hart”, zegt Jürgen Mettepenningen, de woordvoerder van aartsbisschop Léonard.

Er zullen gelovigen overblijven en de kerk zal als instituut niet zomaar verdwijnen, zegt Mettepenningen. Maar niets zal nog hetzelfde zijn. „We zullen er kleiner uitkomen. Sociologisch – ik zie elke dag de e-mails met ontdopingen – maar ook in betekenis. Welk moreel gezag heb je nog in je woorden, in de eerstkomende tijd, als je zulke verderfelijke handelingen hebt verricht?”

De kerk, zegt hoofdredacteur Bert Claerhout van het weekblad Kerk en Leven, moet nu boeten voor de „klerikale zelfverzekerdheid” van de jaren zestig en zeventig. „Dit is het definitieve einde van de machtskerk. Misschien is het een straf van hierboven. We zullen nu dichter bij onze evangelische boodschap komen.”

Pieter Nolf, directeur van het Vlaamse jongerenpastoraat, vertelt over het verdriet van zijn ouders door de problemen van de kerk. Zulk verdriet, zegt hij, zie je niet bij katholieke jongeren. „Zij hoeven geen afscheid te nemen. Voor jongeren bestond die oude kerk allang niet meer. Het geloof is voor hen een echte keuze. Zij kiezen ook bewust voor een bepaalde mis die ze willen meemaken.”

De katholieke kerk zal kleiner worden, denkt ook Pieter Nolf. „Maar ook authentieker. Met meer aandacht voor hoe een christen zich gedraagt, met zorg voor armen.”

Na een uitvaartmis in de Sint Hubertuskerk in Schaffen, in Vlaams-Brabant, staat Leon Op de Beeck bij zijn auto. Hij is organist en dirigent van het kerkkoor. De verhalen over seksueel misbruik in de kerk probeert hij „weg te denken”, zegt hij. „Want als je niet oppast, verpest het je houding. Dan ga je twijfelen bij elke geestelijke die je ziet.”

Dat is precies waar pastoor Félix Van Meerbergen, die de uitvaart leidde, zo bang voor is. In café Het Excuus, naast de kerk, zegt hij dat hij zijn „spontaniteit” in de omgang met kinderen is kwijtgeraakt. „Er is iets wat je weerhoudt. Je hebt toch het gevoel dat je vijandig wordt bekeken. ‘Daar heb je nog zo’n ene die zijn poten niet kan thuishouden’.”

Félix Van Meerbergen (61) is deken van de stad Diest. Hij bidt, zegt hij, elke dag voor de slachtoffers. Seksueel misbruik van kinderen noemt hij „het slechtste wat een samenleving kan hebben”. De kerk, zegt hij ook, maakt nu een lange reis door de woestijn. Het kaf zal worden gescheiden van het koren. „Maar de kerk zal moeten blijven spreken over de moraal. Het is onze plicht om de vinger op de wonde te leggen. Dat zal wel nederiger moeten. En milder. Wij weten nu wat zonde is.”

Van Meerbergen is bedroefd, zegt hij. Maar hij is ook boos op politici die de oprichting van een parlementaire onderzoekscommissie eisen – vandaag wordt daarover vergaderd. „Ze kunnen nog geen regering bij elkaar krijgen, maar ze willen zich wel met de kerk gaan bemoeien.”

Van Meerbergen zegt dat hij in zijn priestersopleiding nooit iets heeft gemerkt van seksueel misbruik. Aan hém heeft nooit iemand gezeten. „Misschien was ik ook niet de mooiste.”

Hij zegt dat hij kortgeleden van een vroegere klasgenoot hoorde: ‘Wist je het niet van die ene priester?’ Die stond ‘erom bekend’.

Die priester is al lang geleden overleden. „Het is ook echt maar van horen zeggen. Ik ben bang voor spookverhalen. Wat is verzinsel? Waar begint de afrekening?”