Winst banken tot 2012 ondermaats

Toezichthouder De Nederlandsche Bank houdt er rekening mee dat het Nederlandse bankwezen pas in 2012 weer ‘normale’ winstpercentages zal laten zien. Ook houdt DNB er rekening mee dat banken als gevolg van de crisis extra gevoelig zijn voor rentestijgingen.

Dat schrijft de toezichthouder in zijn vandaag verschenen Kwartaalbericht. De winstgevendheid van de Nederlandse banken, gemeten in rentabiliteit op het totale vermogen, zakte in 2008 door de nulgrens als gevolg van de financiële crisis en de recessie. Sinds het begin van dit jaar is sprake van een bescheiden herstel, maar dat zal volgens DNB niet voldoende zijn om op korte termijn weer op het normale niveau terug te komen.

De rentabiliteit van een bank kwam tussen begin jaren tachtig en 2007 gemiddeld uit op 0,7 procent van het totale vermogen. Op basis van het eigen berekeningen verwacht DNB ook over 2010 een licht negatieve rentabiliteit van de Nederlandse banken. In 2011 komt de rentabiliteit van de banken naar verwachting uit op 0,15 procent. In 2012 herstelt de winstgevendheid tot circa 0,65 procent, aldus de centrale bank.

DNB constateert tevens dat banken minder dan voorheen afhankelijk zijn van het loket dat de Europese Centrale Bank heeft opengesteld. Op het hoogtepunt van de crisis, in 2008, tapten de Nederlandse banken voor 150 miljard euro af bij de ECB, dat is nu gedaald tot 71 miljard, mede omdat banken zelf nu meer liquiditeit aanhouden, bijvoorbeeld in de vorm van spaargeld. Voor de crisis maakten banken voor 80 miljard euro gebruik van het ECB-loket.

DNB juicht het toe dat Nederlandse banken weer gebruik maken van securitisaties. Daarbij worden pakketten leningen (bijvoorbeeld hypotheken) gebundeld, opgeknipt en weer doorverkocht. De afgelopen maanden plaatsten onder meer NIBC, Friesland bank en SNS op die manier pakketten leningen door. Ook constateert DNB dat de verhouding tussen financiering via de zakelijke markt en via de consumentenmarkt meer in balans is dan vlak voor de crisis. Destijds was een bank voor bijna tweederde afhankelijk van de zakelijke markt, nu is dat voor minder dan de helft.