'Van jou maak ik een rotkonijn in mijn boek'

‘Op een toer door het land zal ik nooit een verhaal voorlezen waar mensen niet om zullen lachen.’ David Seadaris staat te boek als grappige schrijver en stoort zich niet aan dat etiket.

Op een vorige reis naar Nederland belandde David Sedaris in een Amsterdamse porseleinwinkel. Sedaris was zó geïnteresseerd dat men hem verwees naar het Friese Makkum, voor handgemaakt aardewerk. Destijds had hij geen tijd, maar het eerste wat Sedaris deed in Nederland was naar Makkum rijden.

En daar zit hij dan na een middag winkelen. „Ik heb voor achthonderd euro aan porselein gekocht”, zegt hij trots. „Het topstuk is een schaal waar ze midden in een rustiek tafereeltje een penis hebben geschilderd. Eerst denk je: dat is een stukje fruit. Maar nee: het is echt een penis. That’s just so funny!”

Funny. Zoek iets op over de Amerikaanse bestsellerschrijver Sedaris en het woord ‘grappig’ valt. Zijn liefde voor porselein en dan een penis in een schaal zien, past bij zijn verhalen, waarin hij bijvoorbeeld nauwkeurig het bar slechte Engels op een sandwichverpakking in Japan analyseert. In Sedaris’ boeken, ook in Nederland populair, wordt hard en met oog voor detail over zijn familie geschreven, zijn reizen en zijn verleden als twaalf-ambachtenman, voordat hij begin jaren negentig doorbrak als auteur van Naked, Me Talk Pretty One Day en When You Are Engulfed in Flames.

Nu is er iets heel anders van Sedaris op komst: een bundel dierenfabels onder de titel Squirrel Seeks Chipmunk. Sedaris: „Een langgekoesterde wens. Tot nu toe is iedereen die het gelezen heeft enthousiast, maar dat kan ook komen omdat men het òf allemaal wel prima vindt wat ik aandraag òf dat ze me niet durven tegen te spreken. Ach, wat zal het ook. Het is spannend, zo vlak voor publicatie, maar als de fabels mij aanspreken moeten ze ook anderen aanspreken.”

Want dat is hoe het werkt?

„Eigenlijk wel. Als ik een verhaal zou horen over, laten we zeggen Marcus en Beverly die na twee weken uit elkaar gaan omdat ze niets meer hebben om over te praten, dan zou ik denken: zo gaat dat. Maar als iemand me nu een verhaal zou vertellen over een eekhoorn en een wangzakeekhoorn die om dezelfde redenen klaar zijn met elkaar, zou ik onmiddellijk gespitst zijn. Er zou van alles bij me opkomen. Zo van: tja, die twee hadden het ook niet met elkaar moeten aanleggen. Begrijp je?”

Heeft die aanpak in het verleden gewerkt: wat ik leuk vind moeten anderen ook leuk vinden?

„Ik ga ervan uit dat iedereen op precies dezelfde manier in elkaar steekt als ik, dat is waar. Mensen hebben dezelfde wensen, ze storen zich aan dezelfde zaken, we verschillen eigenlijk niet zoveel van elkaar.”

Fabels zijn vaak moralistisch van aard. Zoiets koppel je niet snel aan David Sedaris.

„Ik heb niet in de voetsporen willen treden van Aesopus of Lafontaine. Ik heb niet moralistisch willen zijn, terwijl het wel fabels zijn. Ach, weet u, ik zou niet meer met een moraal aan kunnen komen. Het was allemaal een stuk zwart-witter vroeger, je kon wegkomen met een moralistisch verhaal. Nu zou men reageren door te vragen wat ik me wel niet verbeeld door moralistisch te zijn. Het heeft ook geen zin. De zonde verandert maar bitter weinig, het gereedschap om zondig mee te zijn verandert. Vroeger had je een klootzak met een katapult, nu heeft diezelfde klootzak een gsm in zijn handen en stoort hij anderen met zijn belgedrag. Maar het blijft dezelfde klootzak en je kan er dezelfde moraal op los laten.”

Hoeveel mens zit er in uw dieren?

„Reis je weleens via kleine vliegvelden door de VS? Nee? Je treft daar mensen bij de security aan die hun taak wat betreft terrorismebestrijding veel te serieus nemen. Op de grote vliegvelden zijn ze veel relaxter, daar proberen ze je gewoon zo snel mogelijk van punt a naar punt b te verplaatsen. Maar op een klein vliegveld in Wisconsin stond ik bijvoorbeeld ineens tegenover een oud kreng van de beveiliging dat me ontzettend kortaf sommeerde mijn vest uit te trekken. Ik vroeg beschaafd naar het waarom, maar ze werd steeds onbeschofter. Toen dacht ik: mmm, van jou maak ik een rotkonijn in m’n boek.

„In andere fabels is het niet zo één-op-één. Zo las ik in de krant over een bepaald soort bloedzuiger die alleen in de kont van een nijlpaard kan overleven. Zoiets kan je niet laten liggen toch?”

Onmogelijk. Ervaart u het overigens als een last om zo duidelijk als een ‘humoristisch schrijver’ te worden geafficheerd?

„Op een toer door het land zal ik nooit een verhaal voorlezen waar mensen niet om zullen lachen. Ik schrijf het wel, de ietwat serieuzere kost, maar ik zal er niet uit voordragen. De mensen komen toch om vermaakt te worden, nietwaar? Een vriend van me heeft net een ernstig, intelligent boek uit. Echt iets waardoor je anders naar de dingen gaat kijken. Ik ben tot zoiets niet in staat. Als je zoiets wilt schrijven, moet je slim zijn. En ik ben niet slim, ik ben geen slimme man. En als je dat niet bent, kun je net zo goed grappig zijn.”

Werk van David Sedaris verschijnt in het Nederlands bij uitgeverij Lebowski. ‘Eekhrn zkt eekhrn’, de vertaling van ‘Squirrel Seeks Chipmunk, verschijnt eind deze maand.