Sarrazin en Wilders

Thilo Sarrazin heeft twee grote fouten begaan. Wie is ook weer Thilo Sarrazin? Hij is de voormalige sociaal-democratische senator (wethouder) van Berlijn, die, terwijl hij lid van de directie van de Bundesbank was, een controversieel boek had geschreven. De Bundesbank moet ervoor waken in politiek vaarwater terecht te komen. Hij heeft dus terecht ontslag genomen.

Maar hij heeft dat niet gedaan dan nadat de Bundesbank de tegen hem geuite beschuldigingen en de voordracht tot zijn ontslag bij de bondspresident had teruggenomen. Uit die strijd is Sarrazin dus als moreel winnaar tevoorschijn gekomen.

Zijn tweede fout was dat hij zich niet beperkt had tot zijn bezwaren tegen de islam, die Duitsland had opgescheept met een groeiende minderheid die een rem is op integratie en vooruitgang (anders dan bij andere immigranten). Hij had ook biologische argumenten gebruikt, bijvoorbeeld – zij het niet in het boek – over een Joods gen gesproken.

Weliswaar had hij zich op publicaties beroepen die niemand een kik hadden doen geven toen de Jüdische Allgemeine die eerder in instemmende zin had vermeld. Maar toen Sarrazin dat deed, viel vrijwel de hele politieke klasse plus een groot deel van de ‘weldenkende’ pers over hem heen. Daar klopte dus toen iets niet. Niettemin verontschuldigde Thilo Sarrazin zich voor deze Unfug. Maar deze uitglijder bleef hem achtervolgen.

Het ontslag dat hij nu zelf genomen heeft, bevrijdt in de eerste plaats bondspresident Wulff uit een lastig parket. Hij had zich al in een vroeg stadium negatief over Sarrazins boek uitgelaten, terwijl hij de instantie is die moest beslissen of Sarrazin al dan niet bij de Bundesbank kon blijven – een bevooroordeelde rechter dus.

Bondskanselier Merkel was ook gauw met haar oordeel klaar geweest (zelfs voordat het boek verschenen was). Verleden week kwam zij daarop terug: „Het gaat daarom of een boek gevolgen, en zo ja welke, kan hebben voor een auteur in een bijzonder belangrijke publiekrechtelijke instelling” (daarmee bedoelt zij kennelijk de Bundesbank). Kortom, Sarrazins boek was „überhaupt nicht hilfreich”. Alsof boeken op hun behulpzaamheid beoordeeld moeten worden!

De kroon spande wel minister van Binnenlandse Zaken De Maizière. Hij zei dat de door Sarrazin beschreven deficits de politiek toch al lang bekend waren. Hiermee lokte hij het voor de hand liggende antwoord uit: O ja? Waarom heeft de politiek daar dan niets aan gedaan?

Dat waren allemaal stemmen uit de regeringspartij, de CDU. Sarrazins eigen partij, de oppositionele SPD, heeft al dadelijk een royeringsprocedure tegen hem in gang gezet. Nu is het ’t merkwaardige dat zijn boek niet alleen een groot kassucces is, maar dat bij peilingen hij steevast een grote meerderheid der ondervraagden – ook bij de SPD – achter zich krijgt. Er bestaat dus een kloof tussen de politieke klasse en de grote massa. Dat is verontrustend. We hebben dus nog niet het laatste van deze zaak gehoord.

En nu Nederland, dat, evenals Duitsland, met een groeiende moslimminderheid zit en dus dezelfde problemen heeft. Maar er zijn verschillen. Duitsland is het land dat zeventig jaar geleden zes miljoen Joden heeft vermoord. Het heeft zichzelf weliswaar gerehabiliteerd, maar de politieke klasse reageert nog bijzonder gevoelig op alles wat maar even uitgelegd zou kunnen worden als racisme. Vandaar de paniekerige reacties op Sarrazins boek.

Nederland daarentegen was een slachtoffer van Hitler. Bovendien heeft het zich graag de door koningin Wilhelmina uitgereikte erepalm „één in verzet” laten aanleunen. Een mythe natuurlijk, maar een mythe waarin enkele naoorlogse generaties zijn opgevoed en waaraan deze het recht ontleenden Duitsland de les te leren. Herinnert u zich nog de briefkaartenactie ‘Wij zijn woedend’?

Maar deze verschillen met Duitsland hebben niet gemaakt dat onze politieke klasse onbevangener met het probleem van de allochtone minderheden – en vooral de islam – is omgesprongen. Integendeel, het heeft die problemen jarenlang genegeerd. Toen Bolkestein als eerste serieuze politicus twintig jaar gelden de kat de bel aanbond, werd hij onmiddellijk voor racist uitgemaakt en ging men over tot de orde van de dag.

En nu zitten wij met de anderhalf miljoen Nederlanders die op Wilders – intelligent, maar niet van het intellectuele kaliber van Sarrazin – gestemd hebben. Daar heeft de politieke klasse geen antwoord op – althans geen antwoord dat de hordes die naar Wilders zijn overgelopen, ervan kan overtuigen terug te keren naar hun traditionele partijen. Gevolg: radeloosheid, grenzend aan paniek. De volkspartijen dreigen het predicaat ‘volk’ te verliezen.

Wat te doen? Heroïsch volharden in verzet? Tot de dood erop volgt? Of zich afhankelijk maken van iemand die zelf geen verantwoordelijkheid aanvaardt? Een eerste gevolg daarvan hebben we vorige week gezien, toen Rutte, het staatshoofd schofferend, met een bijna onbetamelijke haast Wilders’ aanbod tot hervatting van hun beraad gretig aanvaardde, nadat Klink het veld geruimd had. Dat belooft wat voor de toekomst.

Is het dan niet beter president Lyndon Johnsons raad te volgen, die in een soortgelijke situatie zei: „Je kunt hem beter in de tent hebben, naar buiten pissend, dan buiten de tent, naar binnen pissend”? Dat werkt misschien met een tweepartijenstelsel, hier niet. Wilders lijkt de politiek in de tang te hebben.