Pyromaan

Hassan Bahara, die met Asis Aynan het feuilleton ‘Driss’ voor de Achterpagina schreef, begint vandaag een tweewekelijks column.

In het Amsterdamse stadsdeel Slotervaart was afgelopen zomer een pyromaan actief. Op sommige nachten konden er zomaar twee auto’s in een straat in brand vliegen. Iedereen in de buurt verdacht wel iemand ervan de brandstichter te zijn. De eerste verdachte wiens naam steeds vaker opdook in de buurtroddels, was die van de 22-jarige Brahim. Die dikke, lange, bebaarde jongen, die ´s nachts mompelend over straat loopt, die altijd voor de deur van zijn ouderlijke woning te vinden is, waar hij uren achtereen naar voorbijgangers kijkt en koffie drinkt. Had hij niet een crimineel verleden? En vertoonde hij niet heel merkwaardig gedrag, dat past bij iemand die een ziekelijk plezier beleeft aan het in brand steken van auto’s?

Maandag 19 juli 2010 werd Brahim thuis opgepakt op verdenking van brandstichting. Hij was alleen met zijn moeder die nauwelijks Nederlands spreekt, noch verstaat.

„Brahim ziek”, zei ze voordat haar zoon werd afgevoerd. En: „Wij morgen vliegtuig naar Marokko.”

Vier jaar geleden werd bij Brahim schizofrenie geconstateerd. Zijn geest desintegreerde toen hij een celstraf van een half jaar uitzat. Hij was vanaf zijn veertiende een ramp van een joch geweest dat niet wilde deugen en altijd in aanraking kwam met de politie. Maar zijn ziekte veranderde hem. Hij werd diepreligieus en liet een baard staan. Hij trok niet meer op met jongens die inbraken beramen, maar met jongens die hun vrije tijd aan koranstudie besteden. Met behulp van antipsychotica probeerde hij zo goed en kwaad als dat ging zijn geestelijke gezondheid te behouden. De medicijnen hadden een dempend effect op zijn grillige en explosieve karakter. Het maakte hem traag en zwaar, maar ook rustiger, vriendelijker. Van een hatelijk rotjoch werd hij een beminnelijke jongeman.

Maar zijn buren zagen alleen een dikke, in zichzelf mompelende loner. Een opleiding of een baantje had hij nog niet. Als hij terug was van zijn vakantie in Marokko zou hij daarover in gesprek gaan met een van zijn medisch begeleiders.

In de nacht van 19 op 20 juli vlogen er weer twee auto’s in Slotervaart in de fik. Brahim kon het onmogelijk gedaan hebben, want hij zat nog steeds vast in een cel. Desondanks zag de politie daar niet voldoende reden in om Brahim meteen vrij te laten. Dat gebeurde pas op dinsdagmiddag 20 juli om kwart voor drie, een half uur voordat zijn vlucht naar Marokko zou vertrekken.

„Denk je dat ik het nog kan halen als ik een taxi neem?” vroeg hij mij. Ik schudde mijn hoofd. „Vergeet het maar, Brahim.” We liepen naar het kantoor van zijn medisch begeleider. Ik droeg de tassen waarin kleren zaten die zijn familie hem had gebracht. Hij zei geen woord over het feit dat hij op basis van geruchten anderhalve dag in een cel heeft moeten doorbrengen.

„Ik moet je een compliment maken, Brahim”, zei zijn medisch begeleider in haar kantoor. “Je was heel gefocust op het politiebureau, je liet je niet van de wijs brengen.”

Brahim bedankte haar voor het bezoek dat ze hem bracht op het politiebureau. Ze schreef hem kalmeringsmiddelen voor, in het geval hij alsnog een terugslag zou krijgen van de arrestatie.

„Ik wil weer naar school”, zei hij toen we buiten stonden. “Anders blijven mensen denken dat ik niets voorstel.” Hij klonk niet wrokkig. Het was de nuchtere gevolgtrekking van iemand die meer wil zijn dan alleen zijn ziekte.

HASSAN BAHARA