Prettig droeve reis door het tranendal met twee broers

Submarino. Regie: Thomas Vinterberg. Met: Jacob Cedergren. In 15 bioscopen****

Sociaal is de alcoholistische, onbeholpen bajesklant Nick een soort Atilla de Hun: waar hij passeert, groeit nooit meer gras. Maar helpt Nick, dan lopen de zaken steevast mis. Ook zijn broer Martin wil iets voor iemand betekenen: hij zorgt voor een zoontje dat beter af zou zijn in een pleeggezin.

De menselijke behoefte aan tederheid, intimiteit, voor iemand zorgen: daar gaat het om in het Deense melodrama Submarino, gesitueerd in Kopenhagen. De film markeert de comeback van Thomas Vinterberg, medeoprichter van de Deens Dogmebeweging die na zijn internationale doorbraak met Festen in 1998 de weg helemaal kwijt raakte. In Submarino keert Vinterberg terug naar de basis, zonder al te veel budget, tijd of verwachtingen. En dat doet hem goed.

Submarino opent met een sprookjesachtige tedere scène waarin twee jochies onder een laken hun babybroertjes knuffelen. Tot hun moeder stomdronken de flat binnenwaggelt, in de keuken ineen stort en over het zeil piest. Nick toont dan zijn harde kant door haar via de urine onder stroom te zetten. Dan volgt het incident dat hun voor de rest van hun leven begraaft onder schuldgevoel.

De toon is gezet. Twee broers die graag goed willen zijn, maar na hun trauma wegzinken in zelfdestructie. Misschien dat de broers elkaar kunnen helpen. Maar als de dood van hun moeder ze even bij elkaar brengt, drijven hun gedeelde nachtmerrie en het noodlot ze weer uiteen.

Submarino volgt Nick en Martin in hun parallelle tranendalen. Een loodzwaar drama , geworteld in de Scandinavische traditie van familieleed, maar met een on-Scandinavisch optimistische visie op de menselijke natuur – al voelt hoop na al die misère een beetje opgelegd. Submarino is zo’n film die je een aangenaam soort droefheid bezorgt.