Minder scholieren naar vmbo, meer naar havo

Meer leerlingen gaan naar havo en vwo en minder jongeren kiezen voor het vmbo. Dit blijkt uit cijfers van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) die gisteren werden gepresenteerd, op verzoek van de NOS.

Acht jaar geleden ging ongeveer 60 procent van de kinderen naar het vmbo en ongeveer 40 procent naar het havo en vwo. Die verhouding was in het schooljaar 2009/2010: 54 procent vmbo tegen 46 procent havo en vwo. Dit is een bevestiging van een trend die al eerder is ingezet. Twintig jaar geleden ging nog 67 procent naar het vmbo (toen nog mavo en lager beroepsonderwijs). DUO geeft geen interpretatie van de cijfers.

De VO-raad, de koepelorganisatie voor het voortgezet onderwijs, wil van het ministerie van Onderwijs een onderzoek naar de exacte oorzaken. In afwachting daarvan noemt het als mogelijke verklaring onder meer de „toegenomen druk van ouders” om voor hun kind een zo hoog mogelijke opleiding te kiezen, het volgen van trainingen voor bijvoorbeeld een zo hoog mogelijke score op de Citotoets.

Ook zijn scholen mogelijk in het verleden „te behoudend” geweest voor hun leerlingen, oppert de VO-raad. „Op een aantal plaatsen in Nederland is de toelatingsnorm voor havo daadwerkelijk verlaagd zodat meer leerlingen de kans krijgen in te stromen.”