Klachten achter gesloten deuren

Hulp en Recht behandelt aangiften van seksueel misbruik in katholieke instellingen. Er kan geen sprake zijn van verjaring.

De klacht tegen oud-bisschop Jo Gijsen van een oud-leerling van de priesteropleiding Rolduc is in mei in behandeling genomen door het katholieke klachtenbureau Hulp en Recht. Dat handelt klachten altijd achter gesloten deuren af en geeft zelf nooit informatie over de precieze aard en inhoud van gevallen van kerkelijk seksueel misbruik.

De Landelijke Instelling Hulp en Recht na seksueel misbruik in pastorale relaties, zoals het klachtenbureau heet, ontving tussen de oprichting in 1995 en januari 2010 driehonderd meldingen. Na februari dit jaar, toen de publiciteit over misbruik in katholieke instellingen losbarstte, kwamen daar 1.700 meldingen bij. Intussen hebben 184 slachtoffers een klacht ingediend bij Hulp en Recht.

Anders dan het kerkelijk recht en het strafrecht kent de procedure van Hulp en Recht geen verjaringstermijn voor seksueel misbruik. Oude zaken worden ook behandeld. De kwestie-Gijsen speelde een halve eeuw geleden.

De feiten worden beoordeeld door de Beoordelings- en Adviescommissie (BAC). Het begrip seksueel misbruik wordt door de BAC ruim gezien. Het is „iedere gedraging waarbij een ander onder dwang of in een afhankelijkheidssituatie seksuele handelingen moet uitvoeren of ondergaan, dan wel seksueel getinte toenaderingen of uitlatingen in welke vorm dan ook moet dulden, waardoor de geestelijke en/of lichamelijke integriteit wordt geschonden. Onder dwang kan onder meer begrepen worden: fysiek geweld of de dreiging daarmee, psychische druk, intimidatie en/of chantage.” Onder deze definitie valt ook de klacht van de oud-leerling van Rolduc dat Gijsen gluurde naar masturberende jongens.

Toch wordt niet elke klacht zomaar in behandeling genomen. De voorzitter van de BAC, M. Tan-de Sonnaville (vicepresident gerechtshof Den Haag), kan na een summier onderzoek een klacht „terstond bij met redenen omklede beslissing afwijzen indien hij van oordeel is dat deze kennelijk niet ontvankelijk, dan wel kennelijk ongegrond is, of van onvoldoende gewicht”, zo schrijft de procedure voor.

Dat is bij de klacht tegen Gijsen niet gebeurd. In dat geval besloot de voorzitter tot een volledige klachtprocedure. De BAC hoort vervolgens klager en aangeklaagde, en bestudeert eventueel bewijsstukken en getuigenverklaringen. Uiteindelijk geeft de BAC een advies aan de bisschop of overste (als het om een lid van een orde of congregatie gaat). Bisschoppen en oversten zijn overigens niet verplicht dit advies op te volgen.

Deze vrijblijvendheid is een van de kritiekpunten van slachtoffers van kerkelijk seksueel misbruik. Er heerst argwaan tegen Hulp en Recht. Ook al omdat het geen onafhankelijke stichting is maar een kerkelijke instelling, opgericht door bisschoppen en oversten. Zij benoemden ook het bestuur dat zich aan regels moet houden die de bisschoppen vaststellen. Lid van de BAC waren in het verleden een priester en een zuster.

Volgens de procedure wordt aan het begin van een klachtprocedure de verantwoordelijke bisschop of overste geïnformeerd. Dat is ook nu gebeurd, bevestigt het bisdom Roermond. Gijsen was priester van bisdom Roermond toen het misbruik gepleegd zou zijn. Daarom zal bisschop Frans Wiertz van Roermond moeten besluiten of hij het advies van de BAC over zijn voorganger Gijsen opvolgt.