Hoezo ethiek, hoezo bronvermelding?

De makers van Wilders, the Movie hebben van ethiek in de journalistiek nooit gehoord.

En de cineast moet zonodig voortdurend in beeld. Powned had het kunnen bedenken.

De journalistiek is in crisis, zegt men, en dat is pijnlijk voor de patiënt, maar het kan ook pijnlijk zijn voor zijn omgeving. In de jaren tachtig speelde in Nederland even een discussie over de ethiek van het journalistieke reisverhaal, een genre dat toen ineens populair werd. Wat die ondernemende schrijvers daar in die verre oorden allemaal precies hoorden en zagen was moeilijk te controleren, maar een enkele keer werd bekend dat zij soms nogal creatief met de feiten omsprongen. Wat lazen wij nu eigenlijk, non-fictie, fictie, faction? De auteurs zaten er niet mee: journalistiek zonder tucht, belletrie mét attentiewaarde: een gouden combinatie!

De laatste jaren is het de ‘documentaire’ die zich in een grote populariteit kan verheugen, en bij een productie als Wilders, the Movie, afgelopen zondag uitgezonden door de VPRO, zie je hetzelfde: journalistieke ethiek, nooit van gehoord. Samenzweringstheorieën, curieuze volgelingen, de hele tombola wordt omgekeerd en aan het eind ligt alles er nóg. Een van de personages is een ietwat labiele Wilders-adept, die in de zorg werkt. Wij volgen hem als hij ’s avonds een bejaarde boer in bed gaat helpen. De oude man is verward, dement wellicht, herkent zijn verzorger niet, scheldt hem uit, verzet zich, terwijl de verzorger stoïcijns zijn werk afmaakt. Een aangrijpende scène, maar waarom moeten wij dit zien? Is de zorgkracht een bruut? Of juist een slachtoffer van het systeem? En is het wel kies deze halfnaakte, verwarde boer zo in beeld te brengen? Allemaal vragen die de makers zich niet stelden, ze hadden een pakkende scène, en daar gaat het maar om.

De trailer die in omloop werd gebracht is een ander voorbeeld: een anonieme bron meent Wilders in compromitterende omstandigheden te hebben gezien. Pure hearsay van het soort dat in Haagse en Amsterdamse cafés per strekkende meter verkrijgbaar is, maar door echte journalisten nooit gepubliceerd wordt. Overigens zag ook een keurige GroenLinks-politicoloog als Meindert Fennema er geen been in om de oplage van zijn Wilders-biografie met dit soort gossip te pimpen. Kennelijk gelden voor Wilders speciale ethische maatstaven. De cineast is zelf voortdurend in beeld, dat is in de mode (kostuumaanwijzing: scruffy jeans, sneakers, en behangen met funky filmapparatuur), maar wat zijn aanwezigheid noodzakelijk maakt, wordt op geen enkel moment duidelijk, behalve dan als vehikel van een ego. De maker wil in beeld en opdat zoveel mogelijk mensen hem (en zijn zonnebrildiadeem) zullen zien, moet er flink wat springstof in de mix. De redactiechef van Powned had het kunnen bedenken.

Ook met het geestelijk eigendom nemen dit soort filmers het nooit zo nauw. Mijn kennissenkring telt diverse non-fictie auteurs die mochten ondervinden hoe cineasten hun werk zonder enige bronvermelding plagieerden, en sinds zondag weet ik hoe het voelt.

De passage over Wilders’ voorliefde voor klassiek, oud-Hollands idioom (‘geen knip voor de neus’, de ‘rambam’, etcetera) is nagenoeg letterlijk overgenomen uit mijn boek over Wilders’ taalgebruik, inclusief beeldspraak (het Land van Ooit, Swiebertje) en citaten. Bron? Nada. Credit? Nop. (Terwijl ik toch de nodige tijd en kennis vrijmaakte voor de ‘researcher’ van het project.)

Geert Wilders mag graag beweren dat de „elite de weg kwijt is”. Zo’n generalisatie valt te bewijzen noch te ontkennen, maar wat betreft de elite van de journalistiek wordt hij de laatste tijd op zijn wenken bediend.

Jan Kuitenbrouwer is schrijver, journalist en auteur van De woorden van Wilders en hoe ze werken (2010).

Lees op nrc.nl de recensie van Wilders, the Movie