Het zat iedereen tot hier. Toen kwam de schwung

De Amsterdamse wijk Slotervaart weerspiegelt de culturele verschillen in Nederland. De laatste aflevering van een serie: hoe ontstond de kentering? En hoe gaat het verder met Slotervaart?

Het was wij tegen zij in Slotervaart. De Marokkaanse jongens noemen de autochtone bewoners: Irromién (Romeinen). Zelf voelen ze zich als de Galliërs, een minderheid, maar dapper en machtig.

Slotervaart. Jarenlang was die Amsterdamse wijk hét voorbeeld van hoe het mis kon gaan met de integratie. De wijk was berucht om rellende jongeren en onveilige straten.

Hoe gaat het nu in Slotervaart?

Slotervaart is nu weer een volkswijk. Dat zegt Gerard Kuijn. Hij was de afgelopen vier jaar wijkteamchef van de politie en neemt nu afscheid. In een volkswijk wonen verschillende groepen door elkaar – in Slotervaart vooral autochtone en Marokkaanse Nederlanders. In een volkswijk gebeurt veel op straat. In Slotervaart staan 22 scholen. Dat trekt een enorm aantal jongeren. Als je in zo’n wijk in paniek raakt van een groepje jongeren dat rondhangt, dan woon je niet op de goeie plek. Maar bewoners moeten zich wel veilig en op hun gemak voelen. En dat, denkt Kuijn, is de laatste jaren steeds meer het geval.

De sociale herovering van een wijk, noemt hoogleraar sociologie Godfried Engbersen dat. „Als mensen zich onprettig voelen, wordt de wrok en het fatalisme groter. Al kan feitelijk het aantal inbraken wel afnemen.” Voor een omslag is het nodig om niet alleen overlast en criminaliteit aan te pakken, zegt hij. „Schoon, heel en veilig is het motto. Zorg voor nieuwe woningen, voor het opknappen van de oude, stimuleer de komst van winkels, zorg voor schone en goed onderhouden straten en een mooi plein. Zichtbare symbolen zijn belangrijk.”

Na de herovering moet de aandacht uitgaan naar de sociale mobiliteit van de bewoners. Zorg dat mensen het zelf kunnen, zegt Engbersen. „Er is zwaar ingezet op de leefbaarheid. De volgende stap is een klassiek emancipatieoffensief.”

Achmed Baâdoud ziet dat. Hij is sinds een paar maanden stadsdeelvoorzitter van Nieuw-West – sinds januari valt Slotervaart samen met Geuzeveld-Slotermeer en Osdorp onder dit stadsdeel. Hij ziet er veel talent, zegt hij, maar er staan te veel mensen aan de kant. „De meeste Marokkaanse vaders hebben een uitkering, dat is geen goed voorbeeld voor hun kinderen. Autochtone kinderen gaan sporten of naar muziekles na schooltijd, de Marokkaanse jongens niet.” Hij wil dat iedereen, ook de Marokkaanse en Turkse Nederlanders, meedoen. Hij wil betere scholen, banen, stageplekken, taallessen, sportfaciliteiten.

Het is een opgave, maar noodzakelijk. Niemand wil terug naar de situatie van 2006. Toen overheerste in delen van Slotervaart de angst. Jongeren keerden zich tegen de politie. Bewoners waren bang, jongens braken op klaarlichte dag in. Of ze wandelden over de geparkeerde auto’s. Niemand durfde de politie te bellen en dat wisten ze. Gerard Kuijn begon in 2006 als wijkteamchef: „Er hing een enorme spanning in de wijk. Ik had maar één opdracht: de vrede handhaven. Ik had voortdurend het gevoel dat het een dubbeltje op z’n kant was.”

Handhaven was ook het sleutelwoord van Ahmed Marcouch, maar dan niet van de vrede. Hij begon met het handhaven van de orde toen hij in 2006 stadsdeelvoorzitter werd. Hij sprak harde taal. Jongens met ongelooflijk schofterig gedrag waren niet baldadig, het was tuig dat keihard aangepakt moest worden. Zij moesten niet opgevangen worden door goedwillende hulpverleners zodat zij onder het genot van een hapje en drankje in het jeugdhonk hun volgende criminele daad konden plannen, zegt hij.

Het was even wennen. Voor de Marokkanen omdat het iemand uit de eigen groep betrof die best precies aan de ouders wilde vertellen wat voor woorden hun zoons tegen voorbijgangers riepen. Daar werden de ouders helemaal ziek van. Voor de autochtonen omdat dit toch wel erg politiek incorrect leek. Maar toch ook wel verfrissend. „Hij was de juiste man op de juiste plaats”, zegt Rose Speelman, sinds een paar maanden wijkteamchef.

De kentering, denkt Kuijn, kwam in oktober 2007 toen twee collega’s werden aangevallen en verwond door een Marokkaanse jongen met een mes in het politiebureau aan het August Allebéplein. De jongen werd uiteindelijk doodgeschoten. Iedereen hield zijn adem in. „Maar de buurt keerde zich niet tegen ons”,zegt Kuijn. „Het zat iedereen tot hier.”

Er ontstond een beweging, een schwung, een dadendrang. Bestuurders werden actief. Iedereen zag de wijk zoals die was door andere ogen: die overlastgevende en criminele jongens wonen in huizen waar geen plek voor ze is. De huizen staan al jaren op de nominatie om gesloopt te worden, hetgeen de corporaties ontslaat van de plicht onderhoud te plegen. Ze hebben vaders die van een uitkering leven en in de moskee zitten. Ze hebben moeders die geen Nederlands spreken. Ze hebben op slechte scholen gezeten.

Corporaties werden aangespoord om beloftes over renovatie en nieuwbouw eindelijk eens in te lossen. Er kwamen straatcoaches die geen vrienden wilden worden met probleemjongeren maar zorgden dat ze vertrokken. „Ik wilde geen politiecapaciteit inzetten om schofterig gedrag te corrigeren”, zegt Marcouch. „Je leeft hier in een wereldstad”, zei hij tegen hangjongeren. „Pak lijn 1 naar het Leidseplein en ga daar lekker chillen. Maar doe dat niet hier in een portiek.” En tegen ouders: „Wat nou geen grip op je kind? Jij hebt hem gebaard, jij voedt hem maar op. Als je problemen hebt, zoek je maar hulp. Een Arabisch spreekwoord: als je kiespijn hebt, zoek je een tandarts. De tandarts zoekt de kiespijn niet op.”

Baâdoud is minder een mediaman dan Marcouch. „Als je de dingen op scherp zet, betekent het niet dat ze weg zijn”, zegt hij. Hij ziet de problemen en wil die best benoemen, maar wil dan ook een oplossing. Hij vreest een terugval in de wijkaanpak door de economische crisis, al beseft hij dat dat de realiteit is. De afgelopen jaren hebben bewoners meegedacht over de buurt. Maar veel van de mooie ideeën en plannen kunnen niet worden uitgevoerd door geldgebrek. Dat tast de geloofwaardigheid van politiek en bestuur aan, vindt Baâdoud. In Amsterdam is een bijna volledige bouwstop afgekondigd.

Voor de politie blijft het hoe dan ook druk, ook als de focus niet meer alleen op overlast ligt. Rose Speelman: „Het stikt van de reanimaties. We hebben enorm veel aanrijdingen. We zijn bezig met het aanpakken van auto- en woninginbraken. In een volkswijk is er altijd wel wat aan de hand.”

Dit is de afsluiting van een 25-delige serie over Slotervaart