Harken en snoeien, dat moet voldoende zijn

Klimaatbeleid is onzin en milieuclubs willen alleen maar subsidie binnenhalen. Natuur en milieu worden geen prioriteiten als het rechtse kabinet doorgaat.

Erg duurzaam zal een kabinet van VVD en CDA met gedoogsteun van PVV vermoedelijk niet worden.

Door de economische crisis is de aandacht voor natuur en milieu verslapt. Negen jaar geleden kon een meerderheid in de Tweede Kamer zich nog boos maken dat het toenmalige kabinet een ‘natuuroffensief’ vanuit de Kamer niet hartelijk omarmde en slechts 45 miljoen euro extra wilde uitgeven voor de aankoop van natuurgronden in plaats van de gevraagde ruim 200 miljoen. Die tijd lijkt nu wel erg lang geleden.

De discussie aan de formatietafel gaat inmiddels over de vraag hoe veel er op milieu en natuur kan worden bezuinigd. Dat is in tijden van recessie niet alleen bittere noodzaak, maar komt ook voort uit de overtuiging dat Nederland op het gebied van milieu vooral niet het beste jongetje van de Europese klas moeten willen zijn, en niet meer moet doen dan waartoe Brussel ons verplicht. En op het gebied van natuur moet Nederland niet te veel ambities willen hebben. Harken en snoeien, dat moet voldoende zijn.

De PVV heeft bijzonder weinig op met duurzaamheid. Klimaatverandering bestaat wel maar is een proces waar de mens geen invloed op heeft en dus heeft klimaatbeleid geen enkele zin. Het gaat eigenlijk best goed met het milieu en het zijn de linkse milieuclubs die telkens opnieuw problemen verzinnen om subsidie binnen te kunnen halen. „De gesubsidieerde milieubeweging draagt er aan bij dat wij in Nederland straks geen gloeilampen meer kunnen kopen. Hele beroepsgroepen worden door de milieulobby in de problemen gebracht. Onze mosselvissers, bij uitstek het symbool van Hollands ondernemerschap en traditie, zijn finaal aan banden gelegd”, zo stond in het verkiezingsprogramma. Het aanleggen van nieuwe natuur is de PVV een gruwel en werd de afgelopen jaren steevast omschreven als tupperware-natuur.

Ook de VVD kun je niet betrappen op overmatige liefde voor natuur en milieu. De invloed van de mens op het klimaat bestaat wel en Nederland moet ook maatregelen nemen om bijvoorbeeld de zeespiegelstijging het hoofd te bieden. Maar Nederland moet niet voorop willen lopen. Bestaande natuurgebieden zoals de Veluwe en de Drentse hei moeten we koesteren maar we moeten niet voortdurend nieuwe natuur aanleggen, vooral niet als die ten koste gaat van vruchtbare landbouwgrond, zoals langs de Westerschelde. We moeten niet ten koste van alles de Ecologische Hoofdstructuur blijven aanleggen, en als we dan toch wat meer natuur willen in dit kleine land, maak boeren daar dan maar verantwoordelijk voor.

Het CDA is van de mogelijke coalitiepartners nog het minst onvriendelijk voor natuur en milieu. De partij wordt vaak aangesproken op haar christelijke verantwoordelijkheid om als rentmeester de aarde te beheren. Maar van harte gaat het bepaald niet. Het CDA wil de Ecologische Hoofdstructuur wel afmaken maar deze natuur moet dan wel worden gecombineerd met functies zoals landbouw en recreatie. Europese milieuregels moeten niet „dominant” worden. Kernenergie en opslag van CO2 zijn vermoedelijk onmisbaar zolang we nog geen echt duurzame samenleving hebben gebouwd. En Nederland heeft dan wel behoefte aan schone lucht maar dat mag niet betekenen dat maatregelen de economische functies van sectoren zoals de landbouw frustreren.

Het lijkt erop dat de aandacht voor natuur en milieu is verdeeld tussen links en rechts. Links is vóór. Van rechts mag het wel wat minder. Vooral minder „symboolpolitiek”. Dat de VVD ooit bekend stond als een partij met gedreven milieuministers als Nijpels en Winsemius is bijna vergeten. Waar deze politieke omslag in de praktijk op uitdraait, is vermoedelijk een fikse bezuiniging. Vereniging Natuurmonumenten en ook voorzitter Pieter van Vollenhoven van het Groenfonds hebben er al voor gepleit om de aanleg van de Ecologische Hoofdstructuur, die eigenlijk in 2018 klaar had moeten zijn, met enkele jaren te vertragen. Dit om afstel te voorkomen. Maar het kabinet zou er ook weleens zomaar mee kunnen stoppen. En wat doet een nieuw kabinet met de oproep van Van Vollenhoven en ook van het Planbureau voor de Leefomgeving om de subsidie voor boerennatuur te schrappen en te gebruiken voor aankoop van ‘echte’ natuur?

Het zou niemand hoeven te verbazen als in het regeerakkoord van een rechts kabinet straks komt te staan dat Nederland niet langer streeft naar een reductie van broeikasgassen met 30 procent in 2020 maar met 20 procent. Ook met de subsidies aan milieuorganisaties zou het weleens bijna helemaal afgelopen kunnen zijn. En de kilometerheffing, door milieuorganisaties en wetenschappers verwelkomd als methode om files én milieuschade te beperken, zal er wellicht niet komen. Ook al schijnt het CDA toch ‘iets’ te willen met betaling door autorijders.