Goed of slecht, bezuinigen moet sowieso

Gaat het goed of slecht met de economie? Een kabinet dat harde bezuinigingen wil verkopen, verkiest de sombere uitleg.

De economie draait lekker, er hoeft minder bezuinigd te worden. Maar ook: het gaat slecht met de economie en forse bezuinigingen zijn nodig.

Dat is kort samengevat de huidige situatie die de gemoederen in politiek Den Haag bezighoudt. En het is allemaal waar.

Het perspectief bepaalt of de analyse zonnig of somber is. Dit jaar draait de economie boven verwachting, maar de jongste prognoses voor volgend jaar zijn neerwaarts bijgesteld, zo blijkt uit de eerste uitgelekte cijfers van de Macro Economische Verkenning die op Prinsjesdag wordt gepubliceerd (inderdaad, dezelfde cijfers waarvoor toenmalig Kamerlid Paul Tang vorig jaar wegens lekken een maand geschorst werd).

Doordat de economie dit jaar beter draait dan verwacht en demissionair minister De Jager (Financiën, CDA) een tandje hoger schakelt met de bezuinigingen, zal het verwachte begrotingstekort volgend jaar lager uitvallen. Het verschil tussen inkomsten en uitgaven komt uit op 3,9 procent. Een half jaar geleden rekende het Centraal Planbureau (CPB) nog op een tekort van 4,9 procent. De conclusie ligt voor de hand dat een toekomstig kabinet minder hoeft te snijden dan verwacht.

Tegelijkertijd zien de onderhandelaars van een door de PVV ondersteund VVD/CDA-kabinet dat de groeivooruitzichten tegenvallen. Het streven om 18 miljard euro te bezuinigen is gebaseerd op een rapport van een ambtelijke studiegroep die in 2011 rekende op 2 procent economische groei. Inmiddels is die verwachting in twee stappen verlaagd naar 1,5 procent. Dat betekent door de bank genomen minder inkomsten voor de overheid waardoor de tekorten op de Rijksbegroting minder snel slinken.

Voor politici de taak om in deze golf van macro-economische dagkoersen en tussenstanden een duidelijke koers te kiezen. Dat is vooral lastig voor de maatschappelijke problemen waarvan de prognoses heen en weer zwiepen. Begin vorig jaar waarschuwde directeur Coen Teulings van het planbureau voor een werkloosheid die richting de 10 procent zou kunnen oplopen. Sindsdien zijn de voorspellingen stelselmatig verlaagd. Nu verwacht het CPB een werkloze beroepsbevolking van 5,5 procent. Vanochtend maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek bekend dat het aantal werklozen voor de zesde maand op rij gedaald is. De Nederlandse arbeidsmarkt blijkt telkens meer veerkracht te bezitten dan aangenomen.

Aan die gedachte zullen Nederlandse ambtenaren zich moeten vastklampen. Juist voor hen ontvouwt zich een inktzwart scenario. Het demissionaire kabinet boekt op de valreep 700 miljoen loonmatiging in voor de ambtenaren en daarnaast wordt het apparaat met 230 miljoen euro gekort.

Dat staat los van het project ‘Vernieuwing Rijksdienst’ dat Balkenende IV bij aantreden presenteerde. Het ambtenarenapparaat zou in 2011 met 12.000 man indikken. De overheid heeft ruim 2.000 banen geschrapt, waardoor er komend jaar nog circa 10.000 arbeidsplaatsen moeten verdwijnen.

Aan de onderhandelingstafel van Opstelten wordt ondertussen bestudeerd hoe er meer dan 4 miljard euro op het openbaar bestuur kan worden bezuinigd. Met vraagstukken als: met hoeveel ambtenaren kunnen we minder, wat accepteert het planbureau nog als realistisch en in hoeverre kunnen de salarissen in de collectieve sector niet alleen bevroren, maar ook verlaagd worden? Het planbureau becijferde dat de bezuinigingsplannen van formerende partijen mogelijk tot een verlies van 60.000 overheidsbanen konden leiden.

Het kabinet dicht een gat van 3,2 miljard met verwijzing naar een motie van Wouter Koolmees (D66). Die is echter teleurgesteld over de uitvoering. „Het is jammer dat minister De Jager nu drie jaar extra de tijd neemt. De problemen zijn zo groot dat meer urgentie op zijn plaats is.”

Zijn laatste opmerking slaat bij voorbaat dood. De discussie in hoeverre in welk tempo bezuinigingen nodig zijn, wordt op het Binnenhof niet gevoerd. Dat komt wellicht doordat het moeilijk discussiëren is met een demissionair kabinet of met partijen die onderhandelen over een nieuw kabinet.

Uitgangspunt voor Rutte, Verhagen en Wilders blijft de 18 miljard die de Studiegroep Begrotingsruimte in maart berekende. Dat getal is gebaseerd op de stijgende levensverwachting en de oplopende kosten van zorg en vergrijzing. Een nieuw kabinet zou volgens de ambtenaren met bezuinigingen aan „front loading” (op voorhand inslaan) moeten doen. Balkenende is daar al mee begonnen.