Gletsjers beschermen Andes

Gletsjers beschermen bergen in het zuidelijk deel van de Andes tegen erosie. Dat is verrassend omdat gletsjers bergen doorgaans juist klein houden, doordat ze er langzaam maar zeker materiaal vanaf schuren.

De Amerikaanse gletsjerdeskundige Stuart Thomson publiceert vandaag in Nature een analyse van 146 gesteentemonsters uit de Andes. Thomson ontdekte dat Andesrotsen ouder waren naarmate ze zuidelijker lagen. Daaruit maakt hij op dat de erosie van het Andesgebergte in het zuiden de afgelopen miljoenen jaren minder efficiënt verliep.

Volgens Thomson moet de onderkant van gletsjers in zuidelijke delen van de Andes zo koud zijn dat ze vastgevroren liggen. Gletsjers die stilliggen kunnen berghellingen niet afschuren en Thomson denkt zelfs dat ze de bergen tegen erosie beschermen. Dit betekent dat het Andesgebergte hier kan groeien door de plaattektoniek. De Andes worden opgestuwd door de botsing tussen de zeebodem van de Stille Oceaan en het vaste continent van Zuid-Amerika. Volgens een voorzichtige schatting groeit het zuidelijk deel van de Andes nog altijd, met zo’n 0,1 millimeter per jaar.

Thomson bestrijdt niet dat gletsjers dichter bij de evenaar bergen wél afbreken. Het gletsjerijs en vooral de stenen die erin zitten schuren bergen hier af doordat ze er overheen schuiven. Berggletsjers, die op aarde (weer) zijn ontstaan in de afgelopen 3 tot 5 miljoen jaar, werken als een cirkelzaag die de groei van bergen door plaattektoniek in toom houdt, beschreef glacioloog David Egholm ruim een jaar geleden in Nature.

Volgens de nieuwe studie zijn de Andes dus een uitzondering. Dat zulke uitzonderingen bestaan vermoedde Egholm (universiteit van Aarhus) al. Zo is Mount Kinley in Alaska veel hoger dan de theorie van de ijscirkelzaag voorspelt.