Focaccia uit de achtertuin

Focaccia - brood

In zijn hut in de achtertuin heeft zoon (9) met enige hulp van zijn vader een open haardje gemetseld. Elke middag vertrekt hij met wat hout en oude kranten naar zijn privévertrek en dan zie ik even later een pluim rook uit zijn schoorsteenpijpje komen. In een piepklein koekepannetje dat hij van zijn oma heeft gekregen bakt hij boven zijn vuur een visstick of een aardappel.

Nu ik heb gezien hoe weinig moeite het kost om zo’n haardje te bouwen ben ik vastbesloten om komend voorjaar eindelijk eens die pizzaoven te gaan metselen, waar ik al zo lang van droom. Ik heb het tot nu toe uitgesteld omdat ik vaak hoor dat het vreselijk ingewikkeld is, zo’n houtoven. Hoogte, diepte, hitteverdeling; het schijnt allemaal nogal nauw te luisteren. Maar kom op zeg: wie niet waagt wie niet wint. Bovendien zag ik dat er op internet allerlei goeie tips te vinden zijn van pizzaovenbouwers die me zijn voorgegaan.

Ik verheug me al buitensporig op wat ik ga maken als mijn oventje straks brandt. Komende zomer, als in de vinextuinen rondom mij weer diezelfde afgezaagde barbecue wordt aangestoken, zal ik fluitend mijn pizza met artisjokken boven het geurige houtvuur schuiven. Of zo’n fijne focaccia met olijfolie, zout en kruiden.

400 gram fijn griesmeel (Semoule de blé)

100 gram bloem (type ‘00’)

30 gram verse gist

250 ml warm water

suiker

olijfolie

grof (zee) zout

rozemarijn of salie

Los de gist op in 50 ml warm water, voeg een klein beetje suiker toe en zet het even weg tot het begint te schuimen. Roer meel, bloem en flink zout door elkaar, maak een kuiltje in het midden en giet het gistmengsel erin. Meng alles door elkaar, doe er twee eetlepels olijfolie bij en de rest van het warme water tot een mooi zacht deeg ontstaat. Kneed een kwartier goed door. Rol het deeg even door de olijfolie zodat het geen korst krijgt en laat het onder een klamme theedoek op een warme plek een uur (of twee) rijzen. Kneed het nogmaals goed door, spreek het bemoedigend toe en zet het weer weg. Waarom zo’n focaccia de ene keer veel beter lukt dan de andere zal wel altijd een mysterie voor me blijven, maar áls-ie lukt is het misschien wel de lekkerste hartige taart die er bestaat.

Bekleed een bakplaat met bakpapier en kwast dit in met olijfolie. Rol het deeg uit totdat u een lap heeft die precies op de plaat past. Druk er kuiltjes in en bestrijk ’m met olijfolie. Strooi er grove zoutkorrels en wat fijngesneden rozemarijn of salie over en laat de focaccia nogmaals een half uurtje rusten. Bak ’m twintig minuten in een hete oven (240 graden), of schuif ’m tevreden in uw zelfgemetselde houtoventje.

Janneke is met ziekteverlof. Roos Ouwehand, actrice, schrijfster en amateurkok, vervangt haar.