EU-landen ruziën over sancties

Europese regeringsleiders praten vandaag over straffen voor landen die hun begrotingen laten ontsporen.

Voorzitter Herman van Rompuy van de Europese Raad probeert landen op één lijn te krijgen bij de bestrijding van de economische crisis. Foto AFP EU Coucil president Herman Van Rompuy gestures as he awaits the arrival of the new president of Poland Bronislaw Komorowski prior to a working session at the EU Headquarters in Brussels on September 2, 2010 . AFP PHOTO GEORGES GOBET AFP

De rel over de Roma domineert vandaag de top van Europese regeringleiders. Maar daar zijn sommige mensen in Brussel niet rouwig om. Want zo schuift een ander probleem naar de achtergrond: het feit dat de zogeheten ‘taskforce’ onder leiding van Europees president Herman van Rompuy al weken muurvast zit.

De 27 regeringsleiders richtten die taskforce in maart op, tijdens de Griekse schuldencrisis, om de teugels in de eurogroep strakker aan te halen. Ministers van Financiën kregen tot oktober om te onderhandelen over meer begrotingsdiscipline, meer coördinatie van het nationale economische beleid en over de oprichting van een permanent crisismechanisme. Dit om te voorkomen dat één land de eurozone nogmaals in zo’n diepe politieke crisis stort. Op de top van vandaag zou Van Rompuy verslag doen van de voortgang.

Maar Van Rompuy heeft weinig voortgang te melden. De taskforce blijft steken op een cruciaal thema: sancties voor overtreders van het Stabiliteitspact. Welke sancties er ook worden voorgesteld – geldboetes, stopzetting van Europese subsidies of stemrecht – er zijn steeds landen die ze blokkeren. „We ontmoeten elkaar iedere keer”, klaagde de Luxemburgse minister Luc Frieden, „maar komen steeds op hetzelfde principe uit.”

De regeringsleiders hoopten dat ze met de taskforce, een nieuw vergaderplatform dat de bestaande Europese bureaucratie links laat liggen, snel de doorbraken konden forceren die nodig waren om financiële markten weer vertrouwen in de euro te geven. Maar rentes op staatsleningen in Spanje en Portugal stijgen weer. En sommige deelnemers aan de taskforce zijn zo ontgoocheld dat ze dezelfde functionarissen van de Europese Commissie die ze eerder buiten de deur hebben gehouden, toch hebben gevraagd om de impasse met concrete voorstellen te doorbreken.

Lorenzo Bini Smaghi, bestuurder van de Europese Centrale Bank (ECB), waarschuwde in het Europees Parlement dat die voorstellen ambitieus moeten zijn. Alle „gaten in het institutionele bouwwerk rondom de euro moeten worden dichtgekit”, zei hij, anders blijft de munt „kwetsbaar voor toekomstige aanvallen”.

Bini Smaghi is niet de enige die zich zorgen maakt. De Duitse minister Wolfgang Schäuble vertelde dat „het elan vermindert om lessen [uit de crisis] te trekken”. Maandag zei Schäuble dat Van Rompuy met „concrete voorstellen” moet komen. Ook de Franse minister Christine Lagarde bevestigt dat de onderhandelingen stuk lopen op „erg moeilijke” juridische obstakels. Maar de taskforce is óók een product van de institutionele verwarring die het Lissabon-verdrag heeft geschapen.

Vervolg Van Rompuy: pagina 13

Alle landen in EU zijn bang voor sancties

Het verdrag is soms vaag over wie wat mag doen. Commissie, parlement en regeringen vechten constant om de macht. Normaal zit de Europese president geen ministers van Financiën voor; het verdrag verbiedt dat zelfs. Maar nood brak wetten bij de taskforce. Landen als Duitsland wilden, zoals zo vaak tijdens de crisis, het heft in eigen hand houden en de Commissie erbuiten te houden. Van Rompuy wilde de taskforce leiden omdat het om belangrijke concessies van lidstaten gaat. Toch haalde hij de Commissie aan tafel. Maar in een ondergeschikte rol: pas als ministers iets beslisten, mocht de Commissie er een wetsvoorstel van maken. „We worden als secretaresse van de lidstaten gebruikt”, klaagde een Commissie-ambtenaar.

Een diplomaat noemde de taskforce juist „een verademing”. „Je hebt niet die stroop van Europese ambtenaren. Niet dat gezeur van ‘dit kan wel, dat mag niet’. Van Rompuy vraagt wat het probleem is en werkt naar de oplossing toe. Direct, informeel.”

Aanvankelijk werkte het. Zo besloten de ministers dat ze voortaan hun begrotingen in de ontwerpfase naar Brussel sturen. Dat was vroeger taboe. Moeilijker lag het met het plan om landen niet alleen op hun begrotingstekort maar ook op staatsschuld aan te spreken. Italië, dat al jaren torenhoge schulden heeft, blokkeerde dit. Uiteindelijk stonden de Italianen alleen, en gingen ze overstag.

Het volgende onderwerp was ‘sancties’. Sancties staan al jaren in het Stabiliteitspact, maar zijn door een gebrek aan politieke wil nooit gebruikt. In 2005 veranderden Duitsland en Frankrijk de regels om sancties te ontlopen. Nu, na het Griekse debacle, heeft Berlijn spijt: het wil sancties strikter maken, eerder toepassen – als een land nog geld heeft – en automatisch in werking laten treden. Tot zover was iedereen akkoord. Nu is de vraag: wat voor sancties? Eén idee is om een land stemrecht af te pakken. Maar Oost-Europese landen, die zich vaak buitenbeetje voelen, zijn ertegen. Frankrijk en Roemenië willen als groot-ontvangers geen landbouwsubsidies kortwieken. Polen wil niet in structuur- en cohesiefondsen snijden. Het gesprek draait volgens een deelnemer „in een kringetje rond”. „Van Rompuy heeft niet de mensen om concrete voorstellen te maken waarmee je de patstelling kunt doorbreken.”

Van Rompuy heeft zo’n veertig medewerkers. Daar zitten economische zwaargewichten bij met goede reputatie. Maar de echte experts, de ‘eurocraten’ die elke komma van bestaande regeltjes kennen en weten hoe je gecompliceerde wetsteksten opstelt, zitten bij de Commissie. De regeringsleiders ontdekken nu dat vergaderen in een intergouvernementeel groepje grenzen heeft. „Ministers zijn generalisten”, zegt een functionaris.

Vandaar dat de taskforce weer bij de Commissie heeft aanklopt. Die komt op 29 september met voorstellen. Duitsland probeert het aantal voorstellen te beperken. Landjes als Nederland, die het machtsspel van grote landen in de taskforce hebben meegemaakt, hebben daar minder problemen mee. En de Commissie heeft de media al uitgenodigd voor de 29ste. Want daar wordt dit als een kleine triomf beschouwd.