Elegant lijnenspel van Fellner

Klassiek Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Bernard Haitink, m.m.v. Till Fellener, piano. Gehoord: 15/9, Concertgebouw, Amsterdam. Herhaling: 15/9, 16/9 en 19/9 (14.15 uur) aldaar. ****

Het Concertgebouworkest trad gisteravond aan met eredirigent Bernard Haitink de Oostenrijkse pianist Till Fellner (1972) als solist. Kwaliteit en inhoud waren daarmee gewaarborgd. Want de vertrouwdheid waarmee Haitink het Concertgebouworkest duidelijk weet te maken waar hij heen wil, leidt tot fascinerende klankresultaten. Met zijn ingetogen Beethoven en zijn visionaire Bruckner liet hij horen dat in muziek eenvoud het kenmerk is van meesterschap.

Zonder zich ook maar één seconde te bezondigen aan de jachtige tempo’s en de schreeuwerige accenten van veel actuele interpretaties, koos Haitink bij de orkestinleiding van Beethovens Derde Pianoconcert voor kracht, uitgelezen verhoudingen en een verinnerlijkte beroering. Wie zich door Haitink liet overhalen om de blik naar binnen in plaats van naar buiten te richten, werd vanaf de openingsmaat verrast door een muzikaal filigraan van uitzonderlijke klasse.

Pianist Till Fellner, die al eerder optrad in de Kleine Zaal en in de Serie Meesterpianisten, debuteerde bij het Concertgebouworkest in stijl van zijn leraar Alfred Brendel, die in zijn fameuze Beethoven-interpretaties neigde naar het academische. Fellner voegde daar een vleugje improvisatorische vrijheid en nauwelijks aanwijsbare eigenzinnigheid aan toe, waardoor hij meer dan zijn leraar hoofd, hart én buik beroerde.

Door zijn sympathieke keuze voor muzikale spontaniteit, vloog er wel eens een nootje uit de koers. Maar de winst was een sprankelende, losjes ademende Beethoven, waarin Fellner verraste met zijn elegante lijnenspel en fijnzinnige toucher.

Hoogtepunt was de magistrale vertolking van Bruckners Zevende symfonie, die hemelwaarts steeg onder de ervaren leiding van Haitink. Met minieme aanwijzingen sprak hij de orkestmusici aan op hun individuele verantwoordelijkheid om te gaan voor het hoogst haalbare in klank en nuancering.

Zo glansde het koper als nooit tevoren in alle wendingen en stapelingen van Bruckners muzikale ‘slagschip’. De strijkers smolten samen om dan weer in harmonische samenspraak met alle blazers en slagwerk open te bloeien.