Een moslima kickt in roze

Antropoloog Jasmijn Rana sprak met 65 moslima’s en ontdekte hoe toegankelijk kickboksen voor hen is.

„Het is vaak hun eerste kennismaking met sport.”

Fragment uit de strip van Sandra de Haan.

Uitgeput en bezweet liggen ze op de rode matten van sportschool Mousid-gym in Amsterdam-Oost. Vier meisjes. Twee van Marokkaanse afkomst, één Nederlands en één Hindoestaans. Voor de Marokkaanse meisjes was het de eerste les na de vastenmaand ramadan, waarin ze niet trainden. Hajar (18) was zelfs eerder al gestopt. Haar ouders vinden het niet goed dat ze kickbokst, maar vandaag trok ze het niet meer en is ze gewoon gegaan. Ze slaat en schopt nog steeds keihard, maar haar conditie is flink minder. „En ik ben aangekomen”, hijgt ze.

Kickboksen is populair onder Marokkaanse meisjes. Antropologe Jasmijn Rana wilde weten waarom zo veel Marokkaanse meisjes gaan kickboksen en deed onderzoek in opdracht van het instituut voor multiculturele vraagstukken Forum. Ze sprak zo’n 65 meisjes van wie vijftien heel uitgebreid.

Cijfers zijn er niet. Maar bel een willekeurige kickboksschool in de Randstad en ze bevestigen het beeld. Vooral de ‘ladies only’-lessen zijn gewild onder Marokkaanse meisjes, die vaak liever niet sporten met jongens erbij. Dat geldt trouwens ook voor autochtone meisjes. In de sportschool van meervoudig wereldkampioen Nourdin El Otmani bijvoorbeeld, in Amsterdam Nieuw-West, is eenderde van de kickboksers vrouw. Vooral van Marokkaanse afkomst.

Jasmijn Rana (half-Nederlands, half-Pakistaans) trainde mee met de meisjes, sprak ze in de kleedkamer en na de lessen. Ze ontdekte dat kickboksen een toegankelijke en betaalbare sport is voor Marokkaans-Nederlandse meisjes. Kickboksen kan vaak in hun eigen wijk in buurthuizen, gymzalen en sportscholen. Voor sporten zoals voetbal en hockey moet je vaak een stuk fietsen. En het lidmaatschap is duur. Soms horen de meisjes van hun moeder die taalles volgt in een buurthuis, dat er ook sportlessen zijn. Dat is dan kickboksen. De overheid stimuleert het aanbod; weerbaarheidstrainingen voor Marokkaanse en Hindoestaanse meisjes zouden de integratie bevorderen.

Dat Marokkaanse meisjes introvert en gehoorzaam zijn, is een mythe. Wereldkampioen Nourdin El Otmani moet erom lachen. Het verschilt per persoon maar veel Marokkaanse meisjes zijn energiek en hebben een enorme drive, zegt hij. „Handig bij het boksen.” Maar het belangrijkst is discipline en doorzettingsvermogen, zegt hij. „En ze moeten een beetje gevoelig zijn voor groepsdruk. Zodat ze lekker dóórgaan.” Als een Marokkaans meisje eenmaal op kickboksen zit en het leuk vindt, neemt ze haar vriendinnen mee, zegt hij. „Zo groeit de populariteit van de sport binnen de groep vanzelf.”

Marokkaanse meisjes kunnen zich identificeren met bekende vrouwelijke Marokkaanse vechters in Nederland, zoals wereldkampioenes Soumia Abalhaja en Amina Negadi. „Dat zijn hun rolmodellen”, zegt Jasmijn Rana. Nourdin El Otmani: „Ze zullen niet snel gaan tennissen of hockeyen. Tussen vooral autochtone meisjes voelen ze zich niet op hun gemak.”

De meisjes zelf zeggen dat ze gaan kickboksen om wat aan hun conditie te doen. En om af te vallen of slank te blijven. „Ik kan mijn agressie kwijt”, zegt Hajar.

Jasmijn Rana hoorde allerlei strategieën die meisjes gebruiken om hun ouders te overtuigen. Sommige meisjes nemen hun moeder mee, om te laten zien dat er echt alleen vrouwen in de les zitten. Anderen stellen dat de islam voorschrijft dat je goed voor je lichaam moet zorgen. De profeet hield ook hardloopwedstrijden met zijn vrouw. Uiteindelijk lukt het ze om ze te overtuigen, zegt Jasmijn Rana, al weet ze natuurlijk niet hoeveel meisjes wel zouden willen, maar niet mogen. Ze kent maar één meisje dat stiekem traint.

Als de meisjes het kickboksen volhouden en er goed in worden, is dat een grote prestatie, vindt Jasmijn Rana. „Autochtone kinderen mogen meestal op hun zesde een sport kiezen. Zij groeien ermee op. Voor allochtone meisjes is het kickboksen meestal de eerste kennismaking met de sport. Zij moeten leren de discipline op te brengen twee of drie keer in de week te trainen.” Als ze dat lukt, zijn ze meestal ook heel gedisciplineerd met school en bijbaantjes.

Hajar, in sportschool Mousid-gym in Amsterdam-Oost, slaat en trapt met doffe dreunen tegen de stootkussens die haar trainster vasthoudt. Ze danst over de mat, stilstaan mag niet. Vuisten in rode bokshandschoenen voor haar gezicht. Wat haar ouders ook zeggen, ze gaat door. „Zonder kickboksen kan ik niet leven.”