Een gnoe gaat niet gauw over een zebrapad

Anderhalf miljoen gnoes en zebra’s zouden twee keer per jaar een snelweg moeten oversteken, als die er komt. Terwijl ze een zandpad al heel eng vinden.

Een tweebaans autoweg, dwars door Serengeti National Park, is geen goed idee. Zo’n weg belemmert de jaarlijkse trektocht van 1,3 miljoen gnoes en de achteruitgang van deze cruciale soort zal ten koste gaan van het gehele, beroemde natuurgebied. Dat schrijft een groep van 27 wetenschappers vandaag in een ingezonden brief aan het wetenschappelijk tijdschrift Nature.

Volgens de wetenschappers neemt de pressie van ‘buitenlandse belanghebbenden’ op de aanleg van deze 155 kilometer lange weg toe. „Een weg door de Serengeti is de snelste manier om kostbare mineralen vanuit Centraal-Afrika via het Victoriameer naar de oostkust van Afrika te transporteren”, verklaart de Amerikaanse ecoloog Andrew Dobson aan de telefoon. „De autoweg moet een alternatief bieden voor de sterk verouderde spoorweg in het noordelijker gelegen Kenia. Deze nieuwe weg was oorspronkelijk voor 2012 gepland, maar er zijn signalen dat de aanleg versneld gaat worden. Langs sommige delen van de route zijn al markeringsvlaggetjes geplaatst die het verloop van de toekomstige weg aangeven.”

De Serengeti is een savanne- en bosgebied in het noorden van Tanzania en het zuiden van Kenia. Er leven twee miljoen grote grazers. Deze gnoes, gazellen en zebra’s worden gegeten door leeuwen, jachtluipaarden en wilde honden. Aan het einde van het regenseizoen trekken de grazers vanuit Tanzania naar groenere weiden in Kenia. Later in het seizoen keren ze terug in het zuiden.

Dobson, werkzaam aan de universiteit van Princeton, heeft de spectaculaire trektocht vaak aanschouwd. „Het is magnifiek”, zegt hij. „Je ziet gnoes met zebra’s er tussendoor tot aan de horizon. En die horizon is twintig kilometer ver weg. In die zee van dieren is het een gegrom en gebrul van jewelste.”

Anderhalf miljoen gnoes en zebra’s zouden de nieuwe weg twee keer per jaar moeten oversteken. Dat zal verkeersongelukken opleveren, tenzij de weg wordt afgerasterd – en dat zou volgens de wetenschappers funest zijn voor de gnoetrek. „Wij zien die dieren nu al aarzelen als ze een kleine zandweg tegenkomen”, vertelt Dobson. „Het aanleggen van overgangen of tunnels voor de trek van meer dan een miljoen dieren is uitgesloten. Een brug waar wild overheen kan trekken kost bovendien algauw 2 miljoen dollar. Eigenlijk zou je een weg door Serengeti National Park alleen maar kunnen aanleggen door een tunnel, maar daar is natuurlijk al helemaal geen geld voor.”

De tegenstanders van de weg door Serengeti National Park wijzen erop dat wegen in onontwikkelde gebieden toegang verschaffen aan stropers en dat er langs deze wegen doorgaans een lint van bebouwing ontstaat. Ze erkennen dat economische ontwikkeling in Tanzania hard nodig is, maar ze wijzen er ook op dat de Serengeti een belangrijke toeristentrekker is en dat deze sector goed is voor bijna een kwart van de Tanzaniaanse inkomsten uit het buitenland.

„Er bestaat een beter alternatief voor deze weg”, zegt Dobson. „Dat is de aanleg van een autoweg langs de zuidrand van het park.” De weg van het Victoriameer naar de kust langs deze route is 50 kilometer langer, maar misschien makkelijker aan te leggen. De route vermijdt de allersteilste kliffen van de Riftvallei die noordzuid door de Serengeti loopt. Bovendien, zegt Dobson, zou zo’n weg meer mensen transportmogelijkheden bieden naar de kustgebieden. „Het vervoer van kostbare mineralen uit Afrika hoeft niet de enige reden te zijn om een weg aan te leggen”, zegt Dobson. „Je kunt ook denken aan de kleine boeren die met zo’n weg toegang krijgen tot nieuwe afzetmarkten.”