De nieuwe zuinigheid

Geen herhaling van de recessie, maar ook geen uitbundig herstel, dat is het scenario waarmee een volgend kabinet op de korte termijn rekening moet houden. Dat blijkt tenminste uit de uitgelekte hoofdpunten van de macro-economische verkenning (MEV), die ten grondslag ligt aan de begroting voor 2011. Deze Miljoenennota wordt aanstaande dinsdag gepresenteerd door het demissionaire kabinet.

Nu kan zo’n prognose alleen als globale leidraad dienen. In de MEV van een jaar geleden voorzag het Centraal Planbureau (CPB) een economische groei van 0 procent voor 2010. Die pakt veel gunstiger uit: waarschijnlijk 1,75 procent. De 1,5 procent groei die nu voor het komende jaar wordt voorspeld, kan in werkelijkheid nog alle kanten op. Maar het is veilig om uit te gaan van dit scenario van positieve, maar ondermaatse economische expansie. De wereldeconomie, op de golven waarvan exportland Nederland als een bootje mee deint, is uiterst onzeker. Een paar procenten groei van de wereldhandel minder of meer vergroten zich uit in de economische ontwikkeling binnen onze grenzen.

Het kabinet mag de meevallers, vooral veroorzaakt doordat de werkloosheid veel minder hard is opgelopen dan direct na de kredietcrisis werd gevreesd, verwelkomen, maar niet zonder meer in de zak steken. Dat geldt ook voor het begrotingstekort, dat volgend jaar naar verwachting daalt tot 3,9 procent van het bruto binnenlands product. De 3,2 miljard aan bezuinigingen die het kabinet volgende week zal aankondigen, draagt bij aan deze daling. Deze afname zet Nederland overtuigend op het pad in de richting van het herstel van de overheidsfinanciën op de middellange termijn.

Maar de onzekerheid waarmee de internationale conjunctuur is omringd, noopt ook op dit punt tot voorzichtigheid. Niet vergeten moet worden dat het streven is om de begroting in balans te krijgen en de staatsschuld terug te dringen tot een beheersbaar en dragelijk niveau. Alleen profiteren van de economische groei en de huidige, extreem lage rente, is daarvoor niet genoeg. Dat geldt des te meer omdat het onzeker is hoe de economische groei op de middellange termijn zal zijn. Als er daadwerkelijk sprake is van wat al een ‘nieuw normaal’ wordt genoemd – een langdurige periode van lage groei en lage inflatie – zal ook het begrotingsbeleid daar, met een ‘nieuwe zuinigheid’, structureel aan moet worden aangepast.

Over de hoogte van de additionele bezuinigingsinspanningen van een volgend kabinet valt te discussiëren. Het gaat erom een balans te vinden tussen begrotingsdiscipline en het bespoedigen of ten minste intact laten van het economisch herstel. De economische prognose in de jongste MEV is niet om over naar huis te schrijven, maar het scenario had slechter gekund. De voornaamste boodschap blijft die van prudentie. Met de naderende kosten van de vergrijzing aan de horizon kan het kabinet met het begrotingsbeleid beter het zekere voor het onzekere nemen.