De belasting is er níéts bij

Mannen betalen minder vaak hun alimentatie. Ze vinden het bedrag te hoog en de procedure ondoorzichtig.

Vorig jaar steeg het aantal wanbetalers met 23 procent.

Hij heeft al zo veel schulden. Twee hypothecaire leningen, de Comfort Card (140 euro per maand), de Postbank (80 euro) en de Visa Card (330 euro). En zijn inkomen was vorig jaar lager dan in 2008 – door de recessie had hij minder klanten. Hoe moet hij 500 euro alimentatie voor zijn ex en 250 euro voor zijn kind opbrengen? Het Haagse gerechtshof gaf de man onlangs deels gelijk. Want op is op. Alleen voor zijn kind moet hij blijven betalen.

Steeds meer mannen betalen de alimentatie niet. Mannen, ja. Want van de tienduizenden alimentatiebetalers is nog altijd 99 procent man. Vorig jaar werd het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) 23 procent vaker te hulp geroepen dan het jaar daarvoor als een man de verplichte kinderalimentatie niet betaalde. In totaal 9.900 keer.

En het gebeurt op alle niveaus. Managers die door de recessie opeens hun bonus niet krijgen, maar ook bouwvakkers die geen werk meer hebben. Er zit meer achter dan alleen de recessie, zegt Leo de Bakker. Hij is directeur van LBIO, een speciale alimentatiedeurwaarder. „Ook dit jaar stijgt het aantal wanbetalers, met 5 procent, terwijl de economie aantrekt. We zien een nieuw soort chagrijn. Mensen zijn boos over de hoogte van het alimentatiebedrag. De rechter stelt dat bedrag vast, maar de wijze waarop is voor de meeste mensen volstrekt ondoorzichtig.”

Je kunt zoeken op internet wat je wilt, zegt De Bakker, maar erachter komen hoe de rechter op dát alimentatiebedrag is gekomen, zul je niet. „Belastingpapieren invullen is er níéts bij. Die ondoorzichtigheid frustreert mannen.” Dat is de afgelopen jaren erger geworden, zegt De Bakker, omdat financiële stromen rond gezinnen ingewikkelder zijn. Er zijn vaak twee inkomens, of liever: anderhalf. Zorgtoeslagen kwamen erbij, huurtoeslagen, kinderopvangtoeslagen, soms persoonsgebonden budgetten, leningen en schulden.

De Rotterdamse scheidingsadvocaat Paul de Gier denkt er iets anders over. „Een goede advocaat kan zijn cliënt uitleggen waarom de rechter tot dat bedrag is gekomen. Maar mensen gaan nu naar een goedkope ‘scheidingsadviseur’ via internet, die hen amper begeleidt. Geen wonder dat ze de berekening niet begrijpen.”

Alimentatie is altijd verplicht. In 83 procent van de scheidingen spreken de exen onderling af hoe hoog het bedrag wordt. Bij onenigheid (17 procent) bepaalt de rechter de hoogte, op grond van inkomensgegevens en kosten van beide partners. Bij 60 procent van de 33.000 scheidingen per jaar bepaalt de rechter de hoogte van de kinderalimentatie. Die is verplicht tot het kind 21 jaar is. Partneralimentatie is, onder voorwaarden, verplicht tot twaalf jaar na de scheiding.

De Gier ziet net als De Bakker dat exen zonder goede afspraken steeds vaker procederen over de alimentatie. Ze zijn zelf minder gaan verdienen, vinden dat hun ex zelf moet gaan werken of dat ze te veel kosten maakt. „Het is ook de enige manier om door te vechten als de echtscheiding al is uitgesproken”, zegt hij. „Men zette de kinderen vaak in als strijdmiddel, maar sinds anderhalf jaar zijn ouders wettelijk verplicht samen een ‘ouderschapsplan’ op te stellen als ze uit elkaar gaan. Dat helpt. Als je samen rustig een plan maakt, voorkomt dat toekomstige conflicten.”

Ook voor alimentatie en verdeling van het vermogen zouden partners meteen een plan moeten opstellen, vindt De Gier. „Iedereen is bang. De man is bang dat hij financieel wordt uitgekleed, de vrouw is bang dat ze driehoogachter komt te zitten. Als je er rustig over praat, blijkt dat beide scenario’s niet zullen uitkomen.”