Brazilië moet oppassen voor de 'Nederlandse ziekte'

De voorgenomen kapitaalinjectie voor Petrobras ter hoogte van 32 miljard dollar (24,5 miljard euro) is pas het begin van een toevloed van buitenlands kapitaal die de Braziliaanse munt een overwaardering kan bezorgen en de producenten van het land in een wurggreep kan nemen. De stijgende olieproductie zal het probleem alleen maar vergroten. Een Chileense of Noorse discipline is broodnodig.

In plaats van de economische ontwikkeling aan te jagen, hebben meevallers op grondstoffengebied dikwijls investeringen ‘weggezogen’ uit andere sectoren, waardoor de industrialisering stokte – de zogenoemde ‘Nederlandse ziekte’, een term die in de jaren zeventig werd gemunt, nadat de inkomsten uit grote aardgasvoorraden de Nederlandse producenten juist dwars bleken te zitten. Een door de ontdekking van nieuwe grondstoffen gevoede bloei van de economie verleidt politici ook vaak tot hogere overheidsuitgaven, waardoor de inflatie oploopt en het lot van het land wordt verbonden aan de hoogte van de grondstoffenprijzen.

Brazilië is kwetsbaar. De ruime olievoorraden in de oceaanbodem die de afgelopen jaren zijn ontdekt, beloven het land tot een van de grootste tien producenten ter wereld te maken. Alleen al staatsoliemaatschappij Petrobras hoopt de olieproductie in 2020 te hebben verdubbeld naar 5,4 miljard vaten per dag. Op het huidige prijsniveau betekent dit een jaarlijkse instroom van zo’n 80 miljard dollar, wat ongeveer overeenkomt met de helft van de totale export van vorig jaar. En dan is de productie van concurrerende grote olieconcerns en de kleine binnenlandse oliemaatschappij OGX nog niet eens meegerekend.

Dit kan makkelijk zorgen voor een waardestijging van de Braziliaanse munt, de real, die sinds het einde van de financiële crisis al met 40 procent is gestegen ten opzichte van de dollar. Op zijn beurt zou dat de reële vooruitgang kunnen bedreigen die Brazilië heeft geboekt op andere terreinen, vooral in de industrie. Het land heeft stilletjes ruim 1 procent van de wereldwijde exportmarkt voor auto’s naar zich toegetrokken en 3 procent van die voor vliegtuigen.

De leiders van het land zijn niet blind voor dit gevaar. Een voorgenomen ‘sociaal fonds’ kan de olie-inkomsten opslaan in buitenlandse bezittingen, waardoor de instroom van buitenlandse valuta’s deels wordt geneutraliseerd en de overheid minder in de verleiding wordt gebracht het geld over de balk te gooien. Maar zelfs landen die al eerder dergelijke fondsen hebben ingericht – waaronder Chili en Noorwegen – zijn onder zware druk komen te staan om zich aan de koektrommel te vergrijpen.

De Braziliaanse economie is de afgelopen tien jaar goed beheerd. Maar daarvóór is er een lange geschiedenis van regeringen die hebben toegegeven aan populistische druk. Het zal een proeve van de politieke rijpheid van het land zijn als het ervoor kan zorgen dat de olierijkdom, die president Luiz Inacio Lula da Silva een ‘geschenk van God’ heeft genoemd, vrucht zal blijven dragen.