... (aandacht)

Bekijk het volgende gesprek: „Zo! Hoe is het ermee! Goed?”

„...”

Aha. Het gaat dus slecht.

Weinig uitingen in taal zijn zo veelzeggend als de stilte. Ze zeggen wel dat zwijgen goud is, maar vaak is zwijgen gêne, afkeuring, of verdriet.

Soms hoor je wel eens van stelletjes dat de een zegt: „Als we bij elkaar zijn hoeven we helemaal niets tegen elkaar te zeggen. We begrijpen elkaar zonder woorden!”

Daarbij heb ik altijd het vermoeden dat één van tweeën sowieso nooit iets zegt (wegens saaiheid bijvoorbeeld), en dat de ander heeft besloten daar maar een positief, romantisch feit van te maken.

De stilte kan ook passief-agressief ingezet worden:

„Nou, ík vind het in ieder geval een geslaagde vakantie.”

„…”

„Ja toch? We hebben het toch over het algemeen heerlijk? Nou?”

„… Hé, een wielewaal. Die zie je ook niet vaak zeg.”

Dat stilte vaak moeilijk is, is natuurlijk gedeeltelijk cultureel bepaald. Sommige culturen zijn nu eenmaal praatgraag, en andere wat minder.

Ik ken iemand die au pair is geweest in Noorwegen, begin jaren zestig. Ze verbaasde zich erover dat de Noorse familie de hele avond bij de kachel kon zitten, zonder te praten. Af en toe zei er iemand: „Ja, ja…” Dan was het weer een hele tijd stil, totdat de volgende zei: „Ja, ja…”

In Noorwegen was de stilte dus de norm. Die stilte werd zo nu en dan onderbroken door spraak. Bij ons is het eerder omgekeerd.

Het ergste wat je met een stilte kunt doen, trouwens, is hem benoemen. Stel, er is een levendig gesprek, en iemand zegt ineens iets gênants, bijvoorbeeld: „Ik plas altíjd onder de douche bij de sportschool! Jullie niet dan?” Het valt stil.

En dan is er één persoon die deze stilte koste wat kost wil opheffen, dus die roept: „En toen viel het stil!” Daar wordt de situatie niet minder gênant van. Sterker nog, het wordt allemaal nog veel tenenkrommender.

In zulk soort situaties, blijkt, is zwijgen echt goud.

paulien cornelisse