'Zo goed ken ik Amsterdam niet'

Paul Collard moet als kunstschouw de Amsterdamse kunstsector beoordelen. „Je hoeft niet met iedereen te praten.”

In de zomer heeft Paul Collard zich ingelezen in hoe het Nederlandse kunstbeleid in elkaar steekt, hoe het onderwijs werkt, en hoe kunstsubsidie werkt. Morgen begint de Brit aan het echte werk van een kunstschouw: het praten met Amsterdamse culturele instellingen, kunstenaars en onderwijsinstellingen.

Hij kent de stad niet goed. Drie, vier maal bezocht hij Amsterdam als toerist. Maar de stad heeft wel een plek in zijn hart. Collard vroeg zijn vrouw er ten huwelijk.

Dus zal hij met plezier onderzoek doen, zegt hij. Collard en de Turk Görgön Taner, die nog geen commentaar wil geven, lichten de komende maanden op verzoek van de gemeenteraad het Amsterdamse culturele aanbod door. De Brit zal vooral kijken naar hoe vernieuwend het aanbod is, welke raakvlakken er zijn met onderwijs en hoe Amsterdam presteert als internationale kunststad.

Dat is ook zijn expertise. Collard (1954) is directeur van Creativity, Culture and Education, een door de overheid gefinancierde stichting die jongeren met kunst en cultuur in aanraking probeert te brengen. In dat kader reist hij veel door Europa, vertelt hij, om te zien hoe cultuuronderwijs binnen en buiten school wordt gegeven.

Over het besluit van Amsterdam om kunstschouwen aan te stellen, zegt Collard: „Het vergt moed om buitenstaanders te laten kijken naar jouw culturele aanbod, naar het beleid en de strategie.” Maar hij vindt het ook passend voor een stad die zich wil meten met de rest van de wereld.

Een van de eerste zaken waar Collard vermoedelijk naar zal kijken, is hoe subsidiestromen lopen. „Ik heb begrepen dat er nationale subsidie is, regionale, lokale, een systeem met vouchers. De vraag is of er zoveel nodig is, of dat het op een efficiëntere manier kan.”

Verder signaleert hij dat Amsterdam veel goed aangeschreven en internationaal bekende culturele instellingen heeft, maar ook dat 65 procent van de Amsterdamse kinderen van oorsprong niet-Nederlands is. Hij somt de vragen die hij nu al heeft op: „Hebben de twee wel een relatie, en is die goed, slecht, kan het beter, hoe loopt het contact tussen beiden?”

Een soortgelijke vraag die Collard nu al heeft: Amsterdam is voor toeristen een culturele bestemming, en dat is een belangrijk deel van de economie. „Maar wat betekent kunst voor de eigen bevolking?”

Het rapport van de kunstschouwen moet eind november al af zijn. Dat is volgens Collard geen probleem: „Het voordeel van ervaring is dat je weet waar je naar moet kijken en kunt inzoomen op bepaalde kwesties. Je hoeft niet naar iedere culturele instelling en met iedere kunstenaar en iedere school te praten.”