Taal kan eten zalig maken

Taal is belangrijk bij eten. Soms is het de naam van een gerecht die zo aantrekkelijk is dat je zin krijgt in het eten ervan. Sommige bijvoeglijke naamwoorden lenen zich uitzonderlijk goed voor eten, zodat  dat elk gerecht er een zetje omhoog van krijgt.

Neem ‘zalig’. Je hoort het niet meer zo vaak, maar als iemand schrijft dat iets ‘zalig’ smaakt, geloof ik hem of haar meteen. Het is een diep overtuigend woord.

Al kun je je lelijk vergissen in iemand anders’ enthousiasme. In kledingwinkels gebeurt dat wel, dan sta je zelf wat moedeloos in een rek te bladeren en dan hoor je een vrouw tegen haar vriendin zeggen: „Kijk dit is leuk!” en die vriendin die kreunt dan bijna van verrukking.

Dan denk je meteen: waarom heb ik dat niet gezien? Wat hebben ze daar dat ik had willen hebben? En als je dan zo onopmerkelijk mogelijk kijkt dan zie je, tja, je weet niet eens wat het is. Een soort babydoll, lila met groene stippeltjes, voor boven een harembroek. Zoiets.

Zo kan het ook gebeuren dat iemand door het dolle is van een bepaald gerecht zonder dat jij begrijpt waarom.

Zelfs kan dat wel eens gebeuren als je zelf iets gemaakt hebt. Je neemt een hapje en denkt: „Hmm, daar had ik me meer van voorgesteld.” Maar de eter aan de overkant zegt met glimmende oogjes: „Zalig!”

Is dit de inleiding tot een gerecht dat niemand heel lekker gaat vinden? Het lijkt er wel op. Ik vind het wel lekker. Het is een tomatenquiche met ansjovis. Van het Franse oerrecept moest er ook gruyère in. Dat vond ik bijzonder onzalig – kaas en ansjovis, wie het wil moet het zeker eten, maar de combinatie is wat mij betreft niet erg geslaagd en dan druk ik me omzichtig uit. Maar warme tomaat met gesmolten ansjovis in room – ja!

Wie geen zin heeft om zelf deeg te maken koopt gewoon kant en klare bladerdeeg, maar dat is, vind ik dan weer, iets minder lekker dan van dat harde zelfgemaakte zanddeeg.

Quiche aux tomates (voor 6 personen)

deeg:

  • 250 g bloem
  • 125 g boter
  • 1 ei

vulling:

  • 3 grote stevige tomaten
  • 6 ansjovisfilets
  • 4 eieren
  • 2 dl room
  • 30 g boter

Verwarm de oven voor op 220 graden.

Snijd de boter in blokjes en snijd die vervolgens met behulp van twee messen door de bloem met een snufje zout. Voeg het ei toe en combineer snel tot een deeg.

Rol het deeg uit op een met bloem bestoven aanrecht tot een dikte van zo’n 4 millimeter.

Beboter een taartvorm van 24 cm doorsnede en bekleed die met het deeg. Prik het op verschillende plaatsen in met een vork. Leg aluminiumfolie over het deeg en verzwaar dat met bakknikkers of oude bonen en bak het 10 minuten.

Zet met een scherp mesje een kruis op de kop van elke tomaat. Giet kokend water over de tomaten, laat ze een minuut staan en pel ze. Snijd ze in achten, verwijder zo veel mogelijk het zaad en de nattigheid.

Snijd de ansjovis in stukjes.

Vermeng in een kom de eieren met de room, de gesmolten boter, flink wat peper en weinig zout.

Haal de taart uit de oven en verwijder de bonen- of knikkerbakvulling. Beleg de bodem met de tomaat en de stukjes ansjovis.

Giet over het geheel het eiermengsel.

Draai de oven wat lager, naar 200 graden en laat de quiche daar zo’n 25 à 30 minuten in bakken – het eimengsel moet stevig zijn.