Studie: ook Nederland bezette Irak

De Nederlandse militairen in Irak mochten vooral geen bezetters zijn. Het boek Missie in Al Muthanna laat zien dat de praktijk toch anders was.

De Nederlandse missie in Irak moest vooral één ding niet zijn: een bezettingsmissie. De militairen hadden een „vredestaak”, benadrukte Defensie in 2003. In tegenstelling tot de Amerikanen zouden ze het land niet overnemen.

Voor de Nederlandse commandant in de provincie Al Muthanna was het dan ook wat ongemakkelijk toen hij op straat Iraakse jongetjes zijn portret zag dragen. De Irakezen zagen hem nu als gezaghebber – precies wat ‘Den Haag’ wilde voorkomen. Na de inval in 2003 was het lokale bestuur zo goed als verdwenen.

Het voorbeeld komt uit het deze week verschenen boek Missie in Al Muthanna. Dit werk over de missie in Irak (2003-2005), van de historici Thijs Brocades Zaalberg en Arthur ten Cate, toont hoe ‘wensdenken’ in Den Haag botst met de praktijk in dat land. Doordat de missie wat verder in het verleden ligt, konden de historici van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie gebruikmaken van voorheen geheime Defensiestukken.

De Nederlandse militairen waren veel meer verweven met de Amerikaans-Britse bezetters dan de regering wenselijk achtte. De Nederlanders mochten geen bestuurlijke en politietaken uitvoeren. Maar bij uitblijven van een Iraaks wettelijk gezag konden de militairen niet anders. „Hoewel het oprekken van het mandaat door de tactische eenheden in veel gevallen noodzakelijk en effectief bleek, betraden zij daarmee een schemerzone en potentieel mijnenveld”, is een van de conclusies.

De Nederlanders mochten zich vooral niet te veel profileren met de wederopbouw. De commandanten van de missie kregen daarom per half jaar maar 50.000 euro mee om te verspijkeren in de provincie. Alleen dankzij Amerikaans geld konden de militairen meer bouwprojecten doen. Te nadrukkelijk patrouilleren in de steden werd voorafgaand aan de missie zelfs afgeraden

Deze krampachtige houding bracht de militairen in een moeilijke positie. „Medio 2004 kwam er een enorme dip in de stroom geld voor projecten”, zegt Brocades Zaalberg. Dit had gevolgen voor de veiligheid van de militairen: er waren steeds minder bouwplaatsen met de Nederlandse vlag. Irakezen raakten teleurgesteld en keerden zich tegen de ‘bezetter’. De Nederlandse commandant Van Harskamp zag dit aankomen, en vroeg om meer geld voor projecten. Maar voor de ministeries waren de militairen er nog altijd om vrede te brengen: nation building zou opnieuw te veel doen denken aan een bezettende mogendheid.

Van Harskamps verzoek werd afgewezen. Woedend liet hij de beleidsmakers van Defensie in Den Haag weten: „Ik hoop dat als het onverhoopt tot slachtoffers als gevolg van geweld door ontevreden burgers komt men in Den Haag zich deze discussie nog kan herinneren en navenant ook de consequenties daarvan aanvaardt.”

Vanwaar de krampachtige opstelling? Ten Cate: „De fase voorafgaand aan deze missie was heel controversieel. Politiek gezien was het nodig om zoveel mogelijk afstand te houden tot de bezettende mogendheden zoals de VS.” Dat kwam omdat Nederland politieke steun had verleend aan de inval in 2003. De Tweede Kamer was kritisch: Nederland zou zich laten leiden door de VS. Later zei de commissie-Davids dat er inderdaad geen adequaat volkenrechtelijk mandaat was om de Amerikaans-Britse inval te steunen.

Met hulp van de Dutch approach, een term die in Irak in zwang raakte, zou Nederland later toch meedoen. Door de ‘eigen’ aanpak kon Nederland zich distantiëren van de VS, was de gedachte. Maar in de praktijk was bijvoorbeeld een Nederlandse functionaris „volledig in de bezettingsautoriteit geïntegreerd”, aldus het boek.

De twee historici nuanceren ook de juichverhalen die kleven aan de Dutch approach, geroemd vanwege de zachtere en tactvolle aanpak. „De Dutch approach is veel minder eigenzinnig dan wordt gedacht”, zegt Ten Cate. Hij wijst erop dat de Nederlanders in de praktijk hetzelfde opereerden als de Britten. Dankzij de relatieve rust in Al Muthanna konden de Nederlanders vasthouden aan hun werkwijze. De Britten, die op den duur veel meer tegenstand kregen, kropen al snel onder pantser. Brocades Zaalberg: „De belangrijkste succesfactor tijdens deze missie was niet zozeer de weloverwogen, specifiek Nederlandse aanpak, als wel de relatief gunstige omstandigheden in Al Muthanna.”

Missie in Al Muthanna, De Nederlandse krijgsmacht in Irak 2003-2005. Uitgeverij Boom