Studeren is in Nederland veel te vrijblijvend

Nergens is studeren zo’n vrijblijvende bezigheid als in Nederland. Wees dan ook niet verbaasd als veel studenten uitvallen. Nodig is betrokkenheid, betoogt Maydo van Marwijk Kooy.

In Nederland raken veel studenten verdwaald in het hoger onderwijs. Iedereen kent ze: studenten die drie of vier studies hebben geprobeerd, die geen diploma hebben behaald en die nooit echt aan studeren zijn toegekomen. Maar die wel een flinke studieschuld hebben opgebouwd. Volgens Hans Adriaansens (Opinie & Debat 4 sept.) zijn de vele studierichtingen hier debet aan, terwijl volgens Barend van Leeuwen (Opinie, 7 sept.) het antwoord zit in meer studiekeuzebegeleiding. Als studiekeuzeadviseur ben ik daar natuurlijk helemaal voor, maar ik weet dat het probleem gecompliceerder is. Wat is de situatie?

Het aantal studenten is sinds de Tweede Wereldoorlog bijna vertienvoudigd. Dit heeft geleid tot zeer grote instellingen. De universiteiten van Amsterdam en die van Utrecht hebben inmiddels circa 30.000 studenten; de hogescholen in die steden meer dan 35.000.

Het aantal docenten in het hoger onderwijs heeft met die groei geen gelijke tred gehouden. De onderwijsgroepen zijn groot en het persoonlijk contact tussen studenten en docenten is gering (Studentenmonitor 2008). Traditionele studierichtingen als economie en rechten, maar ook nieuwe zoals kunst- en cultuurwetenschap, bieden onderwijs in grote groepen met weinig contacturen; studenten halen weinig studiepunten en het onderwijs krijgt slechte beoordelingen (Keuzegids Hoger Onderwijs 2009).

De hoge uitval in Nederland (30-40 procent, afhankelijk van de wijze van berekenen) is van alle tijden, maar door de omvang van het hoger onderwijs zijn de kosten exorbitant (het Researchcentrum Onderwijs en Arbeidsmarkt becijfert ze op 6 miljard euro per jaar).

Tien jaar geleden stelde Loek Hermans als minister van Onderwijs universiteiten en hogescholen in de gelegenheid makkelijk nieuwe opleidingen op te zetten ter bevordering van de marktwerking. Sindsdien zijn er honderden opleidingen bijgekomen, de een nog ‘leuker’ dan de andere. Zij vormen het door Adriaansens geschetste doolhof, waaruit ook de officiële site van het hoger onderwijs, www.studiekeuze123.nl, geen uitweg biedt.

Een diploma, ook al bestaat het uit vijven en zessen, biedt automatisch toegang tot de studie en instelling van keuze. Slechts voor een klein aantal studies wordt geselecteerd. Het kiezen van een studie gaat door een muisklik (op www.ib-groep.nl).

Vakken en tentamens kunnen vaak makkelijk worden uitgesteld en herkanst, wat weinig bijdraagt tot een gevoel van urgentie.

De studiefinanciering in Nederland is aan weinig beperkingen gebonden. Ook al veranderen studenten een paar keer van studierichting en halen zij weinig studiepunten, zolang zij staan ingeschreven kunnen zij bij de IB-groep geld lenen voor de duur van de studie plus drie jaar. Als er maar binnen tien jaar een diploma wordt gehaald, wordt de basisbeurs omgezet in een gift.

Wat valt hierbij op? Veel vrijblijvendheid en weinig serieuze aandacht voor een generatie die Christien Brinkgreve zo mooi beschrijft in haar boek Vroeg mondig, laat volwassen. Het is mij een raadsel waarom de overheid dit laat bestaan.

Hoe is de situatie in andere landen? In Engeland en de VS is de uitval laag. Op de meeste Engelse universiteiten ligt deze ruim onder de 10 procent (in Cambridge slechts 1 procent). In deze landen is sprake van veel meer verplichtingen. Het begint al in de tweede fase op de middelbare school, waar goede cijfers voor de gewenste studieplek moeten zorgen – dit geldt voor Engeland en de VS, maar ook voor een egalitair land als Zweden. Selectie dwingt leerlingen lang van tevoren hun keuze te motiveren. Tentamens herkansen is er nauwelijks bij; in Engeland en de VS moet je domweg ‘je jaar halen’, anders kun je vertrekken. Studiefinanciering is gebonden aan behaalde punten (wordt in Zweden per semester gecontroleerd).

Volgens toonaangevende Amerikaanse studies (Alexander Astin, Chickering & Gamson en Harold Bok, voormalig president van Harvard) is dát waar het bij retention – het tegenovergestelde van uitval – om gaat: zorg voor betrokkenheid. Door goed, kleinschalig onderwijs, het stellen van hoge eisen, veel contact tussen studenten en docenten en studenten onderling. Allemaal zaken waaraan het in Nederland ontbreekt.

Brede bachelorprogramma’s met een groot bestanddeel algemene vorming zijn zeker zinvol, zowel om uitval te voorkomen als om inhoudelijke redenen. Naast Hans Adriaansens pleitten hiervoor al eerder Frits van Oostrom, voormalig president van de KNAW, en, bijna honderd jaar geleden, Johan Huizinga in zijn Universitas. Maar willen brede studieprogramma’s tot zinnige resultaten leiden, dan moet ook hier worden voldaan aan de voorwaarden voor betrokkenheid en mogen studenten niet aan hun lot worden overgelaten.

Het antwoord is dus: minder studierichtingen, meer begeleiding én intensief, kleinschalig onderwijs. Hieraan zijn de miljoenen die de overheid nu voor voorlichting heeft uitgetrokken, goed besteed. Maar de overheid moet ook de regels veranderen voor toelating en selectie, tempo en studiefinanciering. Die werken nu vrijblijvendheid en uitval in de hand.

Maydo van Marwijk Kooy is sociologe en studiekeuzeadviseur.

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

In het artikel Studeren is in Nederland veel te vrijblijvend (15 september, pagina 7) wordt de voormalig president van Harvard University Harold Bok genoemd. Zijn naam is Derek Bok.