Paprika's verrassingen

Het bed werkt me tegen. Ik dool rond, vind een potlood en schrijf: „De binnenkant van paprika’s ruikt naar scheten.” Opgelucht laat ik me door slaap overmannen.

Om vier uur in de ochtend ga ik verschrikt rechtop zitten. Getuigt mijn laatst neergeschreven bewering van regressie? En los daarvan: is zij waar? Als ik zeg dat de binnenkant van paprika’s naar scheten ruikt, betekent dat dan dat alle scheten naar paprika ruiken?

Waarom kwam de vergelijking bij me op toen ik een paprika doormidden sneed en niet toen ik een wind opsnoof? Vergis ik mij? Heb ik één bepaalde scheet in gedachten, degene die werd geproduceerd na het consumeren van paprika’s? Alle soorten paprika’s?

En waar is die man? Niet zo lang geleden had ik een man die luidkeels antwoorden zou hebben verzonnen. Verteringsprocessen en menselijk gas behoorden tot zijn voornaamste interesses en hij zag er een raakpunt in, vond me erg toegankelijk op dat gebied.

Dat mensen ondanks hun walging scheten toch willen ruiken, toch wat intenser snuiven als een geur door een ander wordt gedetecteerd, dat vonden wij zo grappig.

Dat heb je met het donker. Dat kan gebeuren. Inwendige archiefkasten worden op kieren gezet, tot het ontsnapte gemis je ontreddert. Dit is een nawee, weet ik, die voorbijgaat, zoals alles, of niets. (‘Alles gaat voorbij’ en ‘niets gaat voorbij’ sluiten elkaar niet uit, zo begreep ik nachten geleden met grote helderheid. Sindsdien vergeet ik aldoor waarom, maar ben ik rustiger.)

Toch even ‘paprika en scheten’ googlen. Boosdoeners onder de groenten, lees ik, net zo erg als prei en ui. „Winderigheid is zeer slecht voor het milieu.” Niets specifieks over geuren.

Weer naar bed. Blij dat daar een man ligt. Met hem kan ik hier ook over praten, zij het wat ernstiger en met nu en dan vertaalproblemen. Misschien moet ik dat morgen maar eens proberen. Hij verdient het. Zijn armspieren zitten verpakt in zachtheid en warmte. Als ik ze streel, laat de man een kort, hoog kabouterwindje. In mijn eentje grinnik ik de nacht in, duik ik onder de dekens. Geen geur, misschien te klein.

Ik kus de rug van de man, vertederd door zijn onschuld. Onmiddellijk slaap ik in.

’s Ochtends herlees ik mijn zin. Voor het woord ‘paprika’s’ teken ik een vliegende vogel, daarboven schrijf ik: rode. Van andere paprika’s weet ik het tenslotte niet. Mogelijk bestaan er variaties. Verrassingen.