¡Muerte a la Revolución!

Een miljoen Cubanen is straks aangewezen op een eigen bedrijf of zwart werk.

Het massaontslag wordt gezien als teken dat het regime het water aan de lippen staat.

Toen Raúl Castro, de president van Cuba, in april het ontslag aankondigde van één op de vijf ambtenaren in vijf jaar tijd, zei hij erbij dat het regime daarmee geen afstand deed van het socialistische systeem. Toch was zijn boodschap: minder ambtenaren, meer markt. Eergisteren volgden concrete aantallen en data: rond maart volgend jaar moeten de eerste 500.000 functionarissen zijn ontslagen.

De schok op het Caraïbische eiland is groot. Niemand die verwachtte dat het communistische regime zo snel en zo concreet met maatregelen zou komen. „Het is een van de weinige keren dat het Cubaanse regime iets heeft aangekondigd dat echt wordt uitgevoerd”, zegt Jorge Piñón, econoom en onderzoeker van het Cuba Onderzoeksinstituut van de Internationale Universiteit van Florida.

Het was de Cubaanse Arbeidersfederatie, de enige toegestane vakbond, die het nieuws maandag bekendmaakte. De ambtenaren moeten zich in de toekomst opmaken voor het vrije ondernemerschap, zo luidde het andere deel van de verklaring.

Is het een voorbode van een nieuwe vrijemarktrevolutie en daarmee de opmaat tot het einde van het archaïsche Cubaanse communistische model? Vaststaat dat het hier gaat om de ingrijpendste economische hervorming in het communistische Cuba sinds de revolutie van 1959.

Tegenover het Cubaanse parlement had Raúl Castro vorige maand herhaald dat er te veel ambtenaren op de loonlijst van de staat staan. Teveel overheidsfunctionarissen zouden niets doen. De internationale financiële crisis, het Amerikaanse handelsembargo en steeds terugkerende orkanen hebben de economische groei van het land de afgelopen jaren aangetast – voor dit jaar wordt een groei verwacht van 1 procent. De staatskas is zo goed als leeg.

„De overheid is blut”, zegt Piñón. „Ze kan al die ambtenaren gewoon niet betalen.” De Cubaan Piñón was zelf onlangs nog in Cuba. „Een half jaar geleden al zijn de gratis lunches afgeschaft voor overheidspersoneel. Het kostte te veel geld, ook omdat veel voedsel gestolen werd voor verkoop op de zwarte markt”, zegt hij.

De gevolgen van de voorgenomen ontslagen zullen groot zijn op het kleine eiland. Op Cuba wonen zo’n 11 miljoen mensen, van wie er ruim 5 miljoen in dienst zijn van de overheid, zo’n 85 procent van de beroepsbevolking. Straks komen er ineens een half miljoen mensen op straat te staan. En daarna – tot 2015 – nog eens een half miljoen, in totaal 20 procent van de ambtenaren.

De ingreep roept vele vragen op. Wat gaan de ontslagen ambtenaren straks doen? Is er werk genoeg op het eiland in de marginale private sector? Gaat het Castro-regime binnenkort fundamentele hervormingen aankondigen en de vrije markt meer ruimte geven?

Al sinds zijn aanstelling als president in 2008, toen hij zijn destijds zieke broer Fidel opvolgde, hamert Raúl Castro op de noodzaak van economische veranderingen. Hoewel de verwachtingen vervolgens groot waren, bleven Raúls economische veranderingen beperkt tot kleine stapjes.

Recent gaf de regering kappers de vrijheid voor zichzelf te werken. En ook taxichauffeurs mogen tegenwoordig als privéondernemers aan de slag. Of de zieltogende economie daarmee de gewenste impuls krijgt, is echter zeer twijfelachtig. Piñón zegt: „De bijdrage van die sectoren aan het nationale inkomen stelt niets voor.”

Al eerder voerde Raúl Castro landbouwhervormingen door, mede als antwoord op de hoge voedselprijzen en het feit dat Cuba voor een belangrijk deel van de voeding afhankelijk is van import. Het is eenvoudiger gemaakt voor Cubanen land te bemachtigen en de opbrengst daarvan te verkopen. „Maar die mensen krijgen helemaal geen begeleiding. Niet iedereen kan zo maar boer worden. Het is een goede stap, maar die is halfslachtig uitgewerkt.”

Veel van de Cubaanse ambtenaren klussen bij op de informele vrije markt. Vooral de toeristensector biedt talrijke opties voor de straatarme Cubanen, van illegaal kamerverhuur tot het aanbieden van maaltijden. Piñón zegt: „De mensen die hun baan verliezen, zullen bovendien de extra inkomsten kwijtraken die zij verdienden met de verkoop van gestolen goederen op hun werk, zoals pennen en etenswaren, op de zwarte markt.”

Voor de aanstaande toetreders tot de arbeidsmarkt zijn de perspectieven daarom weinig aanlokkelijk. Logisch: de bestaande vrije sectoren kunnen nooit een half miljoen mensen extra absorberen. Het is daarom zo opmerkelijk dat het massaontslag niet gepaard gaat met rigoureuze hervormingen, zoals verdere liberalisering van de economie.

Piñón constateert dat het regime het water aan de lippen staat. Hij zegt ook: „Je moet een structuur creëren voor die mensen. Staatsbanken zouden microkredieten moeten gaan verstrekken. Mensen moeten training krijgen, zodat ze leren hoe ze moeten ondernemen. Maar daarover hoor je helemaal niets.”

Een van de oorzaken van het uitblijven van vernieuwend economisch beleid, is verdeeldheid binnen de Communistische Partij. De machthebbers van weleer durven geen grensverleggende beslissingen te nemen, omdat ze bang zijn macht te verliezen. Castro, zegt econoom Piñón, durft de trekker niet over te halen. Hij gedraagt zich als een oude man die vreest de regie kwijt te raken, uit angst voor het onbekende. „Het laatste congres van de Communistische Partij was tien jaar geleden. Ze willen pas weer bijeenkomen als er geen onenigheid is. Veel economen in Cuba weten dat particulier ondernemerschap onontbeerlijk is, alleen durft niemand knopen door te hakken.”

Of het einde van de Cubaanse revolutie nu in zicht komt, durft Piñón niet te zeggen. Het massaontslag kan ontwrichtend werken, als zoveel mensen, die vooral in de steden wonen, ineens zonder vast inkomen komen te zitten. „Het kan sociale spanningen veroorzaken.” De armoede neemt verder toe en meer mensen worden afhankelijk van geld van familie uit de VS, de grootste inkomstenbron na toerisme in Cuba. „Dat zijn gevaarlijke ontwikkelingen. Daarmee kan je onheil over jezelf afroepen.”

Toch zal met de drastische herstructurering van de staat niet de deur worden opengezet voor ongebreideld kapitalisme. Zelfs Cubanen in Miami hopen dat zegeningen van de Cubaanse revolutie, zoals gratis zorg en onderwijs, blijven bestaan. „Het is nu tijd voor Washington om serieus toenadering te zoeken tot Cuba. Daar ligt een oplossing.”

Lees ook het commentaar ‘Het (on)gelijk van Castro’ op pagina 19