Minder besnijdenissen, meer joodse feestdagen

Vijfenzestig jaar na de bevrijding houdt de Tweede Wereldoorlog Nederlandse joden nog erg bezig, blijkt uit gisteren gepresenteerd onderzoek.

Jacques Wallage, Uri Rosenthal en Job Cohen – wat hebben deze drie mannen gemeen? Ze zaten afgelopen zomer allemaal aan de onderhandelingstafel voor Paars Plus, zal de gemiddelde Nederlander zeggen. Maar de doorsnee jood komt met een ander antwoord: ze zijn alle drie van joodse komaf.

Opmerkelijk? „Nee”, zegt Chris Kooyman, projectleider van het onderzoek De Joden in Nederland, anno 2009 dat gisteren in Amsterdam werd gepresenteerd. „Nederlandse joden voelen zich, door de oorlog, nauw verbonden met elkaar. Meer nog dan door culturele en religieuze gebruiken. Hun angst voor antisemitisme en onrechtvaardigheid roept herkenning op. Dus als ze die drie mannen aan de onderhandelingstafel zien zitten, is al snel de reactie: we zitten daar toch maar.”

Het onderzoek verschijnt tien jaar na De Joden in Nederland anno 2000, een grootschalige studie naar de demografische situatie van Nederlandse joden en hun binding met het jodendom. Op verzoek van opdrachtgever Joods Maatschappelijk Werk (JMW) interviewde het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) toen 1.036 respondenten. In 2009 is een deel van die groep opnieuw benaderd, aangevuld met nieuwe, vooral jonge respondenten. Het totaal komt daarmee op 665 personen.

In zowel het oude als het nieuwe onderzoek definiëren de onderzoekers ‘joden’ als mensen met ten minste een joodse moeder – joods volgens de joodse wet dus – én mensen met alleen een joodse vader (vaderjoden). Volgens deze (niet onomstreden) definitie wonen er op dit moment 52.650 joden in Nederland – en hun aantal stijgt. Deze toename kan deels worden verklaard door stijging van het aantal Israëlische immigranten. Maar ook de mensen met één joodse ouder zijn in opkomst.

Vijfenzestig jaar na de bevrijding ontlenen Nederlandse joden hun identiteit voor een belangrijk deel aan de herinnering aan de jodenvernietiging – een van de redenen waarom zij hoog scoren op de zogenoemde eenzaamheidsschaal. Zij voelen zich niet zozeer joods als zij joodse feestdagen vieren, of in het gezelschap van familie verkeren, maar vanwege hun gemeenschappelijke familiegeschiedenissen. Hans Vuijsje, directeur van Joods Maatschappelijk Werk: „Het is opmerkelijk dat mensen die zó goed geïntegreerd zijn – want dat zijn Nederlandse joden – hun persoonlijke bestaan zo ter discussie stellen. Zelfs de jongeren ontlenen hun identiteit vaak aan de Tweede Wereldoorlog.”

De integratie van Nederlandse joden is voltooid. Niet alleen het opleidingsniveau is hoog – tweederde heeft universitair of hoger beroepsonderwijs gevolgd – maar zij zijn ook oververtegenwoordigd in wetenschappelijke beroepen. „Nederlandse joden zijn super jekkes”, zegt Kooyman. „Ofwel: enorme Pietjes precies. In Israël pik je ze er met groot gemak uit.”

Misschien wel de meest opvallende uitkomst van De Joden in Nederland 2009 is dat deze minderheid voorop loopt als het om nieuwe demografische ontwikkelingen gaat: relatief veel joden scheiden, hun kindertal neemt af, evenals hun vruchtbaarheid. En ook het percentage joden dat ongehuwd samenwoont ligt hoger dan het landelijk gemiddelde. Verder combineert eenderde van de joodse mannen werk met de zorg voor kinderen – bijna twintig procent meer het Nederlands gemiddelde. Kooyman: „Joden zijn eeuwenlang een vervolgde minderheidsgroep geweest. Daardoor houden zij veel rekening met hun omgeving en zijn zij gespitst op nieuwe ontwikkelingen in de samenleving. Hun grote mobiliteit – als gevolg van bijvoorbeeld pogroms – maakt dat zij minder hechten aan heersende waarden en normen.”

De overgrote meerderheid van de joden in Nederland voelt zich joods, maar slechts 16 procent van de ondervraagden is lid van een kerkgenootschap en een meerderheid gelooft niet in God. Terwijl er minder vaak gevast wordt op Grote Verzoendag en ouders hun zonen niet automatisch meer laten besnijden, geniet de Bat Mitswa – het volwassenwordingsritueel bij joodse meisjes – een steeds grotere populariteit. Ook joodse films en boeken doen het goed. Volgens de onderzoekers wijst deze minder veeleisende variant van het geloof op een verschuiving van thick culture naar thin culture, een trend die de komende decennia zal doorzetten.

De opkomst van het ‘hap-en-snapjodendom’ laat onverlet dat oorlog en antisemitisme joden sterk bezighouden. Respondenten herkennen zich in het beeld dat de laatste jaren in de media wordt geschetst: een groeiende overlast van veelal Marokkaans-Nederlandse straatjongeren die joden uitschelden en bedreigen. Klachten van leraren over klassen waarin de holocaust amper nog bespreekbaar is omdat moslimkinderen er domineren. Kooyman: „De helft van de respondenten vindt dat joden de afgelopen tien jaar kwetsbaarder zijn geworden. Eenzelfde percentage zegt zelf met antisemitisme te maken te hebben gehad, onder wie veel jongeren. Ik vrees dat het om het topje van de ijsberg gaat.”

Naar aanleiding van het onderzoek start JMW een website om mensen met een joodse achtergrond met elkaar in contact te brengen: www.jonet.nl