Kousenvoeten rond 4 mei

Drie generaties gaan elk op eigen wijze om met hun joodse achtergrond. „Het gaat toch om humaniteit.”

Enkele jaren geleden reisden Petra de Goede (46) en haar vader Levi Hagenaar (77) naar Polen. „Om te kamphoppen”, zoals Petra het noemt. Met een speciaal georganiseerde reis bezochten zij de voormalige concentratiekampen Auschwitz, Birkenau en Sobibor. „84 familieleden werden in Polen vermoord”, vertelt Levi. „Onder wie mijn vader. We hebben al hun namen opgelezen. Zo kwamen die mensen voor ons gevoel weer wat tot leven.” Zelf zat hij als jongen ondergedoken op verschillende plaatsen in de provincie. Zijn moeder overleefde Birkenau.

Beide ouders van Levi waren joods, zijn moeder kwam uit een orthodox gezin. Maar na de oorlog stond zij argwanend tegenover haar geloof. Tijdens zijn jeugd is Levi een paar keer naar sjoel geweest. Maar religieus heeft hij zich nooit gevoeld. „Bij ‘joods-zijn’ denk ik aan bepaalde waarden”, zegt hij. „Humaniteit, rechtvaardigheid, dat soort dingen. Maar verder zou ik niet zo goed weten wat mij bindt met andere joden – behalve die oorlog dan.”

Levi trouwde met een niet-joodse vrouw. Volgens de halacha (joodse wet) is zijn dochter daardoor geen jodin. Petra spreekt van „een absurde bepaling”. Als kind liep ze op kousenvoeten door het huis rond 4 mei, dus ze heeft aardig wat joodse bagage meegekregen. „Ik ben heel gevoelig voor discriminatie. Niet voor niets werk ik al jaren in het speciaal onderwijs. Als ik zie dat een kind met een lichamelijke of geestelijke beperking gediscrimineerd wordt, kan je beter uit mijn buurt blijven.”

Tijdens haar puberteit ging Petra op zoek naar haar joodse wortels. Ze wilde officieel ‘uitkomen’ bij een liberaal-joods kerkgenootschap en dacht erover in een kibboets te gaan werken. Maar toen werd zij verliefd op een niet-joodse man. „In de praktijk bleek het moeilijk om de joodse rituelen en gebruiken levend te houden. Daarvoor zou ik mij meer in mijn eigen achtergrond moeten verdiepen. En zonder joodse partner is die drang minder groot.”

Petra’s 22-jarige dochter Danielle noemt zichzelf „een kwart joods”, al weet zij dat dat voor de joodse wet niet bestaat. „Maar door mijn opa en zijn verhalen voelt dat wel zo. Ik ben trots op dat kleine mannetje met die dikke neus. Hij is een survivor. Als iemand een vinger naar hem uitsteekt, sta ik op mijn achterste poten.”

Danielle woont samen met een niet-joodse vriend, die respecteert dat haar joodse achtergrond bij haar leven hoort. Hij was er niet bij toen Danielle afgelopen mei op de Dam stond – voor het eerst in haar leven. „Ik was jarenlang met die oorlog bezig geweest. Via films, werkstukken en gesprekken met mijn opa. Maar op die stille Dam voelde ik wat het betekende. En dat kwam bijzonder hard aan.”