Kinderen zouden dit kopiëren

Minister Hirsch Ballin wil dat winkels voortaan extreem gewelddadige spellen uit handen van kinderen houden.

Maar een verbod, dat wil de Tweede Kamer niet.

Carmageddon in 1997, Hooligans in 2001, Postal 2 in 2003 en Manhunt 2 in 2007. Zolang gewelddadige computerspellen worden gemaakt, discussiëren politici over een verbod.

En nu is het opnieuw raak. In juni stuurde demissionair minister Ernst Hirsch Ballin (Justitie, CDA) een brief aan de Tweede Kamer waarin hij schreef „extreem gewelddadige spellen” te willen verbieden. Uit onderzoek begin vorig jaar bleek dat ruim driekwart van de jongeren onder de zestien jaar een ‘16+-spel’ kon kopen. De minister heeft met de branche afgesproken dat voor 2012 dit tot 30 procent moet worden teruggebracht.

Lukt dit niet, dan wil de minister een verbod wettelijk regelen. „De branche moet reguleren”, laat de minister via zijn woordvoerder weten. Een meerderheid van de Kamer heeft zich al uitgesproken tegen een verbod. GroenLinks heeft aangekondigd vandaag een debat aan te vragen met de minister.

Volgens Hirsch Ballin blijkt uit onderzoek dat kinderen die gewelddadige spellen spelen, sneller geneigd zijn tot geweld. De minister baseert zich daarbij onder meer op het boek Mediageweld en Kinderen van dr. Peter Nikken, psycholoog en deskundige ‘jeugd en media’ van het Nederlands Jeugdinstituut, dat tien jaar literatuuronderzoek op een rij zet. „De mate waarin games een vertekend beeld geven van de ‘stoere held’ lijkt, in combinatie met identificatie door de spelers met de agressor, een risicofactor voor geweldeffecten”, schreef de minister in zijn brief, met daarbij een voetnoot naar het onderzoek van Nikken.

Maar volgens Nikken heeft de minister zijn boek verkeerd geïnterpreteerd. „Hij haalt er een stukje uit, en interpreteert dat in een bepaalde richting.”

Er is geen hard bewijs dat gewelddadige spellen bij alle kinderen altijd leiden tot meer agressie, volgens Nikken. „Agressie bij kinderen is meer afhankelijk van omgevingsfactoren. Een slechte buurt, opvoeding, school, leeftijd, geslacht. Een gewelddadig spel leidt pas tot agressief gedrag als de omgeving zulk gedrag niet afkeurt.”

Een gewelddadig spel kan een kind zelfs minder gewelddadig maken. „Wanneer je al tegen het gebruik van geweld bent, kan de confrontatie met geweld in een game afkeurend werken.”

Ook vier andere onderzoeken, die Hirsch Ballin in antwoorden op Kamervragen aanhaalde om zijn standpunt kracht bij te zetten, krijgen kritiek van Nikken. Twee van de bronnen, Wiegman et al. (1995) en Kunczik & Zipfel (2004), wijzen volgens hem wel op verbanden, maar tonen een effect niet eenduidig en onweerlegbaar aan.

Het ligt genuanceerder, benadrukt Nikken. „Beleidsmakers willen graag directe antwoorden, maar zo simpel ligt het niet. De minister gebruikt mijn onderzoek als vrijbrief om te censureren. Als hij me belt leg ik het hem graag nog een keer uit.” Hirsch Ballin wilde ondanks herhaaldelijke verzoeken niet reageren op de kritiek van Nikken.

Volgens Wouter Rutten van de brancheorganisatie voor de entertainmentindustrie NVPI zijn de plannen van de minister gebaseerd op een „persoonlijke afkeer” van games. „Maar een game mooi, leuk of vies vinden is een subjectieve discussie. Terwijl de discussie moet gaan over hoe je deze spellen uit handen van minderjarigen houdt.”

Volgens Rutten gaat een verbod op gewelddadige spellen er waarschijnlijk niet komen. Sinds de afspraken met de minister is er volgens hem veel verbeterd. Zo doet het winkelpersoneel een online cursus hoe aan consumenten de leeftijdscriteria uit te leggen. En worden bedrijfsleiders door de hoofdkantoren meer aangesproken. „We hebben het gevoel dat het beter gaat”, zegt Rutten. Een onderzoek eind dit jaar met mystery shoppers, kinderen die ter controle worden ingehuurd om een gewelddadig spel te kopen, moet daartoe definitief uitsluitsel geven.

En de gamers? Ze reageren gelaten, zegt gamejournalist Jan-Johan Belderok. „Het is een non-issue geworden. Gamers worden ontzettend moe van deze discussie.” Volgens Belderok zou de minister zelf eens een spel moeten spelen, voor hij een oordeel velt. „Kinderen die gamen zijn niet bezig met moorden, maar met punten scoren en levels halen.”