Japanse bank verkoopt yens

Voor het eerst in zes jaar tijd heeft de Japanse centrale bank vandaag ingegrepen om de waardestijging van de yen tegen te gaan. De bank verkocht yens en kocht dollars op, nadat de Japanse munt gisteren een recordniveau had bereikt ten opzichte van de dollar.

De snelle opmars van de yen „schaadt de economische en financiële stabiliteit”, verklaarde minister van Financiën Yoshihiko Noda op een persconferentie. „We blijven de bewegingen op de valutamarkten volgen en zullen de noodzakelijke maatregelen treffen als dat nodig is”, aldus minister Noda.

De yen had gisteren de weg omhoog voortgezet, op de dag dat premier Naoto Kan de strijd om het leiderschap van de Democratische Partij van Japan (DPJ) had gewonnen van Ichiro Ozawa. Valutahandelaren hadden erop gerekend dat Kan minder snel geneigd zou zijn om met maatregelen de yen te verzwakken dan diens rivaal Ozawa.

De yen bereikte voor de ingreep de hoogste stand tegenover de dollar in vijftien jaar met een niveau van 82,86 yen. Na de interventie zakte de Japanse munt naar een stand van 84,91 yen per dollar.

De sterke yen is een gevaar voor het broze herstel van de Japanse economie, onder meer omdat het de export van grote bedrijven in gevaar brengt. Het gaat vooral om de koers van de yen tegenover de Amerikaanse dollar. De dure yen maakt de import van goederen goedkoper, wat de prijzen drukt (deflatie). De aandelenbeurs van Tokio sloot in een reactie op de interventie met een winst van de Nikkei-index van 2,9 procent. Vooral exporterende bedrijven als Sony en Toyota zagen hun koers omhoog gaan.

Minister Noda wilde gisteren niet ingaan op vragen over de omvang van de interventie. Volgens het nieuwsagentschap Dow Jones ging het om de verkoop van tussen de 200 en 300 miljard yen (tussen 1,85 miljard en 2,7 miljard euro).

Op 30 augustus stelde de Japanse centrale bank extra noodleningen aan banken beschikbaar in een poging de stijging van de yen te stoppen. (BBC, Reuters)