Hogere boetes zijn nog maar het begin

Geld wordt het richtsnoer van Justitie. Want grote tekorten leiden tot andere straffen. Ook politie en rechters zullen het merken.

Het geld is bijna op bij het ministerie van Justitie. De verkeersboetes gaan daarom volgend jaar met 15 procent omhoog. En het Openbaar Ministerie overweegt ook om minder taakstraffen op te leggen. Er worden meer boetes uitgedeeld.

Het lijken maatregelen die op gespannen voet staan met de uitgangspunten van de strafrechtspleging: preventie, het voorkomen van recidive, passende straffen en vergelding. Maar de financiële nood is zo hoog dat de strafrechtspleging steeds minder mag kosten.

De hogere boetes zijn waarschijnlijk pas het begin. Het Openbaar Ministerie (OM) onderzoekt of het mogelijk is om pluk-ze-acties (ontneming van criminele winsten) te intensiveren of meer te verdienen aan verbeurdverklaringen van goederen die bij misdrijven zijn gebruikt, zoals pistolen, laptops en auto’s.

Maar die maatregelen staan in geen verhouding tot de aanstaande bezuinigingen waarop het ministerie van Justitie rekent. Gevreesd wordt dat die kunnen oplopen tot twee miljard euro. Dat heeft enorme consequenties voor de strafrechtspleging.

Het is op zich niet nieuw dat geld- of capaciteitsgebrek tot een andere strafrechtspleging leidt. Tot 2001, bijvoorbeeld, accepteerde Nederland geen meermanscellen. Dat veranderde door de hausse aan bolletjesslikkers vanuit de Antillen en Suriname, met uitpuilende gevangenissen tot gevolg.

Maar het is niet eerder voorgekomen dat bezuinigingen en tekorten zo bepalend zijn voor de uitgangspunten van het justitiële beleid. Daarbij is intern de vraag aan de orde of het OM over een aantal jaren nog wel in staat is om al zijn taken uit te voeren. Die vraag staat centraal in het rapport van een ambtelijke commissie onder voorzitterschap van professor Vijlbrief van het ministerie van Economische Zaken.

Vijlbrief onderzocht dit voorjaar, ter voorbereiding van miljardenbezuinigingen bij het Rijk, de hele veiligheidsketen (justitie, politie, bijzondere opsporingsdiensten, terrorismebestrijding). Het voorstel om de verkeersboetes te verhogen komt uit de koker van die commissie.

Maar de commissie deed ook andere voorstellen. Moet de burger niet zelf meer verantwoordelijkheid nemen voor zijn eigen veiligheid? Kunnen er niet veel meer justitietaken worden overgelaten aan particuliere recherchebureaus of aan het groeiende leger van bijzondere opsporingsambtenaren bij gemeenten en provincies? Moet het OM echt elke aangifte van een gestolen laptop of fiets serieus nemen, of kunnen andere instanties dat niet net zo goed?

Het college van procureurs-generaal heeft nog geen antwoorden op die vragen, maar die zullen in oktober wel moeten komen, als er een nieuw regeerakkoord is. Anders bepaalt het nieuwe kabinet de koers van het OM.

Los van de strategie van het OM lijkt één ding vast te staan: de aansturing van justitie en politie wordt centraler. De ironie wil dat dat een direct gevolg is van de bezuinigingen die het OM nu doorvoert. Afgelopen najaar is besloten om het aantal arrondissementsparketten terug te brengen van 19 naar 10. Dat is een ingrijpende operatie die waarschijnlijk ook gevolgen heeft voor de rechtbanken en de politie. Rechtbanken zitten vaak in dezelfde gebouwen als de medewerkers van het OM. Als het OM bezuinigt op huisvesting heeft dat dus ook gevolgen voor de rechtbanken.

En de politie zal het ook merken. Harm Brouwer, topman van het OM, schreef enkele weken terug in deze krant dat een nieuw op te richten Nationale Politie moet aansluiten bij de nieuwe OM-organisatie. Dat zou betekenen dat de politie van 26 korpsen terug moet naar 10. Een doorbraak in de slepende discussie over het Nederlandse politiebestel.

Sluitstuk van deze plannen is het onderbrengen van justitie en politie bij één ministerie. Daarmee zou de oude strijd tussen justitie en politie worden beslecht. De nieuwe minister kan mensen en middelen bij politie en justitie beter op elkaar afstemmen. Dat lijkt heel logisch en efficiënt.

Maar of dat de strafrechtspleging ten goede komt, is de vraag. Deze week waarschuwde de Haagse rechtbankpresident Frits Bakker juist voor de strak aangetrokken regels bij de rechterlijke macht. Volgens Bakker is de rechtspraak zo streng gebudgetteerd dat rechters hun werk niet meer goed kunnen doen. Zijn boodschap was helder: efficiëntie is goed maar het mag niet ten koste gaan van de kwaliteit.