'Het gaat niet zo slecht met de aarde'

Redmond O’Hanlon maakte met Darwins verstekeling en film over zijn reis op een clipper in het kielzog van Darwin. „Vroeger geloofde ik in een onverschillig universum.”

Redmond O’Hanlon (1947) komt het kantoor van zijn Nederlandse uitgeverij Atlas binnen met een volle rugzak en een zware koffer op wieltjes, zoals het een echte reisschrijver betaamt. Alleen komt hij nu niet uit Congo, het Amazonegebied of Borneo, maar uit Vlissingen, waar de documentaire Darwins verstekeling een voorpremière beleefde op het festival Film by the Sea.

In de film, die is gebaseerd op de vorig jaar uitgezonden VPRO-serie Beagle: In het kielzog van Darwin, fungeert O’Hanlon als geanimeerd verteller en hoofdpersoon die de kijker gidst langs de belangrijkste plaatsen uit Darwins reis. Voordat hij mee mocht op de clipper Stad Amsterdam om de historische reis van Darwin in het Darwinjaar 2009 over te doen, werd hij stiekem onderworpen aan een auditie op het kantoor van zijn uitgever. O’Hanlon, die als eerbetoon aan Darwin op z’n zeventiende enorme bakkebaarden liet groeien – inmiddels zijn handelsmerk: „Eindredacteur Lex Runderkamp van de VPRO ondervroeg me over Darwin en filmde me terwijl ik rondliep en vertelde over het belang van Darwin, biologie en de industriële revolutie. Blijkbaar viel het in de smaak, want daarna vroeg hij of ik mee wilde naar Indonesië. Natuurlijk wilde ik dat, want daar heeft Alfred Russel Wallace, een van Darwins wetenschappelijke helden, onderzoek gedaan naar paradijsvogels en vlinders.

„Na de trip naar Indonesië moest ik herstellen van de enige griepsoort die ik nog niet had gehad in mijn leven. En daarna mocht ik eigenlijk slechts vier weken mee, van Plymouth (het startpunt van de reis, red.) tot Tenerife. Uiteindelijk voer ik mee tot Kaapstad, acht maanden. Verschrikkelijk dat het weer voorbij is.

„Het was het begin van een zeer gelukkige periode die nog steeds voortduurt. Ik had alles in mijn leven al gedaan, leed soms aan vreselijke depressies en een writer’s block, en deze reis heeft me er weer bovenop geholpen. Het was een enorm cadeau dat uit het niets kwam, een kans die je maar één keer in je leven krijgt en die ik met beide handen aangreep.”

De reis veranderde ook zijn visie op het aardse bestaan. „Ik geloofde altijd in de idee van een onverschillig universum, maar door net als Darwin met zoveel verschillende diersoorten in aanraking te komen die met elkaar en jou communiceren, ben ik op andere gedachten gebracht. Het is zo vreugdevol om speelse dolfijnen in het water te zien spuiten of ze nieuwsgierig langszij te zien komen, waarbij ze zich letterlijk in allerlei bochten wringen om je aan te kijken. Op een nacht werd ik wakker van het schommelen van de boot en riep een scheepsmaatje me snel bovendeks. Toen bleek dat het schommelen werd veroorzaakt door een enorme walvis die waarschijnlijk jeuk had en de zijkant van de boot gebruikte om zich te krabben. Fantastisch.”

O’Hanlon zit vol verhalen, die hij met enthousiasme vertelt, net als in de televisieserie en film. Hij lacht er graag bulderend bij en gebaart met zijn handen om zijn anekdotes kracht bij te zetten. Wat hij vertelt is boeiend, af en toe behoorlijk meanderend en soms zeer verassend. Zo blijkt hij een voorstander van toerisme naar natuurgebieden te zijn waar zich zeldzame dieren ophouden. Het betekent namelijk dat ze niet zullen uitsterven: „Als genoeg mensen de bidvogel willen zien en daarvoor zelfs willen betalen, betekent ook aandacht voor het lot van deze vogel. Natuurorganisaties schotelen ons vaak een te somber beeld voor vol doem over de kwetsbaarheid van de natuur, want niemand doneert natuurlijk een euro als het eigenlijk best goed gaat, zoals met de zeehonden en walvissen.”

O’Hanlon ziet een verband tussen de toename van natuurdocumentaires op televisie en in de bioscoop en het toenemende besef dat de toekomst van onze planeet op het spel staat. Maar hij tekent protest aan tegen het heersende pessimisme: „Ik denk niet dat het zo afgrijselijk slecht gaat met de aarde als sommigen beweren. Ook hier komt Darwin weer om de hoek kijken. De aarde heeft een enorme capaciteit om zich aan allerlei omstandigheden aan te passen, ook al duurt dat miljoenen jaren.”