Het begon met 'n koffiemok

Dominee Jones zorgde voor internationale ophef met zijn ‘Burn A Koran Day’.

Toch is hij een randfiguur in zijn gemeenschap, die toevallig veel aandacht kreeg.

Hoewel de obscure dominee Terry Jones zijn plan om korans te verbranden introk, vielen er deze week doden bij rellen in Afghanistan en Kashmir toen duizenden in protest de straat opgingen. In Iran raakten honderden studenten en leden van de Baseej-militie slaags met oproerpolitie tijdens een protest tegen het niet uitgevoerde dreigement van dominee Jones. De betogers schreeuwden „dood aan Amerika” en „Amerikaanse dominee moet worden gedood” en gooiden stenen

Wereldwijd spraken politici zich uit tegen een geplande koranverbranding in Gainesville, Florida. Twee Amerikanen trokken zich niets aan van het internationale protest. Ze kwamen dit weekeinde het kerkterrein oprijden met een duidelijk maar tevergeefs verzoek: „Burn, baby, burn.”

Zo zei de werkloze predikant Danny Lovely het. Hij is met een vriend, Rudy Wagner, eveneens werkloos en ook niet langer in het bezit van een gebit, aangekomen in een aftands bestelbusje. Achterop staat een foto van de brandende Twin Towers, met de tekst „In loving memory, burn a koran”.

Lovely laat printjes zien van vrouwenbesnijdenis, van mannen die volgens hem bij wijze van straf een penis in hun mond hebben. Dit gaat zelfs het Dove World Outreach Center, de christelijke splintergroepering die de wereldwijde agitatie teweegbracht, te ver. De deuren blijven dicht. „En dat”, concludeert Wagner terneergeslagen, „terwijl we in Liefde komen.”

Dat dit soort randfiguren juist naar Gainesville komt, dat de koranverbranding bij uitstek hier zou plaatsvinden, het is paradoxaal. Ook al noemen de 114.000 inwoners hun stad „the swamp” (het moeras), in werkelijkheid is dit een progressief bolwerk waar religieus fanatisme uitzonderlijk is. De grootste werkgever is een immense universiteit met 50.000 studenten en voor elke Republikein zijn hier twee Democraten. De burgemeester is openlijk homo.

„Predikant Terry Jones en zijn ideeën horen niet in Gainesville thuis, hebben niets met Amerika te maken en staan mijlenver van het christendom”, zegt nota bene de moslim Ismail Ibn Ali. De geboren Amerikaan is voorzitter van studentengroep Islam on Campus en hij zegt zich nog nooit zo thuis te hebben gevoeld in Florida als nu. Hoe extremer Jones zich ging opstellen, hoe meer de stad zich verenigd vond tegenover een gezamenlijke vijand. „Die wij overigens zelf gemaakt hebben”, zegt Ibn Ali nu. „Wij bleven maar benadrukken hoe absurd Jones met zijn anti-islam-koffiemokken is. Wij dachten dat hij zijn strijd wel zou opgeven.”

Integendeel. Hoe luidruchtiger de moslimstudenten Jones’ excentriciteit beklemtoonden, hoe meer gesterkt hij zich voelde telkens een stap verder te gaan. Het begon vorige zomer met drie borden voor het kerkgebouw. Voorbijrijdend lazen buurtbewoners ‘Islam/is of the/devil’. Daarna droegen kinderen van de kerkleden op school T-shirts met dezelfde boodschap (ze werden naar huis gestuurd), weer later volgde een nepgalg. Naast een hangende en met kruis uitgeruste pop stond een pop met ‘sharia law’ op de borst.

Een boek volgde, de koffiemokken en T-shirts gingen in de losse verkoop en ten slotte was daar de aankondiging van de ‘international burn a koran day’. De lokale krant schreef erover, CNN gaf Jones zendtijd. De 24-uurscyclus van de wereldwijde media maakte het circus compleet. Maar klagen over die media-aandacht wil Ismail Ibn Ali niet. „Die is juist fantastisch. Zo kunnen we over onszelf vertellen.” De „overdreven” reactie van zijn geloofsgenoten elders ter wereld keurt hij alleen wel af. „Laat die man ons toch niet zo opjuinen. Dit is echt niet zo erg als het lijkt.”

Ibn Ali staat al die tijd voor een christelijke megakerk waar dit weekeinde een van het dozijn bijeenkomsten was voor de gelovigen – en die paar atheïsten – die Gainesville kent. Binnen zijn honderden bezoekers. Kinderen tekenen en worden voorgelezen, boeddhisten proberen ondanks het gebabbel te mediteren. Vrouwen in kleurige sari’s praten met mannen met een kufi op en een zwarte predikant roept zangerig op „ons niet langer te laten gijzelen”.

Bij Dove World om de hoek is het stiller. Honderden journalisten wachten verveeld. Totdat de politie plots een man het gebouw uitsleept. Dronken of met een taser geraakt, op zijn eigen benen staan kan hij niet. De agenten laten de man vallen, doen een stap naar achter, cameraploegen snellen toe. Het signaal is duidelijk: indringers maken hier geen kans en eindigen als wereldnieuws.

Daar is dan ook Luke Jones, de zoon van. Hij is ook predikant en fungeert als de tweede man van de gemeenschap. Nu wordt hij belaagd, maar hij laat niets los. Jones glimlacht. Dit is zíjn moment.

Met de Nederlandse journalist wil hij wél praten want „we zijn gek op Geert Wilders”. Nee, echt, „we LOOOOOVE Wilders”. Al gaan sommige van diens voorstellen wel wat ver. De Koran verbieden bijvoorbeeld. „Dat is on-Amerikaans. Hier is nog vrijheid van religie.” Jones en zijn vader probeerden met Wilders in contact te komen. Wisten alleen niet hoe.

De kerk heeft honderd doodsbedreigingen gekregen, de FBI is daarom vier keer langs geweest en nu loopt Luke Jones met een pistool op de heup over het kerkterrein. Is het het allemaal waard geweest? Hij twijfelt. Dove World verkeert nog steeds in geldnood, het grasveld vol satellietwagens staat nog steeds te koop. Het aantal kerkleden is met eenderde gedaald, tot zo’n 40 nu. Ondanks dat alles „hadden we het gevoel dat we iets radicaals moesten doen om aandacht te krijgen”. Maar nu is het mooi geweest, zo smeekt hij dan bijna. „Wij zijn geen islamexperts. Wij zijn alleen stom genoeg te zeggen wat we denken.”