Europees hof hekelt Turkije

Het Europese Hof voor de Mensenrechten heeft de Turkse staat veroordeeld wegens zijn falen de vrijheid van meningsuiting en het leven te beschermen van de in 2007 vermoorde Turks-Armeense journalist Hrant Dink. Het hof in Straatsburg legde Turkije gisteren een boete op van 133.000 euro. Het grootste deel gaat naar Dinks nabestaanden, die al jaren speuren naar de waarheid achter de moord.

Volgens het hof deden de Turkse autoriteiten niets om Dink te beschermen, ook al wisten ze dat de journalist gevaar liep. De autoriteiten hebben ook nagelaten de moord grondig te onderzoeken. Dink werd jarenlang bedreigd omdat hij geregeld publiceerde over de massamoord op de Armeniërs in de nadagen van het Ottomaanse Rijk. Hij noemde dit genocide en doorbrak daarmee een groot Turks taboe. Hij was ook een voorman in de strijd voor verzoening tussen Turken en Armeniërs.

De uitspraak brengt de regering van premier Erdogan in verlegenheid. De regering belooft al jaren zich in te zetten voor de rechten van minderheden en won zondag nog een referendum over grondwetswijzigingen die Turkije zouden moeten democratiseren. Turkije staat bovenaan de lijst van Europese landen die jaarlijks door het hof in Straatsburg op de vingers worden getikt wegens het schenden van mensenrechten.

Dink stapte aanvankelijk zelf naar de Europese rechter nadat hij in 2006 tot een voorwaardelijke gevangenisstraf was veroordeeld wegens belediging van „het Turkendom”. Een jonge ultranationalist schoot hem op 19 januari 2007 neer voor het kantoor van de Armeens-Turkse krant Agos. De rechtszaak tegen hem en andere verdachten loopt nog. De nabestaanden zijn ervan overtuigd dat hooggeplaatste politiemannen en politici het onderzoek blokkeren. Een video-opname liet zien hoe agenten na de arrestatie lachend met de moordenaar voor de camera poseerden. Een journalist die de betrokkenheid van de veiligheidsdiensten bij de moord onderzocht, is aangeklaagd. Hem hangt 28 jaar celstraf boven het hoofd.