Een gruwelijke varkensstal zit er niet tussen

NRC-lezers kozen het lelijkste gebouw. Les één voor lelijke architectuur: maak iets opvallends, ook als daar geen reden voor is.

Iedereen heeft een mening over architectuur. Een boek over onleesbare romans is vermoedelijk nog nooit gemaakt, maar Jaap Huisman schreef in 1991 Lelijk Gebouwd Nederland. De slechtste componist is waarschijnlijk nog nooit verkozen, maar Carel Weeber werd door zijn collega’s uitgeroepen tot slechtste architect van Nederland. Er zijn niet vaak enquêtes over de lelijkste schilderijen, maar er was wel de NRC Handelsblad-verkiezing van het lelijkste recente gebouw in Nederland – NRC-lezers deden massaal mee. Architectuur is de enige kunstvorm die geregeld leidt tot verkiezingen over de lelijkste voortbrengselen.

Dat komt doordat architectuur de meest publieke is van alle kunsten. Romans moet je kopen of lenen en dan nog lezen ook, voor opera moet je een cd aanschaffen of een paar uur in een theaterzaal zitten en voor recente schilderijen moet je naar moderne-kunstmusea. Maar om een gebouw te zien hoef je geen enkele moeite te doen. Architectuur zie je vanzelf en gratis, als je bijvoorbeeld naar je werk gaat of je oude moeder bezoekt. Gebouwen zijn het decor van het dagelijkse leven.

NRC-lezers konden zelf gebouwen nomineren. Hierbij valt op dat het daarbij nooit om neutrale architectuur gaat. Een simpele kantoordoos of een functionele maar afschrikwekkende varkensstal zit er niet tussen. Les nummer 1 voor architecten die iets willen maken dat tot lelijkste gebouw van Nederland wordt uitgeroepen is dan ook: maak iets opvallends, ook als daar geen aanleiding toe is.

Verder valt op dat de genomineerde gebouwen een allegaartje vormen. Er is niet één bepaalde stijl waaraan NRC-lezers massaal een hekel hebben. De genomineerden zijn een supermodernistisch theater (het Agoratheater in Lelystad van UN Studio), een postmodernistisch museum (Louwman Automuseum in Den Haag van Michael Graves), een high-tech-gebouw (Achmea-gebouw van VVKH architecten), een organisch kantoor (KPMG-gebouw in Amstelveen van Marcel van der Schalk), een postmodernistisch Las Vegas-ding (De Stadshaard in Enschede van Branimir Medic van de ArchitectenCie), een neomodernistisch Las Vegas-ding (Retailpark in Roermond van NIO architecten), een neobarokke kantoortoren (The Rock in Amsterdam van Erick van Egeraat) en neo-expressionistische glasarchitectuur (kantoor voor de Rijksdienst voor cultureel erfgoed in Amersfoort van Juan Navarro Baldeweg). Les twee voor lelijke architectuur is dan ook: stijl doet niet ter zake.

De uitslag kent, wat mij betreft, een paar verrassingen. Onverwacht is de nominatie van het KPMG-hoofdkantoor Amstelveen. Dit is gebouwd in dezelfde populaire organische stijl als het Gasuniegebouw in Groningen van Alberts en Van Huut. Dat gebouw werd twee jaar geleden door de lezers van Trouw juist gekozen tot mooiste van Nederland.

Dat The Rock op de Zuidas in Amsterdam op te lijst staat, is minder verrassend. Veel mensen vinden dit een karbonkel. Maar hier wreekt zich dat gebouwen alleen op hun buitenkant worden beoordeeld. Want wie dit kantoor binnengaat, moet vaststellen dat het fantastisch is, met een spectaculaire opeenvolging van ruimtes en een prachtige detaillering. Ik vind dit de eerste geslaagde toren op de Zuidas. Hij stond in mijn Top 3 van beste gebouwen van 2009.

Ronduit verbazend is de uitverkiezing van de Stadshaard in Enschede tot lelijkste gebouw van Nederland. Stadshaard is een krachtcentrale. Tot voor kort verdiende dit soort gebouwen geen bijzondere aandacht en werden ze in een achterkamer ontworpen door een anonieme ingenieur van de gemeente of de energiemaatschappij. Veel centrales zijn dan ook anonieme, geheel gesloten bruin-grijze dozen van beton en staal met een kale, metalen schoorsteen. In Enschede heeft Branimir Medic er samen met de kunstenaar Hugo Kaagman een vrolijke kachel van gemaakt, een Nederlandse reuzenversie van de goede, oude Duitse ‘Kachelofen’. Maar blijkbaar vinden de NRC-lezers het niet gepast om van een simpel utiliteitsgebouw een ‘icoon’ te maken.