De vergulde kip of het gouden ei

En wéér een record. De goudprijs bereikte gisteren 1.275 dollar per troy ounce (31,1 gram). Het nieuws van de toonaangevende goudconsultant Gold Field and Mineral Services (GFMS) dat centrale banken dit jaar netto 15 ton goud kopen, joeg de prijs van het metaal omhoog. In de afgelopen tien jaar verkochten centrale banken juist jaarlijks gemiddeld 442 ton, aldus GFMS. Dat is nogal een ommekeer.

Er is niet veel voor nodig om de fantasie op hol te laten slaan, want de goudprijs is op twee manieren te bezien. De eerste, voor de hand liggende, is dat de prijs van goud omhoog gaat. De tweede, interessantere, is dat de waarde van het geld dat voor dezelfde hoeveelheid goud wordt betaald kennelijk daalt. Van daaruit is het maar een kleine stap om in die dalende prijs van geld van allerlei onheil te zien: een wereldeconomie die bezwijkt aan hyperinflatie, of een wankele toekomst voor de internationale reservemunt waarin goud wordt afgerekend – de dollar. De verhalen zijn aantrekkelijk: als vluchtheuvel voor inflatie heeft goud nog en lange weg te gaan. De 1.275 dollar van nu mag dan een record zijn, maar om gecorrigeerd voor inflatie de vorige piek van 1980 te overtreffen moet de goudprijs bijna verdubbelen.

Maar stel nu dat de eerste zienswijze de beste is: de prijs van goud gaat omhoog. Dan zal de prijsvorming simpel moeten worden gezien als een gevolg van de verhouding tussen vraag en aanbod. Nieuw goud is strikt gezien niet nodig. Het jaarlijkse daadwerkelijke verbruik (dus zonder de juwelenbranche) door industrie en tandheelkunde ligt rond de 400 ton. De rest van de vraag is in wezen luxe of speculatief. Tegenover de 400 ton aan werkelijke materiële vraag staat aan mijnproductie en hergebruik jaarlijks het tienvoudige.

Goud gaat vrijwel nooit weg, dat is nu eenmaal het kenmerk van een edelmetaal. Het hoopt zich op. Er is uitgerekend dat de totale huidige bovengrondse goudhoeveelheid nu al genoeg is voor zo’n 400 jaar verbruik.

De schaarste van goud is daarom zeer relatief, en als de prijsvorming daar van afkomstig moet zijn dan is de kans groot dat het goudrecord van nu vooral het resultaat is van wantrouwige hamsterwoede en speculatie. Er zijn via fondsen en andere constructies nu allerlei nieuwe mogelijkheden om in de goudmarkt te stappen, die voorheen meestal slechts toegankelijk was voor specialisten en eindgebruikers. Nieuw geld jaagt op dezelfde hoeveelheid goederen. Goud lijkt wat dat betreft op andere grondstoffen waar hetzelfde mee is gebeurd en waar de prijsvorming steeds wilder is geworden. En dat doet de vraag rijzen of goud nog het schild is tegen inflatie, of dat het er nu zelf aan onderhevig is.

Maarten Schinkel