Consument krijgt ineens 4,3 miljard euro

Nederlanders moeten meer geld uitgeven. Dat is goed voor de economie. Daarom geeft het kabinet vandaag het spaarloon vrij dat werknemers op geblokkeerde rekeningen hebben staan. Het gaat in totaal om een bedrag van 4,3 miljard euro.

Veel bedrijven bieden hun werknemers de mogelijkheid om een deel van hun bruto salaris – maximaal 613 euro per jaar – netto (dus belastingvrij) te laten uitbetalen op een speciale spaarrekening. Consequentie is dan dat de werknemer vier jaar lang niet bij dat geld kan, behalve voor specifieke, in de wet omschreven bestedingen, zoals de koop van een eigen huis. Voor het spaarsaldo op spaarloonrekeningen geldt een vrijstelling voor de inkomstenbelasting.

Doordat de blokkade vandaag wordt opgeheven, kunnen spaarders het geld van de geblokkeerde rekeningen afhalen. Ze kunnen het op een andere spaarrekening zetten, of ermee beleggen, of er goederen mee kopen. Dat laatste is de bedoeling van het opheffen van de blokkering. Met het overhevelen van het geld naar een andere rekening schiet de economie niks op.

Of het zin heeft het saldo over te hevelen naar een andere spaarrekening, is overigens maar de vraag. De belastingvrijstelling vervalt dan, dus wie enig vermogen heeft moet er dan 1,2 procent belasting over betalen. Dan moet de geboden rente ten minste 1,2 procentpunt hoger liggen dan op de spaarloonrekening. Op dit moment bieden banken echter niet meer de hoge rentes van enkele jaren geleden. Op een rekening zonder beperkingen is nergens meer dan 2,5 procent te krijgen.

Uit eerdere ‘vrijgeefmaatregelen’ bleek echter dat het positieve effect op de economie tegenvalt. In 2005 namen spaarders 2,8 miljard euro op, waarvan zij slechts 15 procent direct besteedden. Demissionair minister De Jager van Financiën (CDA) gaat dit keer ook van dat scenario uit. Dat komt neer op extra consumptieve bestedingen van iets meer dan 600 miljoen. „Wonderen moet je er niet van verwachten”, zei hij in juli.

Spaarloon: pagina 15