Castro heeft (on)gelijk

Heeft Fidel Castro een keer groot gelijk, blijkt dat iedereen hem verkeerd heeft begrepen. De voormalige leider van Cuba zei eerder deze maand tegen de Amerikaanse journalist Jeffrey Goldberg van het tijdschrift The Atlantic dat het Cubaanse model zelfs niet meer voor Cuba werkte. Uit zijn mond was dat opzienbarend. Maar gezien de deplorabele staat van de economie van Cuba, erfenis van tientallen jaren communisme, is het een lastig te weerleggen conclusie.

Helaas, enkele dagen na de publicatie op 8 september van het vraaggesprek, kwam Fidel op zijn woorden terug. Niet dat hij ze introk, hij had eenvoudigweg het omgekeerde bedoeld. Goldberg reageerde: „I’m sorry to say it, but I think the expression, ‘The Cuban model doesn’t even work for us anymore’ means, ‘The Cuban model doesn’t even work for us anymore’.”

Het roept de vraag op of Fidel het meende toen hij onlangs de Iraanse president Ahmadinejad een antisemiet noemde of Osama bin Laden een CIA-agent. Of dat een andere recente verklaring nog houdbaar is, dat Fidel spijt heeft van de vervolging van homo’s, waaraan zijn bewind zich in jarenlang heeft schuldig gemaakt.

Fidel Castro, inmiddels 84, maakte in 2008 plaats voor zijn vijf jaar jongere broer Raúl, die toen al twee jaar als interim-president aan de macht was. Fidel leed aan een darmziekte. Raúl, jarenlang minister van Defensie, maar vooral de ‘broer van’, werd president. Fidel werd nu de ‘broer van’. Maar hij heeft zich blijkbaar kranig hersteld, spreekt zijn volk weer in zijn klassieke uniform toe en lijkt moeite te hebben met zijn rol in de schaduw. ‘Cubanologen’ menen soms een broedertwist te ontwaren, maar in het land waar geen persvrijheid bestaat, blijven vermoedens dikwijls vaag.

Zichtbaar is dat Raúl economische hervormingen op gang heeft gebracht, zij het aanvankelijk slechts mondjesmaat, waartoe Fidel nimmer bereid bleek. Dus is er hier en daar vrij ondernemerschap, voor kappers, voor taxichauffeurs. Wie zich door de straten van Havana en andere steden bewoog, wist al dat er meer handel buiten de greep van de Staat was. In grote, dikke sigaren bijvoorbeeld of in oude bankbiljetten met de beeltenis van Che Guevara. Leuk voor in de vitrine.

Maar met zijn aankondiging dat een half miljoen ambtenaren worden ontslagen en de regels voor de private sector verder worden versoepeld, heeft president Raúl Castro nu de basis gelegd voor wat een economische contrarevolutie lijkt. Dat is niet zonder risico. Van wie hebben de Cubanen die op straat komen te staan het vrije ondernemerschap kunnen leren, in al die jaren dat de Staat voor hen beloofde te zorgen?

Gedwongen door de financiële crisis en andere tegenslagen zal Raúl wel moeten. Als de Verenigde Staten vervolgens doen wat de Europese Unie al eerder deed, een einde maken aan de economische boycot, is er hoop voor Cuba. Dat vergt nóg een ingrijpende stap van de Cubaanse autoriteiten: vrijlating van alle politiek gevangenen en respect voor de mensenrechten. Te vrezen valt dat dit nog jaren zal duren.