Begin meteen met zonne- en windenergie

L.J. Giling geeft op de Opiniepagina van 13 september een interessante doch irrelevante beschouwing over de bezwaren om Nederland over te schakelen op zonne- en/of windenergie. Interessant omdat duidelijk wordt wat de uitdagingen zijn waar mijn generatie, en de generatie van mijn kinderen, voor staan. Uitdagingen waarop hij echter geen antwoord formuleert. Irrelevant omdat zelfs de meest fervente voorstander van duurzame energie zich niet kan voorstellen dat we „tweederde van het oppervlak van Nederland bedekken met zonnepanelen en [...] tevens geheel Nederland voorzien van windmolens”.

Giling stelt dat de kosten, de leveringszekerheid, en het grote ruimtebeslag de grote bezwaren zijn tegen zonne- en windenergie. Natuurlijk, kosten moeten omlaag. Bjørn Lomborg zegt op dezelfde Opiniepagina hetzelfde: innovatie is nodig. Innovatie waar Nederland met zijn technische kennis van zonnecellen en wind op zee een belangrijke rol kan spelen, maar waar de Nederlandse overheid een veel prominentere positie kan innemen. Leveringszekerheid in de definitie van Giling (wat als de zon niet schijnt, de wind niet waait?) moet afgezet worden tegen de geopolitieke leveringszekerheid (wat als Poetin de gaskraan dichtdraait, wat als de nieuwe koning van Saoedi-Arabië besluit zijn olie slechts aan China te verkopen?) Ruimtebeslag? De overheid doet er verstandig aan concentratiegebieden voor windenergie aan te wijzen in gebieden waar het waait. Niet in het binnenland, maar aan de kust of op zee.

Olie en gas raken ooit op. De opwarming van de aarde zal ooit een probleem worden. Als ex-Rotterdammer is het adagium ‘niet lullen maar poetsen’ zo’n beetje mijn lijfspreuk geworden. Laten we gewoon beginnen (en niet eindigen zoals L.J. Giling stelt) met wind- en zonne-energie, beginnen met het besparen van energie, beginnen met innovatie. Over een jaar of 10 maken we dan de balans op.

Ir. T. Meijers

Twintig jaar werkzaam in olie, gas en windenergie, Teteringen