'We moeten ons blind- en doofzijn doorbreken'

Na alle verhalen over het seksueel misbruik door katholieke geestelijken in België vragen ook politici zich af hoe ze moeten reageren „Ik pleit voor een waarheidscommissie.”

Op de Belgische radio en televisie zei kardinaal Léonard gisteren steeds maar weer hoe vreselijk hij het seksueel misbruik vond in zijn kerk. Het imago van de kerk was beschadigd, zeker. Maar dat zou ook „louterend” kunnen zijn. Het imago van de slachtoffers – dáár ging het hem nu om.

Hij vertelde ook dat de bisschop van Brugge die jarenlang zijn neefje had misbruikt, nog steeds niet begreep hoe erg dat was geweest. „Dat zie je vaker bij pedofielen.” En Léonard praatte over het ‘centrum voor erkenning, heling en verzoening’ dat de bisschoppen gaan oprichten. ’s Ochtends was dat aangekondigd in een persconferentie in Mechelen.

„Wij werden met harde hand van die bijeenkomst weggehouden”, zegt ’s avonds priester Rik Devillé, die al in de jaren negentig met zijn werkgroep ‘mensenrechten in de kerk’ honderden verhalen had verzameld over seksueel misbruik door geestelijken. Hij had, zegt hij, de kardinaal al drie keer geschreven namens de slachtoffers: of zíj eerst gehoord konden worden voor er iets werd besloten.

Dat gebeurde niet. Ook advocaten van slachtoffers en politici wisten van niets. Kamerlid Renaat Landuyt, justitiespecialist van de Vlaamse sociaal-democratische SP.A, zegt dat hij van zijn stoel viel toen hij hoorde dat de kerk met een eigen ‘centrum’ komt voor de slachtoffers. „Stel je eens voor”, zegt hij, „dat het niet om de kerk, maar om een sportclub of zwemvereniging gaat, of om wat voor privéorganisatie dan ook. Stel je voor dat die zou zeggen: ‘We zijn verantwoordelijk en laat iedereen nu maar met zijn verhalen bij ons komen, wij regelen het wel.’ Dat zou nooit geaccepteerd worden.”

Waarom wordt het van de kerk geaccepteerd?

„De rooms-katholieke kerk wordt nog steeds te veel geassocieerd met het gezag van de overheid. Haar handelen wordt gezien als het handelen van een overheid. Dat is ook precies het probleem: omdat dat zo is, durfden slachtoffers zich vaak niet te verzetten.”

Er werd in België de afgelopen weken wel steeds gezegd dat de kerk ‘iets moest doen’.

„Uiteraard moet die kerk ervoor zorgen dat in de toekomst alles beter loopt. Laat ze richtlijnen opstellen, een beroepscode voor geestelijken zoals ze van plan zijn. Maar de zorg voor de slachtoffers, daar moeten ze niet met hun handen aan gaan zitten. Het probleem van de slachtoffers hoort bij de taak van de overheid. Het misbruik is ook een collectieve verantwoordelijkheid. Dat er misbruik wordt gemaakt van een gezagsrelatie is een maatschappelijk probleem, dat we met zijn allen niet serieus genoeg hebben genomen.”

Wat doet de overheid dan nu? Welke plannen heeft u als politicus?

„We moeten lessen trekken. Er is nu discussie over of de verjaringstermijn moet worden veranderd van tien naar dertig jaar. Maar er blijkt dat mensen vaak pas na dertig jaar met hun verhalen komen. Ik denk dat die verjaring dan maar het beste afgeschaft kan worden. Het is ook de bedoeling dat de Kamercommissie voor Justitie deze vrijdag bij elkaar komt. We gaan het plan bespreken of er een parlementaire onderzoekscommissie moet komen. Die heeft dezelfde bevoegdheden als een onderzoeksrechter. Ik pleit eigenlijk voor de oprichting van een waarheidscommissie.”

U denkt dat er nog veel waarheid boven tafel moet komen?

„Er is sprake van collectieve schuld. We moeten ons blind- en doofzijn doorbreken. We moeten bijvoorbeeld ook nagaan hoe we kunnen vermijden dat pedofielen steeds maar beroepen opzoeken die passen bij hun neiging.”

Hoe verklaart u dat zoveel getuigenissen, die een commissie vorige week publiceerde, van Vlamingen komen, en maar zo weinig van Franstaligen in België?

„Dat is eigen aan dit land. Het nieuws raakte in een stroomversnelling na het aftreden van een Nederlandstalige bisschop, in het voorjaar. Daardoor kreeg het vooral aandacht in Nederlandstalige media. Dat is typisch Belgisch.”

Kardinaal Léonard toonde veel aandacht voor de slachtoffers. Wat vindt u daarvan?

„Ik vond het tamelijk pijnlijk en helder dat hij vertelde dat bij bisschop Vangheluwe (uit Brugge, die zijn neefje misbruikte, red.) het besef van de ernst nog niet was doorgedrongen. Het siert Léonard dat hij er zo mee bezig is. Ik vind het ook een groot probleem voor de katholieken dat het voortbestaan van het geloof in de kerk in gevaar komt. Ik verwijt Léonard ook niks. Ik vind het alleen niet goed dat hij zelf het probleem van de slachtoffers oppakt. Dat is te veel hooi op zijn vork.”