Tony Blair zucht en buldert

„In een veranderende wereld moet jij degene zijn die de verandering inzet.”

Dat zegt de Britse oud-premier in een interview naar aanleiding van zijn memoires.

De Ierse politie beschermt de boekenwinkel waar Tony Blair vorig weekend een signeersessie hield. Anti-oorlogsdemonstranten bekogelden hem met eieren en schoenen. Foto AP Irish police secure Eason book store in Dublin, Ireland, Saturday, Sept. 4, 2010. Former British Prime Minister Tony Blair appeared for a public book signing at the Eason book store as anti-war protesters hurled shoes and eggs at him as he arrived for his first public signing of his fast-selling memoir. (AP Photo/Peter Morrison) AP

Nee, opnieuw een rol in de Britse politiek is zeer onwaarschijnlijk, zegt Tony Blair. Maar zeg nooit nooit.

De oud-premier zit onderuitgezakt op een leren bank in zijn Londense kantoor vlakbij Bond Street. Vanuit dit hoofdkwartier runt hij drie stichtingen. Hij houdt lezingen, is gezant voor het Midden-Oosten en bezit een investeringsbank. Eigenlijk is hij zelden in Londen.

Tony Blair leidt tegenwoordig een reizend bestaan en verdeelt zijn tijd tussen de werelddelen. Te midden van afgelaste feestjes en signeersessies – anti-Irakdemonstraties maken verdere publieke optredens onmogelijk – laat hij zich interviewen over zijn memoires. Zijn lijfwacht zit de hele ochtend geduldig in de gang te sms’en, voor het geval er toch nog iets gebeurt.

Blair beweert nadrukkelijk van zijn leven in de luwte te houden. Maar zoals hij ook in zijn vorige week verschenen memoires zegt, voelt hij nog steeds de drang om in te grijpen. Het is meer dan de oud-politicus die op vaderlijke wijze nog eens zijn gedachten laat gaan over hoe het anders had gekund. Hij maakt zich oprecht zorgen over hoe ‘zijn’ liberale economische politiek, de marktwerking in sociale voorzieningen en de buitenlandse betrokkenheid te grabbel worden gegooid.

Natuurlijk, het was volkomen juist om aan het begin van de economische crisis in te grijpen, staatssteun en aandacht voor de eigen bevolking waren noodzakelijk. Nu is het weer tijd om te investeren, wil niet alleen Groot-Brittannië maar ook Europa kunnen concurreren met opkomende economieën als China en India.

Daarom ook is hij nog steeds groot voorstander van de Europese Unie. „In een wereld die zo snel verandert als de onze is het voor iedereen in Europa belangrijk om te begrijpen dat we alleen als we samenwerken macht hebben. We zijn allen kleiner dan elk van de opkomende landen die deze eeuw zullen domineren.”

Het past in zijn beeld van ‘openheid’, waarover hij met passie spreekt. Blair ziet dat veel Europese landen op een tweesprong staan, waarbij ze moeten kiezen of ze de blik naar buiten of naar binnen richten. „We moeten niet bang zijn voor immigratie”, zegt hij, „voor mensen met een ander geloof, voor een open economie.”

De burger vraagt daar ook om, denkt hij. Die ziet dat de wereld verandert en zoekt naar houvast. „De natuurlijke reactie van politici is om veiligheid te creëren door verandering uit de weg te gaan. Maar juist nu zijn hervormingen cruciaal. In een veranderende wereld moet jij degene zijn die de veranderingen inzet.”

Juist voor links – al wil Blair graag af van dat label en heeft hij het liever over progressieve en conservatieve partijen – bestaat nu het gevaar van stilstand. „Links creëerde na de Tweede Wereldoorlog de grote sociale instellingen en wil die graag in stand houden, ook in een tijd van crisis. Je moet juist de waarden verdedigen, niet de instituties. Gaat het om de gezondheidsinstelling of het idee van goede zorg voor iedereen?”

Hoe ziet hij dan de toekomst van zijn eigen Labourpartij? De vijf kandidaten voor het leiderschap pleiten in meer of mindere vorm juist voor een terugkeer naar links en zetten zich af tegen Blairs Derde Weg tussen socialisme en liberalisme.

Blair wil zich niet uitspreken over wie zijn voorkeur heeft. Uit de regels die hij zelf opstelt over progressieve politiek, waarbij sociale compassie en economische welvaart hand in hand gaan, kan het alleen maar zijn voormalig politiek assistent David Miliband zijn. Blair glimlacht.

Of, als je een van de andere regels uit zijn boek toepast – een goede politicus heeft eerst een baan buiten de politiek gehad – kan het alleen maar Diane Abbott zijn, de enige kandidaat zonder ministeriële ervaring, die door weinigen serieus wordt genomen. Er komt een bulderende lach. Blair gaat rechtop zitten, zijn ogen twinkelen. „Ik geloof dat ik mijn formuleringen moet aanpassen.”

Dan weer serieus: „Ik meen het wel: het probleem voor de politiek is dat politici te geobsedeerd raken door de politiek zelf. Na de universiteit gaat iemand werken als politiek medewerker, wordt parlementariër, wordt minister. Zonder ‘buiten’ te zijn geweest.”

Hij was advocaat: „Ik ontmoette voortdurend zakenmensen en dat gaf me begrip voor hoe zij opereren. Je kunt geen politicus zijn zonder te weten hoe het bedrijfsleven werkt.”

Vindt hij het niet jammer dat hij juist wordt herinnerd vanwege Irak? Zijn Ierse signeersessie werd verstoord door anti-oorlogsdemonstranten, de sessie in Londen werd afgelast. Hij antwoordt enigszins knorrig: „Die protesten waren er ook vóór Irak. Dat is het leven van een politiek leider, je leeft met de tirannie van het protest.”

Blair beseft dat ‘Irak’ bepaalt hoe velen over hem denken. Maar zegt hij, misschien is succes ook af te meten aan de nieuwsverhalen die er niet meer zijn. „Iedere winter hadden we hier verhalen over de gezondheidszorg die instortte, over bejaarden die van de kou stierven omdat ze de verwarming niet konden betalen, over werknemers die rond Kerst werden betaald met hongerloontjes. Dat lees je niet meer.”

Hij wil maar zeggen: kijk eens naar de hervormingen in de gezondheidszorg die ik heb bewerkstelligd, of naar de introductie van het minimumloon. „Ik wil niet zeggen dat het perfect is gegaan, maar de gewone man onthoudt ook dat.”

En toch verloor Labour de verkiezingen in mei. Blair zucht, hij heeft dezer dag al zo vaak hierover moeten praten. In zijn memoires wijst hij onder andere zijn opvolger Gordon Brown als schuldige aan. Die zou „geen politiek gevoel” hebben, en de principes van New Labour zijn vergeten. Nu is hij genuanceerder: „We verloren omdat we niet langer aan de scherpste kant van de toekomst stonden. Labour wint als het de partij van de toekomst is, en verliest als dat niet zo is.”

Hij heeft geen behoefte om weer een rol te spelen binnen de politiek. „Ik was dolgraag president van de Europese Unie geworden.” Wil hij dat nog steeds? „Ja, natuurlijk. Maar iemand anders vervult nu die rol.”

Dan moet hij weg, op naar een volgende locatie, een volgende stad. Zijn lijfwacht is hem al voorgegaan om te kijken hoe veilig het daar is.