Studie computergames 'vrijbrief voor censuur'

Als computerwinkels gewelddadige spellen niet uit handen van kinderen houden, komt er een verbod, zo kondigt minister Hirsch Ballin aan.

Carmageddon in 1997, Hooligans in 2001, Postal 2 in 2003 en Manhunt 2 in 2007. Zolang gewelddadige computerspellen bestaan, discussiëren politici over een verbod.

In Den Haag wordt aan deze discussie een hoofdstuk toegevoegd. In juni stuurde demissionair minister Ernst Hirsch Ballin (Justitie, CDA) een brief naar de Tweede Kamer, waarin hij aangaf „extreem gewelddadige spellen” te willen verbieden, als de entertainmentbranche niet beter haar best doet spellen uit handen van kinderen te houden. Een verbod op uiterst gewelddadige games is „wenselijk” en „juridisch mogelijk”, schreef de minister. GroenLinks wil morgen een debat aanvragen.

Een meerderheid van de Kamer heeft zich al uitgesproken tegen een verbod. Wetenschappers en gamers reageren negatief. „De minister speelt duidelijk geen games”, zegt gamejournalist Jan-Johan Belderok, presentator van tv-programma Gamekings. „Kinderen die gamen zijn niet bezig met moorden, maar met punten scoren en levels halen.” Onder gamers wordt gelaten gereageerd, zegt Belderok. „Het is een non-issue geworden. Gamers worden ontzettend moe van deze discussie.”

Vorig jaar maakte Hirsch Ballin afspraken met winkels voor betere handhaving van leeftijdsgrenzen op computerspellen. Voor kopers van spellen gelden leeftijdsnormen van 3, 7, 12, 16 en 18 jaar. De winkels moeten voor 2012 bereiken dat ten minste 70 procent van de games en films voor boven de 16 jaar niet aan jongeren worden verkocht. Begin vorig jaar werd 14 procent van jonge consumenten een aankoop geweigerd. „De branche moet reguleren”, zegt een woordvoerder van de minister. „Als ze er niet in slaagt afspraken na te komen, komt een verbod in beeld.”

Volgens brancheorganisatie voor de entertainmentindustrie NVPI zal het zo ver niet komen. Er is volgens de NVPI veel verbeterd. Winkelpersoneel doet nu een cursus hoe aan consumenten de leeftijdscriteria uit te leggen. Bedrijfsleiders worden door de hoofdkantoren meer aangesproken. „We hebben het gevoel dat het beter gaat”, zegt Wouter Rutten van de NVPI. Een onderzoek met mystery shoppers, kinderen die ter controle worden ingehuurd om gewelddadige spellen te kopen, moet definitief uitsluitsel geven.

Wouter Rutten noemt het „bijzonder” dat een demissionair minister nu dreigt met een verbod. „We hadden het idee dat hij hiernaar neigde, maar dit komt als een verrassing.” Volgens Rutten heeft de minister een „persoonlijke afkeer” van gewelddadige spellen. „Maar een game mooi of vies vinden is een subjectieve discussie. Terwijl de discussie moet gaan over hoe je spellen uit handen van minderjarigen houdt.”

De minister baseert zijn pleidooi onder meer op het boek Mediageweld en Kinderen van dr. Peter Nikken, psycholoog en deskundige ‘jeugd en media’ van het Nederlands Jeugdinstituut. Uit diens literatuuronderzoek naar het verband tussen gewelddadige spellen en agressie bij kinderen, zou blijken dat er een verband bestaat. „De mate waarin games een vertekend beeld geven van de ‘stoere held’ lijkt, in combinatie met identificatie door de spelers met de agressor, een risicofactor voor geweldeffecten”, schreef de minister, met daarbij een voetnoot naar het onderzoek van Nikken.

Maar volgens Nikken is Hirsch Ballin onvolledig geweest in de interpretatie. „De minister gebruikt mijn onderzoek als vrijbrief om te censureren”, zegt Nikken. „De minister dringt sterk aan op hard optreden tegen gewelddadige spellen, en dat het effecten sorteert bij alle burgers. Maar zo ernstig is het niet. Hij haalt er een stukje uit, en interpreteert dat in een bepaalde richting.” De minister wil niet op deze kritiek reageren.

Vier andere onderzoeken, die Hirsch Ballin in antwoorden op Kamervragen aanhaalde om zijn standpunt kracht bij te zetten, krijgen kritiek van Nikken. Twee van de bronnen, Wiegman et al. (1995) en Kunczik & Zipfel (2004), wijzen volgens Nikken wel op verbanden, maar tonen een effect niet eenduidig en onweerlegbaar aan.

Het ligt genuanceerder, benadrukt Nikken. „Agressie bij kinderen is meer afhankelijk van omgevingsfactoren. Een slechte buurt, opvoeding, school, leeftijd, geslacht. Een gewelddadig spel leidt pas tot agressief gedrag als de omgeving dit gedrag niet afkeurt.” Het tegendeel is soms zelfs waar. „Wanneer je tegen het gebruik van geweld bent, kan de confrontatie met geweld in een game juist tot afkeuring van geweld leiden.”