Sparren met een professor in de waterkerk

In Leeuwarden hebben veertien bedrijven zich gevestigd in een oude kerk. Ze houden zich allemaal bezig met watertechnologie. Deel 10 in een serie over bedrijvenclusters.

Werknemers treffen elkaar rond het altaar. Verder zie je in het verzamelpand voor bedrijven een kerkorgel en glas-in-loodramen. De Johannes de Doperkerk in Leeuwarden is geen kerk meer, maar biedt onderdak aan startende ondernemers in watertechnologie. „Toch heeft het gebouw nog altijd de functie van een ontmoetingsplaats”, zegt Reimond Olthof van het bedrijf Aqua Explorer, een van de huurders.

Reimond Olthof is enthousiast over de uitstraling van het gebouw. „Met onze microbiologische techniek kunnen we binnen twee uur legionella in bijvoorbeeld water van koeltorens analyseren”, zegt hij. „Maar daarmee is het moeilijk pronken.” Met zo’n pand kun je dat wel.

De kerk staat op het terrein van hogeschool Van Hall Larenstein waar ook een ‘technologisch topinstituut’ is gevestigd: Wetsus. Het is een samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven. Alles draait om watertechnologie.

Aangesloten bedrijven dienen onderzoeksaanvragen in en Wetsus organiseert deze in thema’s voor onderzoek. Tegen betaling van 26.000 euro per thema per jaar mogen bedrijven meedoen. Daarmee krijgen ze ook recht op de uitkomsten, en eventuele patenten en octrooien.

Bij Wetsus zijn vijftig mensen in dienst om de programma’s te begeleiden. Zestig gedetacheerde onderzoekers van dertien universiteiten werken samen, vaak in het Wetsus-laboratorium. Er zijn twintig thema’s. Daarin participeren meer dan negentig bedrijven zoals Philips, Frisia, DSM en waterleidingbedrijven. „Ook concurrenten werken met elkaar samen in bepaalde thema’s”, zegt Johannes Boonstra van Wetsus.

Sommige nieuwe bedrijfjes die hier zijn ontstaan, participeren inmiddels zelf weer in programma’s van Wetsus. Henk Deinum, wethouder economische zaken, is blij met deze hoogwaardige werkgelegenheid. „Daarom investeren we in stenen en ondersteunen we de huisvesting van deze jonge bedrijven.” Leeuwarden stelde in 2007 geld beschikbaar om de kerk te verbouwen. In 2020 moeten er in Friesland 2000 mensen in watertechnologie actief zijn.

De kale huurprijs in de kerk is 120 euro per vierkante meter. Marktconform in de regio, volgens de huurder en de wethouder. Met de servicekosten erbij komt de prijs op 300 euro uit. Daaruit worden gemeenschappelijke zaken betaald als koffie, thee maar ook het gebruik van de centrale server en de receptioniste, die de telefoon opneemt met de naam van het bedrijf dat gebeld wordt.

„Op een afgelegen terrein langs de snelweg kun je misschien goedkoper zitten”, zegt Evert van de Werfhorst van Capilix, „maar deze uitstraling geeft onze ambitie ook weer.” En Werfhorst ervaart het voordeel van dichtbij Wetsus zitten. „Ik zit even een halve ochtend met een professor te sparren en wij kunnen weer verder.” Capilix heeft een kleine chip, een sensor, gemaakt waarmee de chemische kwaliteit van water kan worden geanalyseerd.

Van de Werfhorst van Capilix en Olthof van Aqua Explorer gaan samen naar beurzen. „We doen allebei iets met detectie in water”, zegt Olthof, „wij doen dat met biotechnologie en zij chemisch.” Aan de buitenwereld verkopen ze zich als „twee unieke sensorische innovaties op één stand”. Achter de schermen betekent het dat ze de kosten van de stand delen. Terwijl ze zo ook elkaars klanten leren kennen .

Gerard Schouten begeleidt voor een groot energiebedrijf de marktintroductie en de installatie van de Dutch Rainmaker. Dit is een door wind aangedreven molen met compressor die, gebruikmakend van de luchtvochtigheid, water uit lucht haalt. „Experimenteren in een realistische omgeving is essentieel om de toepasbaarheid te demonstreren aan klanten”, zegt Schouten. Wetsus heeft samen met Frisia Zout op zijn terrein in Harlingen een demonstratieplaats om ‘met water te spelen’ zoals Schouten het uitdrukt.

Ze noemen het allemaal anders maar iedereen in de kerk wil ‘water te gelde’ maken. Evert van der Werfhorst van Capilix kent de ambitie van Leeuwarden om 2000 kenniswerkers te binden. „Daar heb je ook echte ondernemers voor nodig”, zegt hij. „En die kweek je niet in het lab.”