Realiteit van de bezuinigingen dringt door

Vandaag zijn de gesprekken over een ‘rechts’ kabinet hervat. Het wordt de partijen langzaam duidelijk welke gevolgen de beoogde bezuinigingen hebben.

Veel VVD’ers en CDA’ers zullen schrikken als ze binnenkort voor het eerst echt worden geconfronteerd met de gevolgen van hun verkiezingprogramma’s. De VVD’ers zijn mentaal wat beter voorbereid op de enorme gevolgen van een bezuiniging van 18 miljard euro op de overheidsuitgaven. Maar voor iedereen geldt: rechtvaardiging van een enorme abstracte bezuiniging is heel wat makkelijker dan uitleggen waarom zorgtoeslagen afnemen en het basispakket minder zorg vergoedt. Waarom zorgpremies stijgen, uitkeringen niet mee bewegen met inflatie, lonen worden bevroren, misschien zelfs verlaagd, duizenden ambtenaren hun baan verliezen en huren en ozb-heffingen stijgen. Maatregelen die samen hard zullen aankomen.

VVD-leider Mark Rutte, PVV-leider Geert Wilders en CDA-fractievoorzitter Maxime Verhagen hebben hun onderhandelingen hervat, en verwachten al snel een regeer- annex gedoogakkoord te presenteren. Ze zullen dat akkoord – door Rutte omschreven als een verhaal waarbij „rechts Nederland de vingers zou aflikken” – laten ‘doorrekenen’ door het Centraal Planbureau (CPB).

„Het is onmogelijk 18 miljard te bezuinigen zonder dat burgers pijn lijden”, zegt Bas Jacobs, hoogleraar economie en overheidsfinanciën in Rotterdam. „De VVD en het CDA konden de kiezer met hun programma nog zand in de ogen strooien, want vele economische effecten werden niet doorberekend. Dat is straks anders.”

Wie herinnert zich niet de woede van Rutte toen hij in de verkiezingscampagne werd geconfronteerd met een reportage in een actualiteitenrubriek waarin bijstandsmoeders en gezinnen met een gehandicapt kind enorme lastenstijgingen werden voorgehouden, mochten de plannen van de VVD doorgaan? Toen kon de VVD de rekensommen in twijfel trekken: het CPB had geen tijd om de inkomenseffecten en economische effecten van bezuinigingen te berekenen. Die uitweg is er straks niet meer.

Vervolg CDA: pagina 2

CDA worstelt met bezuiniging die het zelf aandroeg

Het blikveld van de betrokken Kamerleden van VVD, PVV en CDA verruimt in de laatste fase van de onderhandelingen. Tot nu toe hielden de meesten zich vooral bezig met de details van hun eigen beleidsterrein. Maar nu zij opkijken van hun stukken, ontstaat een overzicht van álle maatregelen die de onderhandelingspartners hebben bedacht, en wat al deze maatregelen samen voor gevolgen hebben voor individuele burgers. Dat dit moment nadert, kan ook worden afgeleid uit de toenemende geruchten binnen de deelnemende partijen over afschrikwekkende koopkrachtplaatjes. Daarin berekent het CPB de verwachte effecten op besteedbare inkomen van vooraf gedefinieerde types huishoudens (bijvoorbeeld: een huishouden met twee modale inkomens, zonder kinderen).

Tot nu toe waren de koopkrachtplaatjes een goed bewaard geheim, en niet alleen voor de buitenwereld. Alleen aan de ‘hoofdtafel’ van de informateur worden ze uitgedeeld, en weer ingenomen. Maar nu het einde van de formatie nadert, worden de plaatjes steeds moeilijker te ontwijken.

Het bewustwordingsproces van de Kamerleden kwam overigens al eerder op gang. Doordat VVD en CDA vergelijkbare bezuinigingen willen, en de PVV zich daar nauwelijks tegen verzet, kunnen de partijen veel meer van hun verkiezingsprogramma uitvoeren dan ze hadden verwacht.

Welke concrete gevolgen die programma’s hebben, beginnen sommige Kamerleden zich pas nu te realiseren. Vooral bij het CDA was het verkiezingsprogramma een stuk abstracter dan de concrete maatregelen die bij het CPB waren ingeleverd. Dat levert tijdens de formatie soms aparte taferelen op: CDA’ers die worstelen met een bezuiniging krijgen soms te horen dat hun partij die zelf bij het CPB heeft aangeleverd.

Een interessante politieke vraag is hoe gedetailleerd de koopkrachtcijfers zullen zijn op het moment dat het CDA-congres moet besluiten over het concept-regeerakkoord. Omdat deze een pijnlijke boodschap zullen bevatten, kan het aantrekkelijk zijn voor de hoofdonderhandelaars om niet meer dan een paar grove indicaties te geven van de gevolgen voor de portemonnee van de burger. Zij kunnen daar altijd een goede reden voor aanvoeren. CPB-berekeningen kosten veel tijd, en het land heeft een regering nodig.

Als de befaamde ‘puntenwolken’ in de koopkrachtplaatjes er eenmaal zijn, kan de nieuwe coalitie nog een ander argument gebruiken: wat zeggen die cijfers nou helemaal? Volgens hoogleraar economie Marcel Canoy suggereren ze een precisie die je niet kunt waarmaken. „Hoeveel mensen er op achteruitgaan hangt nauw samen met hun leefstijl en consumptiepatroon, en de cijfers zijn altijd gemiddeldes. Als burger zou ik me niets aantrekken van de koopkrachtplaatjes maar me richten op de inhoud van de plannen. Hoe raken die mij als huurder of als woningbezitter? Dat is veel relevanter dan een of ander abstract gemiddelde.”

D66-leider Alexander Pechtold zei vorig jaar nog tegen het toen nog complete Balkenende IV: „Regering, haal eens je hoofd uit de puntenwolken van koopkrachtplaatjes, en zet een punt op de horizon.” Hij zou op zijn wenken bediend kunnen worden.

Maar de vraag is of Pechtold het zo bedoelde. Misschien krijgt hij straks een rechts kabinet dat een duidelijke punt op de horizon zet. En komt de D66-leider aanzetten met puntenwolken en koopkrachtplaatjes.