Piñera profiteert van mijnramp

De populariteit van president Piñera groeit.

Chilenen zijn onder de indruk van zijn reactie op de aardbeving en betrokkenheid bij de ingesloten kompels.

De Chileense president toont een briefje van de kompels waarin ze lieten weren dat ze in leven zijn. Foto AFP Chilean President Sebastian Pinera shows a message reading "We are fine in the refuge, the 33 of us", from the miners trapped in the San Esteban gold and copper mine, near the city of Copiapo, Atacama desert, 800 km (480 miles) north of Santiago, on August 22, 2010. The miners are alive and contact has been established with them 17 days after a structural collapse trapped them below ground. AFP PHOTO/ HECTOR RETAMAL AFP

In eigen land kan de Chileense president Sebastián Piñera even niet meer stuk. Sinds hij zich nauw betrokken toonde bij de reddingsactie van de 33 ingesloten mijnwerkers, is zijn populariteit snel gestegen. Voor het mijnongeval, begin vorige maand, kon hij op goedkeuring van ruim 40 procent van de Chilenen rekenen. Sindsdien is dat percentage geklommen naar 56 procent.

Het is deze week zes maanden geleden dat Piñera aantrad als president. Een makkelijk halfjaar is het niet geweest. Twee weken voor zijn aanstelling werd Chili getroffen door een aardbeving die grote delen van de nationale infrastructuur in puin legde. Sindsdien heeft Piñera’s bewind vooral in het teken gestaan van de aardbeving. Vorige maand kwamen daar de ingesloten mijnwerkers bij.

Piñera had het aanvankelijk vooral druk had met de wederopbouw van het deels kapotte land en moest ook nog afrekenen met de geest van zijn voorganger, Michele Bachelet. Geen president in Chili is de afgelopen jaren zo populair geweest als zij: uit peilingen bleek steevast dat 70 tot 80 procent van de bevolking achter haar stond.

Het zijn percentages die voor Piñera nog steeds ver weg liggen. „Als je de steun van ruim 40 procent van de bevolking hebt, is dat niet slecht natuurlijk. Maar vergeleken met de 80 procent van Bachelet sta je er dan niet goed voor”, zegt Patricio Navia, politiek analist en columnist van dagblad La Tercera. Piñera’s optreden in de mijnwerkerskwestie heeft echter zijn populariteit een extra impuls gegeven. „Hij heeft met succes ingezet op de redding van de mijnwerkers”, zegt Navia.

Toen Piñera, miljardair en zakenman, in januari de verkiezingen won, veroorzaakte dat een politieke aardschok en een zekere verdeeldheid. Voor het eerst sinds het einde van de dictatuur van Pinochet (1990) kreeg Chili weer een rechtse regering. Chili nam afscheid van 20 jaar bestuur onder de linkse coalitie Concertación.

Maar de verkiezingswinst schokte vooral doordat de rechtse Unión Democrática Independiente (UDI), een partij van voormalige Pinochet-supporters met sterke banden met de katholieke Opus Dei-beweging, deel uitmaakt van Piñera’s Coalitie voor Verandering.

De aardbeving en de mijnramp hebben er voor gezorgd dat de oppositie Piñera in zijn eerste zes maanden niet heeft durven aan te vallen, zegt socioloog Manuel Antonio Garreton. „Een echt programma heeft zijn regering niet, maar dankzij de aardbeving en het mijnwerkersongeluk staat dat minder in de schijnwerpers.”

Wat Piñera wel is gelukt, is de invloed van UDI binnen zijn coalitie beperkt te houden. Deze partij van voormalige Pinochet-supporters heeft een eigen conservatieve agenda, maar krijgt bij de president niet echt een voet tussen de deur. Politiek analist Navia constateert dan ook dat de president een „conservatieve kruistocht”, zoals werd gevreesd door de oppositie, heeft weten te vermijden.

Hoewel er twee weken terug enkele kleine demonstraties waren van slachtoffers van de aardbeving heeft Piñera over het algemeen lof gekregen voor zijn beleid. Meer dan 20 miljard euro kostte het herstel. Kapotte vliegvelden, snelwegen en havens zijn weer geopend. Garreton zegt: „Er waren klachten van burgemeesters die lang moesten wachten op geld, maar de regering heeft een voldoende verdiend met haar aanpak. Men is verder vooral onder de indruk van Piñera’s handelwijze in het mijnwerkersdrama.”

Nadat vorige maand bekend was geworden dat de San José-mijn in Copiáco was ingestort, waarbij 33 mijnwerkers vast waren komen te zitten, heeft Piñera de zaak meteen naar zich toe getrokken. Hij onderbrak zijn bezoek aan Colombia, waar de nieuwe president Santos werd geïnaugureerd, en vloog naar de mijnregio. Ondanks twijfel van experts bleef Piñera volhouden dat er een kans bestond dat de mijnwerkers, ook al zaten zij 700 meter onder grond, levend gevonden konden worden. En hij kreeg gelijk.

De ingesloten mijnwerkers zijn sinds dat moment een kwestie van nationaal belang. Mijnbouw is een pijler van de Chileense economie en Chili is de grootste koperproducent ter wereld. Het drama in Copiápo wordt door het hele land met ingehouden adem gevolgd.

Toch roept Piñera’s grote betrokkenheid bij de reddingsactie ook vragen op. Wat als het fout gaat?